In het kort - Leestijd: 6 minuten
• Het artikel bespreekt wat wat houdt klimaatmigratie in betekent binnen het asiel- en migratierecht.
• De juridische achtergrond wordt gekoppeld aan de praktische gevolgen voor betrokkenen en uitvoeringsinstanties.
• Bijzondere aandacht gaat uit naar uitzonderingen, individuele beoordeling en rechtsbescherming.

Klimaatmigratie: bestaat daar juridisch bescherming voor?

Klimaatmigratie klinkt als een nieuw onderwerp, maar eigenlijk raakt het aan één van de oudste vragen van het asielrecht: wanneer is een staat verplicht iemand bescherming te geven? Mensen kunnen hun huis verliezen door overstromingen, droogte, woestijnvorming, extreme hitte, mislukte oogsten of stijgende zeespiegels. Soms gebeurt dat plotseling, bijvoorbeeld na een cycloon of overstroming. Soms gebeurt het langzaam, wanneer landbouwgrond onbruikbaar wordt, drinkwater verzilt of een eiland steeds minder bewoonbaar wordt.

In het publieke debat wordt dan vaak gesproken over “klimaatvluchtelingen”. Dat woord is begrijpelijk. Het maakt meteen duidelijk dat klimaatverandering mensen kan dwingen hun woonplaats te verlaten. Toch is het juridisch ingewikkeld. Een “klimaatvluchteling” bestaat namelijk niet als aparte juridische status in het internationale vluchtelingenrecht. [1] [2]

Dat betekent niet dat klimaatmigratie niet echt is. Het betekent ook niet dat mensen die door klimaatverandering moeten vertrekken geen bescherming nodig kunnen hebben. Het betekent alleen dat het huidige asielrecht niet automatisch bescherming geeft omdat iemand door klimaatverandering is geraakt.

Dat onderscheid is belangrijk. Klimaatmigratie is een maatschappelijk, politiek en humanitair verschijnsel. Asielrecht is een juridisch systeem met specifieke criteria. Daartussen zit een gat.

De Internationale Organisatie voor Migratie omschrijft klimaatmigratie breed als beweging van personen of groepen die, vooral door plotselinge of geleidelijke veranderingen in het milieu door klimaatverandering, hun gewone woonplaats moeten verlaten of ervoor kiezen dat te doen, tijdelijk of permanent, binnen een staat of over een internationale grens. [1] Die definitie laat meteen zien hoe breed het onderwerp is. Klimaatmigratie kan gedwongen of deels vrijwillig zijn. Zij kan tijdelijk of permanent zijn. Zij kan binnen een land plaatsvinden of over grenzen heen.

Voor het asielrecht maakt dat veel uit. De meeste mensen die door rampen of klimaatverandering worden verplaatst, blijven binnen hun eigen land. Zij worden dan geen asielzoeker in juridische zin, omdat zij geen internationale grens oversteken. Hun bescherming ligt dan primair bij hun eigen staat en bij regels over interne ontheemding, rampenrespons, mensenrechten en humanitaire hulp. [3]

Pas wanneer iemand een internationale grens oversteekt en bescherming vraagt in een ander land, komt de vraag op of het asielrecht bescherming biedt.

Het antwoord daarop is genuanceerd: klimaatverandering op zichzelf geeft meestal geen recht op asiel, maar klimaatgerelateerde omstandigheden kunnen wél juridisch relevant zijn binnen bestaande beschermingsgronden.

Het Vluchtelingenverdrag als juridisch vertrekpunt

Om dat te begrijpen, moet je beginnen bij het Vluchtelingenverdrag van 1951. Volgens dat verdrag is iemand vluchteling wanneer hij of zij buiten het land van herkomst is en een gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep. [4]

Daarmee is de vluchtelingendefinitie niet gebouwd rond rampen, droogte of klimaatverandering. Zij is gebouwd rond vervolging. Iemand moet dus niet alleen gevaar lopen, maar dat gevaar moet verband houden met één van de vijf vervolgingsgronden.

