In het kort - Leestijd: 7 minuten
• Het artikel behandelt de rechter als tegenmacht in europees migratiebeleid vanuit juridisch en praktisch perspectief.
• De belangrijkste regels, belangen en knelpunten worden in begrijpelijke taal uitgelegd.
• Ook wordt besproken wat het onderwerp betekent voor beleid, uitvoering en mensen in migratieprocedures.
De rechter als tegenmacht in Europees migratiebeleid
In discussies over migratie gaat het vaak over politiek. Over grenzen, instroom, opvang, terugkeer, draagvlak en controle. Dat is begrijpelijk, want migratie raakt aan grote maatschappelijke vragen. Wie mag blijven? Wie moet terug? Hoeveel verantwoordelijkheid kan een land dragen? Hoeveel grip wil Europa hebben op zijn buitengrenzen? En hoeveel ruimte is er nog voor bescherming wanneer de politieke druk hoog is?
Toch wordt in dat debat vaak één speler onderschat, namelijk de rechter. In Europees migratiebeleid is de rechter niet zomaar iemand die achteraf naar papierwerk kijkt. De rechter is een tegenmacht. Dat betekent dat hij controleert of de overheid binnen de grenzen van het recht blijft. Juist wanneer de overheid grote macht heeft over iemands toekomst, moet er iemand zijn die onafhankelijk kan controleren of die macht goed wordt gebruikt.
Dat is in het asielrecht extra belangrijk. Een asielbesluit is geen gewone administratieve beslissing. Het gaat niet om een parkeervergunning, een terrasvergunning of een formulier dat verkeerd is ingevuld. Het gaat om de vraag of iemand bescherming krijgt tegen vervolging, oorlog, marteling of onmenselijke behandeling. Als de overheid een asielaanvraag afwijst, kan dat betekenen dat iemand Nederland of Europa moet verlaten. In sommige gevallen kan dat zelfs betekenen dat iemand wordt teruggestuurd naar gevaar.
Daarom is rechterlijke controle geen luxe. Het is een noodzakelijke waarborg. De IND mag in Nederland beslissen of iemand bescherming krijgt. De politiek mag regels maken over migratie. De Europese Unie mag procedures harmoniseren. Maar als die regels en besluiten iemands fundamentele rechten raken, moet een rechter kunnen controleren of het allemaal klopt. Zonder rechterlijke controle zou het asielrecht te veel afhankelijk worden van vertrouwen in de overheid alleen.
Vertrouwen in de overheid is belangrijk, maar in een rechtsstaat is vertrouwen nooit genoeg. Ook een goed functionerende overheid kan fouten maken. Een ambtenaar kan een verklaring verkeerd begrijpen. Een tolk kan een nuance missen. Landeninformatie kan onvolledig worden toegepast. Een kwetsbaarheid kan over het hoofd worden gezien. Een procedure kan te snel gaan. Een beslissing kan onvoldoende zijn gemotiveerd. Juist daarom bestaat rechterlijke controle.
De rechter als tegenmacht betekent dus niet dat de rechter altijd tegenover de overheid staat. Het betekent dat de rechter onafhankelijk kijkt of de overheid haar werk binnen de regels heeft gedaan. Soms zal de rechter zeggen dat de overheid gelijk heeft. Soms zal de rechter zeggen dat een besluit niet zorgvuldig genoeg is. Beide uitkomsten horen bij een rechtsstaat. Het belangrijkste is dat het besluit niet volledig oncontroleerbaar blijft.
Artikel 47 en de Asielprocedureverordening
De juridische basis voor die controle ligt onder meer in artikel 47 van het EU-Handvest van de grondrechten. Dat artikel garandeert het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en het recht op een eerlijk proces. In gewone taal betekent dit dat iemand naar een onafhankelijke rechter moet kunnen stappen wanneer zijn door het EU-recht beschermde rechten worden geraakt. Artikel 47 gaat ook over behandeling binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijke en onpartijdige rechter, en over de mogelijkheid om juridisch advies en vertegenwoordiging te krijgen. [1]
In het asielrecht is artikel 47 bijzonder belangrijk, omdat asielprocedures steeds sterker Europees zijn geregeld. Het EU-Migratiepact, de Asielprocedureverordening, de Screeningverordening, Eurodac en de regels over opvang en bescherming vormen samen een Europees kader. Nederland voert dus niet alleen nationaal vreemdelingenbeleid uit. Nederland past ook Europese regels toe. Wanneer die Europese regels iemands rechten raken, moet de rechtsbescherming ook voldoen aan Europese normen.
