In het kort - Leestijd: 9 minuten
• Het artikel bespreekt de spanning die centraal staat in ‘Kinderen in grensprocedures: risico of bescherming?’.
• Beide belangen zijn juridisch relevant, maar moeten zorgvuldig en proportioneel tegen elkaar worden afgewogen.
• De uitkomst kan verschillen per regeling, procedure en individueel geval.

Kinderen in grensprocedures: bescherming of risico?

Kinderen in grensprocedures vormen een van de gevoeligste onderwerpen binnen het EU-Migratiepact. Dat komt omdat grensprocedures op papier bedoeld zijn om sneller duidelijkheid te geven, maar in de praktijk ook grote risico’s kunnen opleveren. Zeker bij kinderen is die spanning scherp. Een kind heeft belang bij snelle veiligheid en duidelijkheid, maar ook bij rust, begeleiding, vertrouwen en bescherming. Als een procedure te veel op snelheid, controle en terugkeer is gericht, kan dat botsen met wat een kind nodig heeft.

Een grensprocedure is een asielprocedure die plaatsvindt aan of bij de buitengrens van de Europese Unie. Het idee is dat bepaalde aanvragen snel worden beoordeeld voordat iemand volledig wordt toegelaten tot het grondgebied van een lidstaat. In gewone taal betekent dit dat de overheid al heel vroeg wil bepalen of iemand bescherming nodig heeft of dat de aanvraag waarschijnlijk weinig kans maakt. Dat klinkt efficiënt, maar de vraag is wat dit betekent voor kinderen.

Voor volwassenen kan een grensprocedure al zwaar zijn. Iemand komt net aan, kent het systeem niet, spreekt de taal vaak niet en heeft misschien een gevaarlijke reis achter de rug. Voor kinderen is dat nog moeilijker. Een kind begrijpt minder goed wat er gebeurt. Een kind weet niet altijd welke informatie belangrijk is. Een kind kan bang zijn voor autoriteiten of juist proberen te zeggen wat volwassenen van hem verwachten. Een kind kan bovendien extra gevoelig zijn voor stress, onzekerheid en vrijheidsbeperking.

Daarom moet bij kinderen de vraag altijd zijn of een grensprocedure bescherming biedt of juist risico creëert. Bescherming kan betekenen dat een kind snel wordt herkend als kwetsbaar, snel een voogd of begeleiding krijgt, snel toegang krijgt tot opvang en niet maanden of jaren in onzekerheid blijft. Maar risico ontstaat wanneer de grensprocedure vooral werkt als een snelle filter, waarin kinderen te weinig tijd, hulp en ruimte krijgen om hun situatie uit te leggen.

Voor mij raakt dit onderwerp aan de kern van kinderrechten in het migratierecht. Een kind in een grensprocedure is niet alleen een asielzoeker aan de grens. Het is een kind op een kwetsbaar moment, vaak na een gevaarlijke reis, in een onbekend land, tegenover een overheid die macht heeft over zijn toekomst. Als het systeem daar niet uiterst zorgvuldig mee omgaat, wordt de grensprocedure geen bescherming, maar een risico.

Het belang van het kind als juridisch uitgangspunt

De juridische basis begint bij het belang van het kind. Artikel 24 van het EU-Handvest van de grondrechten bepaalt dat kinderen recht hebben op de bescherming en zorg die nodig zijn voor hun welzijn. Ook staat daarin dat kinderen hun mening vrij mogen uiten en dat aan die mening passend gewicht moet worden toegekend, afhankelijk van leeftijd en rijpheid. Het belangrijkste is dat bij alle handelingen betreffende kinderen het belang van het kind een essentiële overweging moet vormen. [1]

Ook artikel 3 van het VN-Kinderrechtenverdrag is belangrijk. Dat artikel bepaalt dat het belang van het kind een eerste overweging moet zijn bij alle maatregelen betreffende kinderen. [2] In gewone taal betekent dit dat de overheid bij elke stap moet vragen wat de gevolgen zijn voor het kind. Niet pas aan het einde van de procedure, maar vanaf het eerste contact aan de grens.