Dat is precies waarom “klimaatvluchteling” juridisch lastig is. Iemand die moet vertrekken omdat de zeespiegel stijgt, omdat oogsten mislukken of omdat een gebied onbewoonbaar wordt door droogte, wordt niet automatisch vervolgd vanwege ras, religie, nationaliteit, politieke overtuiging of sociale groep. Er is dan wel schade, misschien zelfs enorme schade, maar niet altijd vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. [4] [5]

Toch betekent dit niet dat het Vluchtelingenverdrag nooit relevant kan zijn bij klimaatmigratie. UNHCR benadrukt dat klimaatverandering vaak niet alleen werkt. Klimaatverandering kan bestaande spanningen versterken, conflicten verergeren, hulpbronnen schaarser maken en groepen kwetsbaarder maken voor geweld of vervolging. [2] [6]

Stel dat droogte leidt tot hevige strijd om land en water, en een bepaalde etnische groep vervolgens systematisch wordt aangevallen of uitgesloten van hulp. Dan gaat het niet meer alleen om klimaat. Dan kan sprake zijn van vervolging vanwege afkomst of het behoren tot een bepaalde groep. Stel dat een regering hulp na een ramp bewust weigert aan politieke tegenstanders of religieuze minderheden. Dan kan klimaatgerelateerde schade onderdeel worden van vervolging. Stel dat een inheemse gemeenschap door klimaatverandering haar leefgebied verliest en de staat die gemeenschap tegelijkertijd discrimineert of verdrijft. Dan kan het vluchtelingenrecht opnieuw relevant worden.

Niet de oorzaak, maar het risico is doorslaggevend

Het juridische punt is dus niet: komt het gevaar door klimaatverandering? De vraag is: leidt de situatie tot vervolging op één van de beschermde gronden?

Waarom klimaatclaims juridisch moeilijk zijn

Dat maakt klimaatclaims moeilijk. Klimaatverandering is meestal algemeen, geleidelijk en meervoudig. Zij raakt vaak hele gemeenschappen, regio’s of landen. Het vluchtelingenrecht vraagt juist vaak om een verband tussen het individuele risico en een beschermde grond. Daardoor passen veel klimaatgerelateerde vluchtverhalen slecht in de klassieke vluchtelingendefinitie.

Daarom wordt vaak gezegd dat het vluchtelingenrecht een beschermingsgat kent voor klimaatmigranten. Niet omdat er geen gevaar is, maar omdat het gevaar niet altijd juridisch wordt herkend als vervolging.

Naast de vluchtelingenstatus bestaat in het Europese asielrecht subsidiaire bescherming. Dat is bescherming voor mensen die geen vluchteling zijn in de zin van het Vluchtelingenverdrag, maar die bij terugkeer wel een reëel risico lopen op ernstige schade. [7]

De Kwalificatieverordening noemt drie vormen van ernstige schade: de doodstraf of executie, foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, en een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger door willekeurig geweld in een internationaal of binnenlands gewapend conflict. [7]

Op het eerste gezicht lijkt subsidiaire bescherming misschien ruimer. Zij gaat immers niet om de reden van vervolging, maar om het risico op ernstige schade. Toch biedt ook subsidiaire bescherming geen algemene klimaatstatus. Droogte, armoede, voedselonzekerheid, verlies van huisvesting of klimaatschade vallen niet automatisch onder de drie categorieën ernstige schade.

Maar ook hier kan klimaat juridisch relevant worden wanneer het samenvalt met andere factoren. Als klimaatverandering bijdraagt aan een gewapend conflict, en burgers daardoor worden bedreigd door willekeurig geweld, kan subsidiaire bescherming aan de orde komen. Als extreme omstandigheden leiden tot een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling, kan ook die route relevant zijn. [6] [7]

De drempel is alleen hoog. Het asielrecht beschermt niet tegen iedere slechte of gevaarlijke levenssituatie. Het moet gaan om ernstige schade zoals het recht die omschrijft. Een mislukte oogst of verlies van inkomen is op zichzelf meestal niet genoeg. Een algemene verslechtering van levensomstandigheden is meestal niet genoeg. Er moet worden aangetoond dat terugkeer voor deze persoon een reëel risico oplevert op een zeer ernstige schending.

Dat maakt klimaatzaken juridisch ingewikkeld. Klimaatverandering veroorzaakt vaak schade in combinatie met andere factoren: armoede, zwakke instituties, corruptie, conflict, discriminatie, slechte infrastructuur, gebrek aan gezondheidszorg of gebrek aan toegang tot water. De juridische vraag wordt dan: is het klimaat de achtergrond, of leidt de totale situatie tot vervolging of ernstige schade?