De nieuwe Asielprocedureverordening maakt dat heel concreet. Artikel 67 van Verordening (EU) 2024/1348 bepaalt dat asielzoekers recht hebben op een effectief rechtsmiddel bij een rechter of tribunaal. Dat rechtsmiddel moet openstaan tegen verschillende soorten beslissingen, zoals afwijzing van een aanvraag, niet-ontvankelijkverklaring, kennelijke ongegrondheid of intrekking van bescherming. Belangrijk is dat de rechter een volledig en actueel onderzoek moet kunnen doen van zowel feiten als recht. [2]
Dat klinkt juridisch, maar het betekent iets heel praktisch. De rechter moet niet alleen kijken of de IND de juiste procedurestappen heeft gevolgd. De rechter moet ook kunnen beoordelen of de feiten kloppen, of het bewijs goed is bekeken, of de juridische regels juist zijn toegepast en of iemand op dat moment bescherming nodig heeft. Een rechter die alleen controleert of alle vakjes zijn aangevinkt, is geen echte tegenmacht. Echte rechterlijke controle gaat dieper.
Dat is juist in asielzaken essentieel. Het gaat vaak om bewijs dat moeilijk te leveren is. Mensen die vluchten, hebben niet altijd documenten. Soms zijn documenten kwijtgeraakt. Soms zijn zij afgepakt door smokkelaars of autoriteiten. Soms was het onmogelijk om bewijs mee te nemen. Vaak draait de zaak daarom om verklaringen, landeninformatie, geloofwaardigheid en risico bij terugkeer. Als de IND daar een oordeel over geeft, moet de rechter kunnen controleren of dat oordeel voldoende zorgvuldig is.
Meer snelheid, meer noodzaak tot controle
Onder het EU-Migratiepact wordt de rol van de rechter nog belangrijker. Het Pact wil procedures sneller, efficiënter en meer geharmoniseerd maken. De Europese Commissie beschrijft het Pact als een set nieuwe regels voor migratiebeheer en een gemeenschappelijk asielsysteem op EU-niveau. De EUAA beschrijft het Pact als een hervorming die het gemeenschappelijke Europese asielsysteem moet actualiseren en effectiever moet maken. [3]
Dat kan voordelen hebben. Niemand heeft iets aan procedures die jarenlang duren. Mensen die bescherming nodig hebben, moeten niet eindeloos in onzekerheid blijven. Ook voor de overheid zijn achterstanden problematisch. Ze zetten druk op de IND, opvanglocaties, advocaten, rechters en gemeenten. Een sneller systeem kan dus menselijker en efficiënter zijn.
Maar snelheid verandert ook de risico’s. Hoe sneller een systeem werkt, hoe minder ruimte er kan zijn om fouten te herstellen. Als een gehoor te snel plaatsvindt, kan iemand zijn verhaal misschien niet goed uitleggen. Als juridische hulp te laat komt, kan belangrijke informatie ontbreken. Als kwetsbaarheid niet vroeg wordt herkend, kan iemand in een verkeerde procedure terechtkomen. Als beroepstermijnen kort zijn, kan toegang tot de rechter in de praktijk moeilijker worden. Daarom heeft een sneller systeem niet minder rechterlijke controle nodig, maar juist meer.
Voor mij is dit een van de interessantste punten van Europees migratierecht. De rechter staat niet buiten het systeem, maar bewaakt de grenzen van het systeem. De politiek mag strengere regels willen. De IND mag efficiënter willen werken. De EU mag migratie beter willen beheren. Maar zodra die keuzes raken aan fundamentele rechten, moet er controle zijn. Dat is geen hinderlijke vertraging, maar een teken van een volwassen rechtsstaat.