Dat is belangrijk omdat de grens vaak het moment is waarop veel wordt vastgelegd. De identiteit wordt geregistreerd. De leeftijd kan worden beoordeeld. Kwetsbaarheid moet worden herkend. Er wordt gekeken of iemand alleen reist of met familie. Soms wordt bepaald welke procedure van toepassing is. Als in deze fase een fout wordt gemaakt, kan die fout lang doorwerken. Een kind dat niet als kind wordt herkend, kan in een volwassen procedure terechtkomen. Een kwetsbaarheid die niet wordt gezien, kan later moeilijk worden hersteld.

Screening aan de buitengrens

De Screeningverordening, Verordening (EU) 2024/1356, maakt screening aan de buitengrens een belangrijk onderdeel van het Pact. Tijdens screening wordt onder meer gekeken naar identiteit, nationaliteit, gezondheid, veiligheid en kwetsbaarheid. [3] Voor kinderen kan dit positief zijn als het helpt om snel bescherming te organiseren. Maar het kan ook riskant zijn als screening vooral wordt gebruikt als snelle selectie richting een grensprocedure of terugkeerprocedure.

Screening is namelijk nog geen volledige asielbeoordeling. Het is een vroege fase waarin veel informatie wordt verzameld. Juist daarom moet bij kinderen voorzichtig worden omgegaan met conclusies. Een kind kan moe zijn, bang zijn of niet begrijpen wat wordt gevraagd. Een kind kan informatie geven die later onvolledig blijkt. Een kind kan zijn leeftijd niet goed bewijzen. Als zulke vroege informatie later zwaar meetelt, kan de eerste fase grote invloed krijgen op de rest van de procedure.

De Screeningverordening bevat ook bepalingen over fundamentele rechten en een onafhankelijk monitoringsmechanisme. [4] Dat is belangrijk, omdat de EU zelf erkent dat screening risico’s kan opleveren voor rechten. Aan de grens is iemand vaak afhankelijk van de overheid. Voor kinderen geldt dat nog sterker. Zij hebben extra bescherming nodig tegen fouten, druk, verwarring en onjuiste registratie.

De grensprocedure en uitzondering voor AMV's

De Asielprocedureverordening, Verordening (EU) 2024/1348, regelt de grensprocedure binnen het nieuwe Europese asielsysteem. [5] Deze verordening bevat ook uitzonderingen en waarborgen voor kinderen. Vooral alleenstaande minderjarigen krijgen bijzondere bescherming. De grensprocedure mag volgens de verordening alleen op alleenstaande minderjarigen worden toegepast in specifieke omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een veiligheidsrisico. [6]

Dat is een belangrijke waarborg. Een alleenstaand kind hoort in beginsel niet in een grensprocedure terecht te komen. Een kind zonder ouders heeft voogdij, begeleiding, rust en passende opvang nodig. Een grensprocedure is meestal te snel en te zwaar voor zo’n kind. Toch betekent een wettelijke uitzondering niet automatisch dat kinderen volledig veilig zijn. De praktijk bepaalt of de uitzondering werkt.

Leeftijdsbeoordeling

Het grootste risico is leeftijdsbeoordeling. Als niet meteen duidelijk is of iemand minderjarig is, kan de vraag ontstaan of hij als kind of als volwassene moet worden behandeld. Dat is geen klein detail. Als een jongere ten onrechte als volwassene wordt geregistreerd, kan hij in een grensprocedure terechtkomen waar hij als kind eigenlijk niet hoort. Hij kan ook in ongeschikte opvang belanden of onvoldoende begeleiding krijgen.

Leeftijdsbeoordeling is daarom een cruciaal kinderrechtenvraagstuk. Veel kinderen hebben geen documenten. Sommige documenten zijn kwijtgeraakt, afgepakt of nooit betrouwbaar afgegeven. Uiterlijk zegt niet altijd iets over leeftijd. Een jongere kan ouder lijken door stress, reiservaring of lichamelijke ontwikkeling. Het belang van het kind vraagt daarom dat twijfel voorzichtig wordt behandeld. Een kind mag niet te snel de bescherming verliezen die bij minderjarigheid hoort.