Teitiota en het recht op leven

De zaak Teitiota tegen Nieuw-Zeeland is hierbij heel belangrijk. Ioane Teitiota kwam uit Kiribati, een eilandstaat die ernstig wordt bedreigd door zeespiegelstijging. Hij stelde dat terugkeer naar Kiribati zijn recht op leven zou schenden, onder meer door gebrek aan veilig drinkwater, landconflicten en de steeds slechtere leefomstandigheden door klimaatverandering. [8]

Nieuw-Zeeland wees zijn verzoek af. Uiteindelijk kwam de zaak bij het VN-Mensenrechtencomité. Dat comité gaf Teitiota geen gelijk, maar de zaak werd toch historisch belangrijk. Het comité erkende namelijk dat klimaatverandering in extreme gevallen kan leiden tot omstandigheden waarin terugkeer in strijd komt met het recht op leven of het verbod op onmenselijke behandeling. [8] [9]

Met andere woorden: het VN-Mensenrechtencomité zei niet dat iedereen die door klimaatverandering wordt geraakt recht heeft op bescherming. Maar het comité zei wél dat staten iemand niet mogen terugsturen wanneer klimaatgerelateerde omstandigheden zo ernstig zijn dat fundamentele mensenrechten worden geschonden.

Dat is een smalle opening. De drempel blijft hoog. In Teitiota vond het comité dat het risico nog niet voldoende acuut en persoonlijk was. Ook speelde mee dat er nog tijd was voor nationale en internationale maatregelen om de situatie in Kiribati te verbeteren. [8]

Toch is de zaak belangrijk omdat zij laat zien dat klimaatschade juridisch niet buiten beeld mag blijven. Klimaatverandering kan relevant zijn voor non-refoulement. Dat beginsel betekent dat een staat iemand niet mag terugsturen naar een situatie waar hij of zij een reëel risico loopt op vervolging, foltering, onmenselijke behandeling of andere ernstige en onherstelbare schade. [4] [8] [10]

Artikel 3 EVRM bij klimaatschade

In Europa speelt vooral artikel 3 EVRM een belangrijke rol. Artikel 3 verbiedt foltering en onmenselijke of vernederende behandeling. Dat verbod is absoluut. Een staat mag iemand niet uitzetten naar een land waar een reëel risico bestaat op behandeling in strijd met artikel 3. [11]

Het recht op leven en het EU-Handvest

Ook artikel 2 EVRM, het recht op leven, en artikel 4 en 19 van het EU-Handvest kunnen relevant zijn. Artikel 19 van het EU-Handvest bevat een verbod op verwijdering, uitzetting of uitlevering wanneer een ernstig risico bestaat op doodstraf, foltering of andere onmenselijke of vernederende behandeling. [12]

De vraag is dus of klimaatomstandigheden ooit zo ernstig kunnen zijn dat terugkeer in strijd komt met deze bepalingen. Juridisch is dat mogelijk. Praktisch is het moeilijk om aan te tonen.

Dat komt doordat mensenrechtenrecht vaak vraagt om een concreet en persoonlijk risico. Klimaatverandering treft meestal brede groepen. Zij werkt geleidelijk. Zij is niet altijd toe te rekenen aan één actor. En de schade ontstaat vaak via tussenstappen: droogte leidt tot voedseltekort, voedseltekort leidt tot armoede, armoede leidt tot onveiligheid, onveiligheid leidt tot vertrek. Het recht is daar minder goed op ingericht dan op situaties van directe vervolging of onmiddellijk geweld.

Toch verandert de juridische discussie langzaam. Klimaatverandering wordt steeds vaker als mensenrechtenprobleem erkend. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in KlimaSeniorinnen tegen Zwitserland dat artikel 8 EVRM bescherming kan bieden tegen ernstige negatieve gevolgen van klimaatverandering voor leven, gezondheid, welzijn en kwaliteit van leven. [13]

Die zaak ging niet over asiel of uitzetting. Het was een klimaatzaak tegen de eigen staat, geen migratiezaak. Toch is zij relevant, omdat zij laat zien dat klimaatverandering niet langer alleen als milieuprobleem wordt gezien, maar ook als mensenrechtenkwestie. [13] [14]

Dat betekent niet dat het Europees Hof nu een recht op asiel wegens klimaatverandering heeft erkend. Dat heeft het niet. Maar het laat wel zien dat de juridische taal verandert. Klimaatbeleid, mensenrechten en bescherming tegen ernstige schade raken steeds meer met elkaar verweven.