Wat de rechters wel en niet doen
De rechter als tegenmacht betekent niet dat rechters migratiebeleid moeten overnemen. Dat onderscheid is belangrijk. Rechters bepalen niet hoeveel opvangplekken er moeten zijn. Zij schrijven geen partijprogramma’s. Zij beslissen niet hoeveel migratie politiek wenselijk is. Zij zitten niet op de stoel van de staatssecretaris of de Europese wetgever. Hun taak is beperkter, maar wel heel belangrijk: zij controleren of de overheid zich aan het recht houdt.
Dat wordt in het publieke debat soms vergeten. Wanneer een rechter een asielbesluit vernietigt, wordt al snel gezegd dat de rechter ‘op de stoel van de politiek’ gaat zitten. Maar vaak doet de rechter dan precies wat hij moet doen. Hij kijkt of de overheid voldoende onderzoek heeft gedaan, of de beslissing goed is gemotiveerd, of Europese regels juist zijn toegepast en of fundamentele rechten zijn gerespecteerd. Dat is geen politiek bedrijven. Dat is rechtsstatelijke controle.
Terugkeer, non-refoulement en rechtspraak
Een goed voorbeeld is terugkeer. De overheid kan vinden dat iemand geen recht heeft op verblijf. Maar als die persoon stelt dat terugkeer leidt tot vervolging, marteling of onmenselijke behandeling, moet een rechter kunnen controleren of dat risico serieus is onderzocht. Dit raakt aan het beginsel van non-refoulement. In gewone taal betekent dat, dat iemand mag niet worden teruggestuurd naar ernstig gevaar.
Zonder rechterlijke controle wordt dat beginsel zwakker. Dan is het de overheid zelf die beslist of terugkeer veilig is, zonder dat iemand onafhankelijk meekijkt. Dat is riskant, zeker wanneer landeninformatie onzeker is, persoonlijke omstandigheden complex zijn of de procedure snel is verlopen. Juist bij terugkeer is het belangrijk dat een rechter kan controleren of de overheid geen onomkeerbare fout maakt.
Het Hof van Justitie heeft in de zaak Gnandi duidelijk gemaakt dat het recht op een effectief rechtsmiddel en het beginsel van non-refoulement samen moeten worden gelezen. In die zaak ging het om de verhouding tussen een afwijzing van een asielaanvraag en een terugkeerbesluit. Het Hof benadrukte dat de Terugkeerrichtlijn moet worden uitgelegd in het licht van onder meer artikel 47 van het Handvest en het verbod op refoulement. [4] Dat laat goed zien dat rechtsbescherming niet alleen gaat over procedure, maar ook over bescherming tegen onomkeerbare schade.
Ook de zaak Samba Diouf is belangrijk. Die zaak ging over een versnelde asielprocedure. Het Hof van Justitie accepteerde dat lidstaten bepaalde procedurele keuzes kunnen maken, maar benadrukte dat de rechterlijke bescherming praktisch en effectief moet blijven. Het gaat dus niet alleen om de vraag of er op papier een beroep bestaat. De vraag is of iemand in de praktijk een werkelijke mogelijkheid heeft om een beslissing te laten controleren. [5]
Die rechtspraak is belangrijk onder het EU-Migratiepact, omdat het Pact sneller wil werken. Snelle procedures zijn niet automatisch in strijd met het recht. Maar de rechter moet kunnen controleren of snelheid niet leidt tot onzorgvuldigheid. Als de procedure korter wordt, moet de toegang tot de rechter niet zwakker worden. Juist dan moet duidelijk blijven dat iemand een afwijzing kan laten toetsen door een onafhankelijke instantie.
Procedure en inhoud zijn niet los te zien
De rechter bewaakt ook of procedures eerlijk verlopen. Heeft iemand voldoende tijd gehad om te reageren? Was er een tolk? Was juridische hulp beschikbaar? Heeft de IND goed uitgelegd waarom iemand niet wordt geloofd? Is kwetsbaarheid herkend? Is er rekening gehouden met trauma, leeftijd of medische problemen? Dit lijken procedurele vragen, maar ze kunnen de uitkomst van de zaak bepalen.