PICUM heeft gewaarschuwd dat leeftijdsbeoordeling onder het Pact grote gevolgen kan hebben voor kinderrechten. [7] Ook het Refugee Law Initiative heeft in 2026 kritisch geschreven over leeftijdsbeoordeling onder de nieuwe EU-regels en gewezen op mogelijke risico’s voor fundamentele rechten van kinderen. [8] Die zorgen zijn terecht, omdat leeftijdsbeoordeling de deur kan zijn naar bescherming of juist naar een zwaardere procedure.

Kinderen met familie: opvang en detentie

Voor kinderen die met familie reizen, ligt het ingewikkelder. Zij zijn niet alleenstaand, maar blijven wel kinderen. In grensprocedures bestaat het risico dat zij vooral worden gezien als onderdeel van het dossier van hun ouders. Maar kinderen hebben eigen rechten. Hun belang moet zelfstandig worden meegewogen. Het is niet genoeg om alleen te kijken naar de aanvraag van de ouders. De procedure moet ook vragen wat de grensprocedure betekent voor het kind zelf.

Dat geldt bijvoorbeeld bij opvang aan de grens. Een gezin kan formeel samen worden gehouden, maar toch in een omgeving verblijven die voor kinderen schadelijk is. Denk aan gesloten of sterk gecontroleerde locaties, weinig privacy, gebrek aan onderwijs, stress bij ouders, beperkte speelruimte en onzekerheid over de duur van het verblijf. Voor een kind kan zo’n omgeving schadelijk zijn, ook als die juridisch niet altijd “detentie” wordt genoemd.

UNICEF benadrukt dat detentie van kinderen nooit in het belang van het kind is en dat kinderen niet om migratieredenen mogen worden vastgehouden. [9] Dat is een krachtige norm. Het maakt duidelijk dat de vraag niet alleen is of een maatregel juridisch detentie heet. De vraag is wat het kind feitelijk ervaart. Als een kind niet vrij kan bewegen, niet weet wanneer het weg mag en in een gesloten omgeving verblijft, kan dat psychisch zwaar zijn.

De Opvangrichtlijn, Richtlijn (EU) 2024/1346, bevat regels over opvang en detentie van minderjarigen. De richtlijn bepaalt dat het belang van het kind een primaire overweging moet zijn en dat detentie van minderjarigen alleen in uitzonderlijke omstandigheden, als laatste middel en voor de kortst mogelijke periode mag plaatsvinden. [10] Dat laat zien dat vrijheidsbeperking van kinderen juridisch uiterst gevoelig is. Toch blijft de grensprocedure riskant, omdat snelle procedures aan de grens vaak samengaan met beperkte bewegingsvrijheid.

Human Rights Watch heeft gewaarschuwd dat de combinatie van screening, grensprocedures en terugkeerprocedures onder het Pact kan leiden tot situaties waarin mensen langdurig in vrijheidsbeperkende of detentieachtige omstandigheden terechtkomen. [11] Voor kinderen is dat extra problematisch. Een volwassene kan misschien nog begrijpen waarom hij in een procedure zit. Een kind kan dat vaak niet. Voor een kind kan elke dag in onzekerheid en beperking zwaar voelen.

PICUM heeft eveneens gewaarschuwd dat screening en grensprocedures kunnen leiden tot de facto detentie van kinderen en gezinnen. [12] De term “de facto detentie” is belangrijk. Daarmee wordt bedoeld dat iets misschien niet officieel detentie wordt genoemd, maar in de praktijk wel zo werkt. Voor kinderrechten moet je niet alleen kijken naar de naam van de maatregel, maar naar de feitelijke situatie van het kind.