Voor klimaatmigratie blijft het probleem dat er geen aparte internationale status bestaat. Het Vluchtelingenverdrag kent geen klimaatgrond. Het EU-asielrecht kent geen zelfstandige klimaatbescherming. Het Nederlandse asielrecht kent ook geen aparte vergunning voor “klimaatvluchtelingen”. [2] [7] [15]

Daarom moeten mensen die door klimaatverandering worden geraakt, hun zaak meestal vertalen naar bestaande juridische categorieën. Zij moeten aantonen dat hun situatie neerkomt op vervolging, ernstige schade, onmenselijke behandeling of een andere beschermde grond.

Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk.

Klimaat, discriminatie en vervolging

Een klimaatclaim kan sterker worden wanneer sprake is van discriminatie. Als een staat na een ramp hulp verdeelt op basis van etniciteit, religie of politieke loyaliteit, kan dat relevant zijn voor vluchtelingschap. Een klimaatclaim kan sterker worden wanneer sprake is van conflict. Als droogte en schaarste bijdragen aan geweld, en burgers daardoor ernstig gevaar lopen, kan subsidiaire bescherming in beeld komen. Een klimaatclaim kan sterker worden wanneer iemand bijzonder kwetsbaar is, bijvoorbeeld door leeftijd, gezondheid, handicap, zwangerschap of het ontbreken van familie- of gemeenschapssteun. Dan kunnen de gevolgen van terugkeer ernstiger zijn dan voor anderen.

Kinderen als bijzonder kwetsbare groep

Ook kinderen verdienen bijzondere aandacht. Klimaatverandering raakt kinderen vaak anders en harder dan volwassenen. Gebrek aan schoon water, voedsel, gezondheidszorg en veilige huisvesting kan voor kinderen sneller leiden tot ernstige schade. In migratiezaken moet het belang van het kind zwaar worden meegewogen. Dat betekent niet dat ieder kind uit een klimaatkwetsbaar gebied bescherming krijgt, maar wel dat de beoordeling niet alleen abstract naar het land mag kijken. De concrete gevolgen voor dit kind zijn juridisch relevant. [16]

Daarmee kom je bij de kern van klimaatmigratie in het recht: de beoordeling moet concreet zijn. Het is niet genoeg om te zeggen: “dit land heeft klimaatproblemen.” Het is ook niet genoeg om te zeggen: “klimaatverandering is algemeen, dus geen bescherming.” De juiste vraag is: wat gebeurt er met deze persoon bij terugkeer?

Heeft deze persoon toegang tot drinkwater? Is er voedselzekerheid? Is er veilige huisvesting? Is er bescherming door de staat? Is er geweld door schaarste? Wordt bepaalde hulp geweigerd aan bepaalde groepen? Is er een reëel risico op onmenselijke behandeling? Zijn er individuele kwetsbaarheden? Kan iemand naar een ander deel van het land? Is dat alternatief werkelijk veilig, toegankelijk en redelijk?

In die zin lijkt klimaatmigratie op andere ingewikkelde asielvragen. Het recht vraagt om een combinatie van persoonlijk verhaal, landeninformatie en mensenrechtelijke risicoanalyse.

Maar het verschil is dat klimaatrisico’s vaak moeilijk bewijsbaar zijn. Een dreiging door een politieke partij, militie of veiligheidsdienst kan soms concreet worden gemaakt met documenten, verklaringen of incidenten. Klimaatrisico’s zijn vaak statistisch, regionaal en toekomstgericht. Zij gaan over waarschijnlijkheden, scenario’s en cumulatieve schade.

Dat botst met een asielprocedure die vaak gericht is op individuele feiten uit het verleden: wat is er gebeurd, wanneer, door wie, waarom? Bij klimaatmigratie gaat het juist vaak om de toekomst: hoe leefbaar is dit gebied nog, welke risico’s nemen toe, welke maatregelen zijn mogelijk, en wanneer wordt terugkeer onmenselijk?