Daarom zijn procedure en inhoud in het asielrecht niet los van elkaar te zien. Een slecht gehoor kan leiden tot een verkeerd beeld van iemands verhaal. Een slechte vertaling kan leiden tot schijnbare tegenstrijdigheden. Gebrek aan rechtsbijstand kan ervoor zorgen dat belangrijk bewijs niet wordt ingebracht. Een gemiste kwetsbaarheid kan ervoor zorgen dat iemand in een te snelle procedure terechtkomt. Als de rechter zulke punten niet kan controleren, blijft de procedure kwetsbaar.
De rechter als bewaker van maatwerk
De IND schrijft dat de nieuwe asielprocedure sinds 12 juni 2026 korter en flexibeler wordt. Sommige stappen zijn niet langer standaard onderdeel van iedere procedure. Volgens de IND is dat nodig om sneller te kunnen beslissen en beter maatwerk te kunnen leveren. [6] Dat kan positief zijn. Niet elke zaak hoeft hetzelfde traject te doorlopen. Sommige zaken zijn eenvoudiger dan andere. Een flexibeler systeem kan ervoor zorgen dat capaciteit beter wordt gebruikt.
Maar maatwerk zonder controle is kwetsbaar. Als de IND per zaak bepaalt welke stappen nodig zijn, moet iemand kunnen aanvoeren dat in zijn zaak méér nodig was. Misschien was een medisch onderzoek nodig. Misschien had een extra gehoor moeten plaatsvinden. Misschien had de IND meer moeten doen om documenten te beoordelen. Misschien was de zaak te complex voor een versnelde procedure. De rechter moet dan kunnen toetsen of de IND terecht heeft gekozen voor een bepaalde procedurele route.
Daarmee wordt de rechter ook een bewaker van maatwerk. Maatwerk klinkt mooi, maar het moet controleerbaar zijn. Anders kan maatwerk veranderen in onzekerheid. Voor de asielzoeker is dan niet duidelijk waar hij op mag rekenen. Voor de overheid kan het aantrekkelijk worden om extra stappen vooral niet te nemen. De rechter moet ervoor zorgen dat flexibiliteit niet verandert in verschraling van waarborgen.
Machtsverschil en vertrouwen
De rechter is ook belangrijk omdat asielzoekers vaak weinig macht hebben. Zij kunnen meestal niet stemmen. Zij kennen het systeem niet. Zij spreken de taal vaak niet. Zij zijn afhankelijk van de overheid voor registratie, opvang, procedure en beslissing. In zo’n situatie is de rechter een van de weinige plekken waar de overheid werkelijk ter verantwoording kan worden geroepen.
Dat maakt rechterlijke controle niet alleen belangrijk voor individuele asielzoekers, maar ook voor het vertrouwen in het systeem. Een asielsysteem dat snel beslist maar nauwelijks controleerbaar is, roept wantrouwen op. Mensen kunnen dan het gevoel krijgen dat de uitkomst al vaststaat. Een systeem waarin besluiten echt kunnen worden getoetst, is sterker. Niet omdat iedereen gelijk krijgt, maar omdat de overheid moet uitleggen waarom haar beslissing klopt.
Ook de IND heeft uiteindelijk belang bij goede rechterlijke controle. Als besluiten goed gemotiveerd moeten worden, dwingt dat tot zorgvuldigheid. Als de rechter toetst of kwetsbaarheid is meegenomen, moet de IND daar beter op letten. Als de rechter bewijsbeoordeling controleert, moet de IND uitleggen waarom bepaald bewijs wel of niet overtuigt. Rechterlijke controle kan dus ook de kwaliteit van bestuur verbeteren.
Dit punt wordt soms onderschat. Rechters worden in migratiedebatten soms gezien als mensen die beleid vertragen. Maar rechterlijke controle kan ook leiden tot betere besluiten. Als een besluit door de rechter wordt vernietigd, betekent dat vaak dat de overheid iets beter moet uitleggen, beter moet onderzoeken of zorgvuldiger moet motiveren. Dat kan frustrerend zijn voor een overheid die snel wil werken, maar het maakt het systeem uiteindelijk sterker.