Dat betekent dat lidstaten bij de uitvoering van het Pact moeten voorkomen dat kinderen in gesloten of gevangenisachtige grenslocaties terechtkomen. Als een grensprocedure noodzakelijk wordt geacht, moeten alternatieven worden gebruikt die kindvriendelijk zijn, met toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, psychosociale ondersteuning, speelruimte, familiecontact en juridische hulp. Anders wordt de grensprocedure al snel schadelijk.

Te snel voor een kind?

Een ander risico is dat grensprocedures te snel zijn voor kinderen. Een kind heeft vaak meer tijd nodig om zijn verhaal te vertellen. Kinderen vertellen anders dan volwassenen. Zij begrijpen tijd, plaats en volgorde anders. Zij weten niet altijd welke informatie juridisch relevant is. Soms durven zij niet te vertellen over geweld, misbruik of uitbuiting. Soms zijn zij loyaal aan ouders of andere volwassenen, ook als die volwassenen niet altijd veilig zijn.

Een kindvriendelijk gehoor vraagt daarom om speciale deskundigheid. De vragen moeten passen bij leeftijd en ontwikkeling. De omgeving moet veilig zijn. Er moet een goede tolk zijn. Het kind moet begrijpen dat het mag zeggen wanneer het iets niet weet. Een gehoor met een kind mag niet worden behandeld alsof het gewoon een korter gehoor met een volwassene is.

De EUAA heeft in 2026 een praktische gids gepubliceerd over het belang van het kind binnen internationale bescherming. Daarin wordt benadrukt dat het belang van het kind moet worden toegepast als recht, beginsel en procedureregel. [13] Dat betekent dat autoriteiten concreet moeten onderzoeken wat een procedure met dit kind doet. Niet met kinderen in het algemeen, maar met dit kind, in deze situatie.

In een grensprocedure is dat extra belangrijk. De omstandigheden zijn vaak intens. Er is tijdsdruk. De procedure is kort. De omgeving kan gesloten of semi-gesloten zijn. Ouders kunnen gestrest zijn. Kinderen kunnen bang zijn. Juist dan moet de overheid actief nagaan of het kind de procedure aankan en of extra waarborgen nodig zijn.

Juridische hulp en effectieve rechtsbescherming

Ook juridische hulp is cruciaal. Een kind of gezin in een grensprocedure moet snel begrijpen wat er gebeurt. Wat betekent de grensprocedure? Mag men de locatie verlaten? Wat zijn de rechten? Wanneer komt er een beslissing? Hoe kan beroep worden ingesteld? Welke documenten zijn belangrijk? Zonder juridische hulp is het bijna onmogelijk om dit goed te overzien.

De Asielprocedureverordening bevat regels over juridische counseling, juridische bijstand en vertegenwoordiging. [14] Voor kinderen moeten die regels praktisch werken. Het is niet genoeg dat juridische hulp formeel beschikbaar is. Zij moet op tijd komen, begrijpelijk zijn en afgestemd zijn op de positie van het kind. Bij alleenstaande kinderen moet bovendien een vertegenwoordiger of voogd betrokken zijn.

De Europese Commissie schrijft dat onder het Pact sterke juridische waarborgen gelden en dat alleenstaande minderjarigen in beginsel zijn uitgezonderd van de grensprocedure, tenzij zij een veiligheidsrisico vormen. [15] Dat is belangrijk, maar ook hier geldt dat de uitvoering beslissend is. Een uitzondering helpt alleen als kinderen snel als kind worden herkend, als leeftijdstwijfel zorgvuldig wordt behandeld en als veiligheidsgronden niet te ruim worden uitgelegd.

Daarom is onafhankelijke monitoring belangrijk. Als kinderen aan de grens worden gescreend of in grensprocedures terechtkomen, moet onafhankelijk worden gecontroleerd wat er gebeurt. Worden kinderen gehoord op een kindvriendelijke manier? Krijgen zij toegang tot juridische hulp? Zijn er tolken? Is er onderwijs? Is er medische en psychische zorg? Is er sprake van feitelijke vrijheidsbeperking? Worden kinderen echt uitgesloten van procedures waarvoor zij niet geschikt zijn?