Daarom is landeninformatie bij klimaatzaken cruciaal. Niet alleen algemene rapporten over klimaatverandering, maar ook concrete informatie over regio’s, toegang tot water, voedselprijzen, rampenrisico’s, overheidsrespons, conflict, discriminatie en interne verplaatsing. [3] [6] [17]

Klimaatverandering maakt de vraag urgenter

De actualiteit maakt dit onderwerp urgenter. IDMC rapporteerde in de Global Report on Internal Displacement 2026 dat eind 2025 wereldwijd meer dan 82 miljoen mensen in interne ontheemding leefden. Een aanzienlijk deel daarvan houdt verband met rampen, terwijl conflicten en rampen elkaar steeds vaker versterken. [3] UNHCR noemt klimaatverandering een factor die bestaande kwetsbaarheid, conflict en gedwongen ontheemding verergert. [6]

Toch vertaalt die schaal zich niet automatisch naar asielrechtelijke bescherming in Europa. Dat is belangrijk om eerlijk te benoemen. Het feit dat klimaatschade wereldwijd enorm is, betekent niet dat Europese asielinstanties iedere klimaatmigrant bescherming moeten geven onder het huidige recht. Het huidige asielrecht blijft individueel, categorisch en drempelgebonden.

Daar zit de spanning. Klimaatverandering is collectief en structureel. Asielrecht is individueel en uitzonderingsgericht.

Het Migratiepact creëert geen klimaatstatus

Het EU-Migratiepact verandert dat niet fundamenteel. Sinds 12 juni 2026 gelden nieuwe Europese afspraken over asiel en migratie. De regels moeten procedures meer harmoniseren, buitengrenzen versterken en procedures versnellen. [18] De Kwalificatieverordening harmoniseert de criteria voor vluchtelingenstatus en subsidiaire bescherming. [7]

Maar het pact creëert geen aparte status voor klimaatmigranten. Iemand die bescherming zoekt vanwege klimaatgerelateerde omstandigheden moet dus nog steeds passen binnen vluchtelingschap, subsidiaire bescherming of mensenrechtelijke non-refoulementbescherming. [7] [18]

Dat roept een rechtsstatelijke vraag op. Is het huidige systeem voldoende voor de werkelijkheid van klimaatverandering?

Pleidooi voor een aparte klimaatstatus

Voorstanders van een aparte klimaatstatus zeggen vaak dat het huidige recht te smal is. Klimaatverandering kan mensen net zo goed dwingen te vertrekken als oorlog of vervolging. Als een eiland onbewoonbaar wordt, als drinkwater verdwijnt of als extreme hitte leven onmogelijk maakt, is het vreemd om te zeggen dat bescherming niet nodig is omdat er geen klassieke vervolgingsgrond bestaat.

Tegenstanders of sceptici wijzen erop dat een aparte klimaatstatus moeilijk af te bakenen is. Wanneer is migratie echt door klimaat veroorzaakt? Hoe onderscheid je klimaat van armoede, slecht bestuur, conflict of economische migratie? Hoeveel mensen zouden onder zo’n status vallen? Welke staten zijn verantwoordelijk? Moet bescherming tijdelijk of permanent zijn? En hoe voorkom je dat het asielrecht een oplossing moet bieden voor problemen die eigenlijk via klimaatbeleid, ontwikkelingssamenwerking, rampenpreventie en veilige migratieroutes moeten worden aangepakt?

Die vragen zijn niet eenvoudig. Maar zij maken het onderwerp niet minder juridisch. Juist omdat klimaatverandering bestaande categorieën onder druk zet, ontstaat de vraag of het recht moet meebewegen.

Internationaal bestaan er wel beleidsinstrumenten. De Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration erkent dat klimaatverandering, rampen en milieudegradatie drivers van migratie kunnen zijn. [19] De Nansen Initiative en de Platform on Disaster Displacement richten zich op betere bescherming van mensen die in de context van rampen en klimaatverandering grenzen oversteken. [20] Het Global Compact on Refugees erkent eveneens dat rampen, milieudegradatie en klimaatverandering samen kunnen hangen met gedwongen verplaatsing. [21]

Maar dit zijn vooral beleids- en samenwerkingskaders. Zij creëren niet hetzelfde als een individuele, afdwingbare asielstatus. Dat is precies het probleem: er gebeurt veel in beleidstaal, maar minder in harde verblijfsrechten.