Europese zorgen en aanvullende rechtsbronnen
ECRE heeft in zijn commentaar op de Asielprocedureverordening zorgen geuit over toegang tot een eerlijke procedure en effectieve rechtsmiddelen, onder meer vanwege korte termijnen en de druk van nieuwe procedurevormen. [7] Die zorgen passen bij de bredere vraag of de rechter onder het Pact voldoende ruimte houdt om echt te controleren. Als procedures sneller worden en beroepstermijnen korter zijn, moet worden bewaakt dat rechterlijke bescherming niet alleen formeel blijft bestaan, maar ook praktisch bruikbaar is.
Wetenschappelijke literatuur wijst daar al langer op. Reneman schrijft over het recht op een effectief rechtsmiddel in EU-asielprocedures en bespreekt onder meer toegang tot de rechter, bewijs, rechterlijke toetsing en het recht om tijdens de procedure te blijven. [8] Dat is belangrijk, omdat effectieve rechtsbescherming meer is dan alleen het bestaan van een beroepsmogelijkheid. Het gaat ook om de vraag of de rechter voldoende intensief kan toetsen en of de betrokkene zijn rechten daadwerkelijk kan gebruiken.
Ook artikel 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens speelt hierbij een rol. Dat artikel gaat over het recht op een effectief rechtsmiddel wanneer iemand stelt dat een verdragsrecht is geschonden. In asielzaken is dat vooral belangrijk wanneer iemand stelt dat terugkeer leidt tot onmenselijke behandeling of foltering. De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens benadrukt dat rechtsmiddelen in zulke situaties praktisch en effectief moeten zijn, niet alleen theoretisch. [9]
Dit sluit aan bij de kern van artikel 47 EU-Handvest. Rechterlijke controle moet niet alleen op papier bestaan. Zij moet daadwerkelijk kunnen voorkomen dat fundamentele rechten worden geschonden. Dat betekent dat iemand toegang moet hebben tot informatie, rechtsbijstand, vertaling en voldoende tijd. Het betekent ook dat een rechter voldoende bevoegdheden moet hebben om de zaak inhoudelijk te bekijken.
De rechter als correctiemechanisme
De Europese Commissie presenteert het Pact als een evenwicht tussen verantwoordelijkheid, solidariteit, snelle procedures en respect voor fundamentele rechten. [10] Dat evenwicht wordt in de praktijk niet alleen door wetten bepaald. Het wordt bepaald door uitvoerders, advocaten en rechters. De rechter is daarbij degene die kan zeggen: dit gaat te snel, dit is onvoldoende onderzocht, dit besluit is niet goed gemotiveerd of deze terugkeer is niet veilig.
Dat maakt de rechter een tegenmacht, maar ook een correctiemechanisme. In een democratische rechtsstaat is dat normaal. De wetgever maakt regels, de overheid voert uit en de rechter controleert. Migratiebeleid is geen uitzondering op die rechtsstatelijke structuur. Juist omdat migratie politiek gevoelig is, is rechterlijke controle belangrijk. Politieke druk mag niet bepalen of fundamentele rechten praktisch bruikbaar blijven.
Voor mij is dit de kern van het onderwerp. De rechter als tegenmacht laat zien dat migratierecht niet alleen gaat over grenzen, maar ook over macht. De overheid heeft macht om te registreren, te beslissen, af te wijzen, vast te houden of terugkeer voor te bereiden. De rechter zorgt ervoor dat die macht niet volledig eenzijdig wordt. Dat is geen detail. Dat is de kern van rechtsbescherming.
De rechter als tegenmacht is dus geen vijand van migratiebeleid. Hij is een voorwaarde voor legitiem migratiebeleid. Beleid dat fundamentele rechten raakt, moet controle kunnen verdragen. Als een besluit zorgvuldig is genomen, goed is gemotiveerd en juridisch klopt, kan het rechterlijke toetsing doorstaan. Als dat niet zo is, is het juist goed dat een rechter kan ingrijpen.
Mijn conclusie is daarom dat de rechter in Europees migratiebeleid een onmisbare rol speelt. Niet als politicus, niet als beleidsmaker, maar als bewaker van de rechtsstaat. Zeker onder het EU-Migratiepact, waarin snelheid en efficiëntie centraal staan, moet rechterlijke controle stevig blijven. Een systeem dat sneller wordt, heeft niet minder tegenmacht nodig, maar juist meer.