ECRE heeft in zijn commentaar op de Asielprocedureverordening zorgen geuit over grensprocedures, korte termijnen, effectieve rechtsmiddelen en procedurele waarborgen. [16] Die zorgen zijn bij kinderen extra relevant. Een volwassen asielzoeker kan al moeite hebben om een snelle grensprocedure te begrijpen. Een kind kan dat nog veel minder. Het risico dat rechtsbescherming vooral formeel wordt, is dan groot.

Echte rechtsbescherming betekent dat een kind of zijn vertegenwoordiger de procedure daadwerkelijk kan begrijpen en aanvechten. Artikel 47 van het EU-Handvest garandeert het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en een eerlijk proces. [17] In grensprocedures is dat essentieel. Als een beslissing snel wordt genomen en terugkeer snel kan volgen, moet beroep niet alleen op papier bestaan. Het moet praktisch bruikbaar zijn.

Daarbij speelt schorsende werking een belangrijke rol. Als een kind of gezin beroep instelt tegen een afwijzing, moet worden voorkomen dat terugkeer plaatsvindt voordat een rechter serieus heeft gekeken naar het risico. Anders kan rechtsbescherming te laat komen. In asielzaken is dat extra gevaarlijk, omdat terugkeer naar gevaar onomkeerbare gevolgen kan hebben.

Artikel 13 EVRM, het recht op een effectief rechtsmiddel, is ook relevant wanneer iemand stelt dat terugkeer leidt tot schending van fundamentele rechten. [18] Bij kinderen moet daarbij niet alleen worden gekeken naar extreem gevaar, maar ook naar kwetsbaarheid, ontwikkeling en welzijn. Het belang van het kind vraagt een bredere beoordeling dan alleen de vraag of iemand onmiddellijk levensgevaar loopt.

Gezinseenheid en Eurodac

Een ander risico in grensprocedures is gezinsseparatie. Het Pact probeert migratiebeheer efficiënter te maken, maar in procedures aan de grens kan druk ontstaan op families. Soms kunnen gezinsleden verschillende juridische posities hebben. Soms is onduidelijk wie de ouder of verzorger is. Soms kan een kind bij een familielid reizen dat niet de wettelijke ouder is. In zulke situaties moet de overheid uiterst zorgvuldig omgaan met familiebanden.

Gezinseenheid en het belang van het kind hangen nauw samen. Een kind heeft vaak belang bij samenblijven met ouders of verzorgers, tenzij dat niet veilig is. Tegelijkertijd moet de overheid alert zijn op mensenhandel, uitbuiting of onveilige begeleiders. Dat vraagt om zorgvuldigheid, niet om automatische aannames. Een grensprocedure met hoge tijdsdruk is hiervoor kwetsbaar.

De Asylum and Migration Management Regulation, Verordening (EU) 2024/1351, bevat regels over verantwoordelijkheid tussen lidstaten en bepalingen die relevant zijn voor minderjarigen en familiebanden. [19] Voor kinderen kan het van groot belang zijn of er familie in een andere lidstaat is. Een grensprocedure mag zulke belangen niet wegdrukken door alleen snel te kijken naar toegang, procedure en terugkeer.

Ook Eurodac speelt een rol. De nieuwe Eurodacverordening verlaagt de leeftijd voor biometrische registratie naar zes jaar. [20] Dat betekent dat ook jonge kinderen sterker worden opgenomen in Europese migratiedatabases. Bij grensprocedures kan registratie helpen om identiteit vast te stellen en verdwijning te voorkomen. Maar het roept ook vragen op over privacy, proportionaliteit en controle. Een kind begrijpt meestal niet wat biometrische registratie betekent.

PICUM heeft gewaarschuwd voor de uitbreiding van migratiesurveillance onder het Pact, waaronder de impact op kinderen. [21] Dat is relevant omdat grensprocedures vaak samengaan met registratie, screening en dataverwerking. Bescherming en controle lopen dan door elkaar. De vraag moet steeds zijn of gegevensverwerking werkelijk in het belang van het kind is en of voldoende waarborgen bestaan.