Bestaande routes in Nederland

In Nederland zal klimaatmigratie daarom voorlopig vooral via bestaande routes lopen. Iemand kan proberen aan te tonen dat hij vluchteling is omdat klimaatgerelateerde schaarste samenvalt met vervolging. Iemand kan subsidiaire bescherming vragen als terugkeer leidt tot ernstige schade. Iemand kan een beroep doen op artikel 3 EVRM of artikel 19 EU-Handvest wanneer terugkeer tot onmenselijke omstandigheden zou leiden. In uitzonderlijke gevallen kunnen reguliere humanitaire routes of uitstel van vertrek een rol spelen, maar dat is iets anders dan asielbescherming.

Daarom moet je juridisch heel precies zijn. Klimaatmigratie bestaat als werkelijkheid. Klimaatvluchteling bestaat als maatschappelijk woord. Maar klimaatvluchteling bestaat niet als zelfstandige juridische status in het internationale of Europese asielrecht. [2] [15]

Dat is misschien onbevredigend, maar het is wel de huidige stand van het recht.

Tegelijkertijd moet men niet de andere fout maken door te zeggen dat klimaat nooit juridisch relevant is. Dat is te kort door de bocht. Klimaatverandering kan vervolging versterken, conflict aanjagen, toegang tot basisvoorzieningen vernietigen, bestaande discriminatie verergeren en omstandigheden creëren waarin terugkeer onmenselijk wordt. In zulke gevallen moet de overheid klimaatfactoren serieus meenemen in de beoordeling. [6] [8]

Het gaat dus om een tussenpositie. Er is geen automatisch recht op asiel door klimaatverandering. Maar er kan wel bescherming bestaan wanneer de gevolgen van klimaatverandering, alleen of samen met andere factoren, leiden tot vervolging, ernstige schade of een mensenrechtelijk verboden terugkeerrisico.

Dat is ook de les van Teitiota. De zaak gaf geen algemene klimaatvluchtelingenstatus. Maar zij maakte wel duidelijk dat staten klimaatrisico’s niet volledig mogen negeren. Als de gevolgen van klimaatverandering zo ernstig worden dat het recht op leven of menselijke waardigheid wordt bedreigd, kan terugkeer juridisch verboden zijn. [8] [9]

Daarmee is klimaatmigratie een test voor het asielrecht. Kan een systeem dat is gebouwd rond individuele vervolging omgaan met collectieve, geleidelijke en grensoverschrijdende klimaatschade? Kan een procedure die zoekt naar concrete daders ook omgaan met schade zonder duidelijke dader? Kan een rechtsgebied dat bescherming vaak pas biedt bij acuut risico ook omgaan met langzaam naderende onbewoonbaarheid?

Voorlopig is het antwoord: beperkt.

Geen algemene bescherming voor klimaatmigranten

Het huidige recht biedt geen algemene bescherming voor klimaatmigranten. Maar het biedt wel aanknopingspunten. Die liggen bij vluchtelingschap wanneer klimaatverandering samenvalt met vervolging. Zij liggen bij subsidiaire bescherming wanneer klimaat, conflict of instorting van omstandigheden leidt tot ernstige schade. Zij liggen bij mensenrechten en non-refoulement wanneer terugkeer een reëel risico op onherstelbare schade oplevert. En zij liggen bij beleidsinstrumenten die staten aansporen om rampenverplaatsing, klimaatadaptatie en veilige migratieroutes serieuzer te nemen.

Conclusie: bescherming mogelijk, maar geen zelfstandige status

Mijn conclusie is daarom dat klimaatmigratie juridisch wél bescherming kan opleveren, maar niet omdat “klimaatmigrant” op zichzelf een beschermde status is.

Wie door klimaatverandering zijn huis verliest, is niet automatisch vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Wie vlucht voor droogte, overstroming of zeespiegelstijging krijgt niet automatisch subsidiaire bescherming. En het EU-Migratiepact heeft geen aparte klimaatstatus ingevoerd. [4] [7] [18]

Maar wanneer klimaatverandering leidt tot vervolging, ernstige schade, conflict, onmenselijke behandeling of een reëel risico op schending van het recht op leven, kan het recht bescherming bieden. Dan is klimaat niet de naam van de status, maar wel onderdeel van de risicoanalyse.