Want hoe groter de druk op snelheid, hoe belangrijker het is dat iemand kan zeggen: stop, kijk nog eens goed naar mijn zaak. Dat is uiteindelijk waar rechterlijke tegenmacht over gaat. Niet over het blokkeren van beleid, maar over het voorkomen dat beleid mensen raakt zonder voldoende controle. In het asielrecht kan dat verschil iemands hele toekomst bepalen.
Bronnenlijst
[1] Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit artikel garandeert het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en een eerlijk proces.
https://eur-lex.europa.eu/eli/treaty/char_2016/art_47/oj/eng
[2] Verordening (EU) 2024/1348, de Asielprocedureverordening, artikel 67. Dit artikel regelt het recht op een effectief rechtsmiddel in asielprocedures en vereist een volledig en actueel onderzoek van feiten en recht.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1348/oj/eng
[3] Europese Commissie, “Pact on Migration and Asylum”, en EUAA, “Pact on Migration and Asylum”. Deze bronnen beschrijven het Pact als een set nieuwe regels voor migratiebeheer en hervorming van het gemeenschappelijke Europese asielsysteem.
https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum_en
https://www.euaa.europa.eu/pact-migration-and-asylum
[4] Hof van Justitie van de Europese Unie, zaak C-181/16, Gnandi. Deze zaak gaat over de verhouding tussen asielafwijzing, terugkeer, non-refoulement en het recht op een effectief rechtsmiddel.
https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?docid=203108&doclang=EN
[5] Hof van Justitie van de Europese Unie, zaak C-69/10, Brahim Samba Diouf. Deze zaak gaat over effectieve rechterlijke bescherming in het kader van een versnelde asielprocedure.
https://infocuria.curia.europa.eu/tabs/redirect/juris/liste.jsf?language=en&num=C-69/10
[6] IND, “Questions and answers about the Migration Pact”. De IND beschrijft dat de nieuwe asielprocedure sinds 12 juni 2026 korter en flexibeler wordt en minder vaste stappen bevat.
https://ind.nl/en/about-us/background-articles/questions-and-answers-about-the-migration-pact
[7] ECRE, “Comments Paper: Regulation establishing a Common Procedure for International Protection in the EU”, 14 november 2024. ECRE bespreekt zorgen over toegang tot een eerlijke procedure en effectieve rechtsmiddelen onder de Asielprocedureverordening.
https://ecre.org/ecre-comments-paper-regulation-establishing-a-common-procedure-for-international-protection-in-the-eu/
[8] A.M. Reneman, EU Asylum Procedures and the Right to an Effective Remedy. Deze studie bespreekt effectieve rechtsbescherming in EU-asielprocedures, waaronder toegang tot de rechter, bewijs, rechterlijke toetsing en het recht om te blijven tijdens procedurele beoordeling.
https://research.vu.nl/en/publications/eu-asylum-procedures-and-the-right-to-an-effective-remedy-2/
[9] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, “Guide on Article 13 of the European Convention on Human Rights”. Artikel 13 EVRM gaat over het recht op een effectief rechtsmiddel wanneer een verdragsrecht wordt geschonden.
https://ks.echr.coe.int/documents/d/echr-ks/guide_art_13_eng
[10] Europese Commissie, “Questions and answers on the Pact on Migration and Asylum”. Deze bron bespreekt de doelen en onderdelen van het Pact, waaronder snellere procedures, solidariteit en fundamentele rechten.
https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum/questions-and-answers-pact-migration-and-asylum_en
[11] Reuters, “EU overhaul to toughen migration rules takes effect, though doubts remain about impact”, 12 juni 2026. Reuters beschrijft de start van het Pact, de nadruk op snellere procedures en strengere grenscontrole, en de zorgen over de praktische gevolgen.
https://www.reuters.com/world/eu-overhaul-toughen-migration-rules-takes-effect-though-doubts-remain-about-2026-06-12/
[12] EU Immigration and Asylum Law and Policy Blog, “The maze of legal support in the New Pact on Migration and Asylum”. Deze analyse bespreekt juridische ondersteuning, rechtsbijstand en toegang tot procedurele bescherming onder het Pact.
https://eumigrationlawblog.eu/the-maze-of-legal-support-in-the-new-pact-on-migration-and-asylum/
Maak jouw eigen website met JouwWeb