Wanneer is een grensprocedure verdedigbaar?

Een grensprocedure kan dus alleen verdedigbaar zijn voor kinderen als aan strenge voorwaarden wordt voldaan. Het kind moet snel worden herkend als kind. Het belang van het kind moet individueel worden beoordeeld. Er moet passende opvang zijn. Er mag geen detentie of detentieachtige situatie ontstaan. Er moet toegang zijn tot voogdij of vertegenwoordiging, juridische hulp, tolk, onderwijs en zorg. De procedure moet kindvriendelijk zijn. En de rechter moet effectief kunnen controleren.

Als die voorwaarden ontbreken, wordt de grensprocedure een risico. Dan kan het kind verdwijnen in een systeem dat vooral is ontworpen voor snelle selectie. Dan wordt het kind onderdeel van een proces dat draait om toegang, risico, verantwoordelijkheid en terugkeer, terwijl zijn eigen welzijn onvoldoende centraal staat. Dan bestaat het gevaar dat het belang van het kind wordt genoemd, maar niet werkelijk wordt toegepast.

UNICEF heeft staten opgeroepen om bij de implementatie van het Pact het belang van het kind in alle procedures en besluiten een primaire overweging te maken. [22] Dat is precies de kern. Het Pact hoeft niet per definitie slecht uit te pakken voor kinderen. Maar de uitvoering moet kinderrechten vanaf het begin centraal zetten. Niet als correctie achteraf, maar als uitgangspunt.

Humanium heeft gewaarschuwd dat fast-tracking, grensprocedures, detentie en gezinsseparatie risico’s vormen voor kinderrechten onder het Pact. [23] Eurochild waarschuwde eveneens dat snelle procedures kinderen het risico kunnen geven dat zij bescherming verliezen op basis van onvoldoende individuele beoordeling. [24] Deze zorgen laten zien dat grensprocedures niet neutraal zijn. Zij veranderen de context waarin kinderen hun verhaal moeten vertellen.

Waarom dit ook Nederland aangaat

Voor Nederland lijkt dit onderwerp misschien minder direct, omdat Nederland geen klassieke buitengrensstaat is zoals Griekenland, Italië of Spanje. Toch is het ook voor Nederland relevant. Nederland past het Pact toe, neemt deel aan Europese verantwoordelijkheid en moet ook binnenlands omgaan met screening, procedures, kinderen en gezinnen. Bovendien beïnvloeden Europese grenspraktijken uiteindelijk het hele Europese asielsysteem. Wat aan de buitengrens gebeurt, werkt door in verantwoordelijkheid, doorreis, opvang en rechtsbescherming.

Daarom moet Nederland niet alleen kijken naar eigen procedures, maar ook naar de Europese praktijk waarvan het deel uitmaakt. Als kinderen aan de buitengrens onvoldoende worden beschermd, raakt dat de geloofwaardigheid van het hele Europese asielsysteem. Solidariteit tussen lidstaten mag niet alleen gaan over aantallen en verantwoordelijkheid, maar ook over kinderrechten.

Mijn conclusie is dat kinderen in grensprocedures zich op een kwetsbaar snijpunt bevinden. Aan de ene kant kan een snelle procedure bescherming bieden als daardoor snel duidelijk wordt dat een kind kwetsbaar is, begeleiding nodig heeft of bescherming moet krijgen. Aan de andere kant kan dezelfde procedure risico’s opleveren als zij te snel, te gesloten of te weinig kindgericht is.

De vraag ‘bescherming of risico’ heeft dus geen simpel antwoord. Een grensprocedure kan alleen bescherming bieden als zij volledig wordt ingericht rond het belang van het kind. Dat betekent geen detentie van kinderen, snelle toegang tot begeleiding, kindvriendelijke informatie, goede rechtsbijstand, passende opvang, zorgvuldige leeftijdsbeoordeling, aandacht voor familiebanden en effectieve rechterlijke controle.