Dat maakt klimaatmigratie juridisch ingewikkeld en politiek belangrijk. De mensen die door klimaatverandering moeten vertrekken, vallen vaak precies tussen bestaande categorieën in. Zij zijn niet altijd “vluchteling” in klassieke zin, maar zij zijn ook niet simpelweg vrijwillige migranten.

Daar ligt de uitdaging voor de komende jaren. Het recht zal moeten bepalen of bestaande categorieën genoeg zijn, of dat klimaatverandering uiteindelijk om nieuwe vormen van bescherming vraagt.

Voor nu is het eerlijke antwoord: er bestaat geen aparte juridische status voor klimaatvluchtelingen, maar in uitzonderlijke situaties kan het bestaande asiel- en mensenrechtenrecht wél bescherming bieden.

Bronnenlijst

[1] UNHCR, 1951 Refugee Convention and 1967 Protocol. Over de vluchtelingendefinitie en de vijf vervolgingsgronden.

[2] EUAA, Subsidiary protection. Over subsidiaire bescherming als aanvullende vorm van internationale bescherming naast vluchtelingenstatus.

[3] Europese Unie, Verordening (EU) 2024/1347 – Kwalificatieverordening. Over vluchtelingenstatus, subsidiaire bescherming en ernstige schade.

[4] Hof van Justitie van de EU, Diakité, zaak C-285/12. Over het autonome begrip binnenlands gewapend conflict in het EU-asielrecht.

[5] EUAA, Article 15(c) QD/QR: indiscriminate violence in situations of armed conflict. Over willekeurig geweld, burgers, ernstige bedreiging en gewapend conflict.

[6] Hof van Justitie van de EU, Elgafaji, zaak C-465/07. Over de glijdende schaal bij willekeurig geweld en subsidiaire bescherming.

[7] Hof van Justitie van de EU, X en anderen, zaak C-125/22. Over de combinatie van algemene geweldssituatie en persoonlijke omstandigheden.

[8] Hof van Justitie van de EU, CF en DN, zaak C-901/19. Over het verbod om alleen met een vaste slachtofferdrempel te werken bij artikel 15(c).

[9] EUAA, Practical Guide on Qualification for International Protection. Over individuele, objectieve en onpartijdige beoordeling van internationale bescherming.

[10] EUAA, Internal protection alternative. Over de beoordeling of iemand veilig naar een ander deel van het land kan gaan.

[11] EUAA, Actors of protection. Over wie bescherming kan bieden en wanneer bescherming daadwerkelijk beschikbaar is.

[12] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Guide on Immigration Case-Law. Over artikel 3 EVRM, uitzetting en non-refoulement in migratiezaken.

[13] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Sufi en Elmi tegen het Verenigd Koninkrijk. Over artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Mogadishu in een situatie van intens geweld.

[14] EUAA, Ending International Protection. Over beëindiging en intrekking van internationale bescherming wanneer omstandigheden wezenlijk en duurzaam veranderen.

[15] Rijksoverheid, Nieuw Europees asielbeleid: Migratiepact. Over de nieuwe Europese asielregels die vanaf 12 juni 2026 gelden.

[16] IND, Nieuwe asielprocedure geeft aanvragers sneller duidelijkheid. Over de splitsing tussen A-status en B-status.

[17] IND, Gezinshereniging asiel. Over gezinshereniging en aanvullende voorwaarden voor subsidiair beschermden.

[18] Raad van State, Advies Wet invoering tweestatusstelsel. Over effectiviteit, uitvoerbaarheid en gevolgen van het tweestatusstelsel.

[19] Adviesraad Migratie, Advies over tweestatusstelsel. Over de positie van subsidiair beschermden en de aanscherping van nareisvoorwaarden.

[20] College voor de Rechten van de Mens, Grondrechtentoezichthouder Asiel- & migratiepact. Over toezicht op mensenrechten bij screening en asielgrensprocedures.

[21] Europese Unie, EU-Handvest van de grondrechten. Zie onder meer artikel 4, artikel 18, artikel 19 en artikel 47.

[22] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Hirsi Jamaa en anderen tegen Italië. Over non-refoulement, migratiecontrole en bescherming tegen terugzending naar risico.