Als die voorwaarden ontbreken, is de grensprocedure vooral een risico. Dan wordt snelheid belangrijker dan luisteren. Dan wordt controle belangrijker dan bescherming. Dan wordt het kind te veel gezien als onderdeel van migratiebeheer en te weinig als kind.

Onder het EU-Migratiepact zal dit een van de belangrijkste kinderrechtelijke testen worden. Kan Europa zijn grenzen beheren zonder kinderen aan die grenzen tekort te doen? Kan een systeem dat sneller wil beslissen ook genoeg vertragen wanneer een kind dat nodig heeft? En kan het belang van het kind meer zijn dan een zin in de wet?

Voor mij is het antwoord duidelijk; kinderen horen niet de prijs te betalen voor een sneller Europees migratiesysteem. Als Europa grensprocedures gebruikt, moet het juist daar laten zien dat kinderrechten niet onderhandelbaar zijn. Want een asielsysteem dat kinderen aan de grens niet beschermt, verliest precies daar zijn menselijke maat.

Bronnenlijst

[1] Artikel 24 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit artikel beschermt de rechten van het kind en bepaalt dat het belang van het kind een essentiële overweging moet vormen bij alle handelingen betreffende kinderen.
https://eur-lex.europa.eu/eli/treaty/char_2012/art_24/oj/eng

[2] VN-Kinderrechtenverdrag, artikel 3. Dit artikel bepaalt dat het belang van het kind een eerste overweging moet zijn bij alle maatregelen betreffende kinderen.
https://www.ohchr.org/en/instruments-mechanisms/instruments/convention-rights-child

[3] Verordening (EU) 2024/1356, de Screeningverordening. Deze verordening introduceert screening van derdelanders aan de buitengrens en in bepaalde situaties binnen het grondgebied.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1356/oj/eng

[4] Verordening (EU) 2024/1356, de Screeningverordening. De verordening bevat ook regels over fundamentele rechten en onafhankelijk toezicht.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1356/oj/eng

[5] Verordening (EU) 2024/1348, de Asielprocedureverordening. Deze verordening stelt een gemeenschappelijke procedure vast voor het verlenen en intrekken van internationale bescherming in de Europese Unie, waaronder regels over grensprocedures.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1348/oj/eng

[6] Verordening (EU) 2024/1348, artikel 53. Deze bepaling bevat uitzonderingen op de toepassing van de asielgrensprocedure, waaronder regels voor alleenstaande minderjarigen.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1348/oj/eng

[7] PICUM, “Children’s rights in the 2024 Migration and Asylum Pact”, oktober 2024. PICUM analyseert de gevolgen van het Pact voor kinderrechten, waaronder grensprocedures, detentie, leeftijdsbeoordeling en biometrische registratie.
https://picum.org/wp-content/uploads/2024/10/PICUM-Analysis-Children-Rights.pdf

[8] Refugee Law Initiative Blog, “The EU’s new age assessment legislation: a persistent threat to the fundamental rights of the child?”, 18 februari 2026. Deze analyse bespreekt zorgen over leeftijdsbeoordeling onder de nieuwe EU-regels.
https://rli.blogs.sas.ac.uk/2026/02/18/the-eus-new-age-assessment-legislation-a-persistent-threat-to-the-fundamental-rights-of-the-child/

[9] UNICEF, “Implementation of EU Asylum and Migration Pact”. UNICEF benadrukt dat detentie van kinderen nooit in het belang van het kind is en dat kinderen niet om migratieredenen mogen worden gedetineerd.
https://www.unicef.org/eca/documents/implementation-eu-asylum-and-migration-pact

[10] Richtlijn (EU) 2024/1346, de Opvangrichtlijn. Deze richtlijn bevat standaarden voor opvang van verzoekers om internationale bescherming, waaronder bepalingen over minderjarigen, het belang van het kind en detentie.
https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2024/1346/oj/eng

[11] Human Rights Watch, “Questions and Answers: The EU Pact on Migration and Asylum”, 10 juni 2026. HRW bespreekt zorgen over screening, grensprocedures, terugkeerprocedures en vrijheidsbeperkende situaties onder het Pact.
https://www.hrw.org/news/2026/06/10/questions-and-answers-the-eu-pact-on-migration-and-asylum

[12] PICUM, “Factsheets”. PICUM waarschuwt dat het Pact detentie of de facto detentie van kinderen tijdens screening en grensprocedures mogelijk kan maken.
https://picum.org/factsheets/

[13] EUAA, “Practical guide on the best interests of the child in the framework of international protection”, 24 maart 2026. Deze gids beschrijft het belang van het kind als recht, beginsel en procedureregel binnen internationale bescherming.
https://www.euaa.europa.eu/publications/practical-guide-best-interests-child-international-protection

[14] Verordening (EU) 2024/1348, artikelen 15, 16 en 17. Deze bepalingen gaan over juridische counseling, juridische bijstand en vertegenwoordiging.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1348/oj/eng

[15] Europese Commissie, “Questions and answers on the Pact on Migration and Asylum”. De Commissie schrijft dat sterke juridische waarborgen gelden en dat alleenstaande minderjarigen zijn uitgezonderd van de grensprocedure, behalve bij een veiligheidsrisico.
https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum/questions-and-answers-pact-migration-and-asylum_en

[16] ECRE, “Comments Paper: Regulation establishing a Common Procedure for International Protection in the EU”, 14 november 2024. ECRE bespreekt zorgen over grensprocedures, korte termijnen, toegang tot een eerlijke procedure en effectieve rechtsmiddelen.
https://ecre.org/ecre-comments-paper-regulation-establishing-a-common-procedure-for-international-protection-in-the-eu/

[17] Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit artikel garandeert het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en een eerlijk proces.
https://eur-lex.europa.eu/eli/treaty/char_2012/art_47/oj/eng

[18] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, “Guide on Article 13 of the European Convention on Human Rights”. Artikel 13 EVRM gaat over het recht op een effectief rechtsmiddel wanneer een verdragsrecht wordt geschonden.
https://ks.echr.coe.int/documents/d/echr-ks/guide_art_13_eng

[19] Verordening (EU) 2024/1351, de Asylum and Migration Management Regulation. Deze verordening bevat regels over verantwoordelijkheid voor asielaanvragen en relevante bepalingen over minderjarigen en familiebanden.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1351/oj/eng

[20] Verordening (EU) 2024/1358, de Eurodacverordening. Deze verordening regelt de verwerking van biometrische gegevens en verlaagt de leeftijd voor biometrische registratie naar zes jaar.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1358/oj/eng

[21] PICUM, “The EU Migration Pact: a dangerous regime of migrant surveillance”, 11 april 2024. PICUM bespreekt zorgen over uitbreiding van migratiesurveillance onder het Pact, waaronder de impact op kinderen.
https://picum.org/blog/the-eu-migration-pact-a-dangerous-regime-of-migrant-surveillance/

[22] UNICEF, “Implementation of EU Asylum and Migration Pact”. UNICEF benadrukt dat het belang van het kind in alle procedures en besluiten over kinderen een primaire overweging moet zijn.
https://www.unicef.org/eca/documents/implementation-eu-asylum-and-migration-pact

[23] Humanium, “Examining the impact of the EU Migration and Asylum Pact on children’s rights”, 15 oktober 2024. Deze analyse bespreekt zorgen over fast-tracking, grensprocedures, detentie en gezinsseparatie.
https://www.humanium.org/en/examining-the-impact-of-the-eu-migration-and-asylum-pact-on-childrens-rights/

[24] Eurochild, “The EU Migration and Asylum Pact will put children in danger”, 11 april 2024. Eurochild waarschuwt dat snelle procedures kinderen het risico kunnen geven dat zij bescherming verliezen op basis van onvoldoende individuele beoordeling.
https://eurochild.org/news/the-eu-migration-and-asylum-pact-will-put-children-in-danger/