In het kort - Leestijd: 7 minuten
• Het artikel behandelt bescherming bij oorlog, geweld en instabiliteit vanuit juridisch en praktisch perspectief.
• De belangrijkste regels, belangen en knelpunten worden in begrijpelijke taal uitgelegd.
• Ook wordt besproken wat het onderwerp betekent voor beleid, uitvoering en mensen in migratieprocedures.

Bescherming bij oorlog, geweld en instabiliteit

Wanneer mensen vluchten uit een land waar oorlog, geweld of instabiliteit heerst, lijkt de eerste gedachte vaak eenvoudig: wie uit oorlog komt, moet bescherming krijgen. Dat voelt logisch. Oorlog betekent bombardementen, beschietingen, milities, willekeurige arrestaties, verdwijningen, honger, verwoeste huizen, gesloten scholen, kapotte ziekenhuizen en families die uit elkaar worden geslagen. Wie daaruit vlucht, vlucht meestal niet lichtvaardig.

Toch werkt het asielrecht niet zo simpel.

In het recht is oorlog niet automatisch genoeg voor bescherming. Dat klinkt hard, maar het heeft te maken met de manier waarop internationale bescherming juridisch is opgebouwd. De overheid moet niet alleen kijken of een land onveilig is. Zij moet ook beoordelen welk soort gevaar iemand loopt, hoe ernstig dat gevaar is, of dat gevaar persoonlijk genoeg is, of het verband houdt met een beschermingsgrond, of er bescherming mogelijk is in het eigen land en of iemand misschien veilig naar een ander deel van het land kan gaan.

Daarom is bescherming bij oorlog, geweld en instabiliteit één van de moeilijkste onderwerpen binnen het asielrecht.

Het gewone taalgebruik en het juridische taalgebruik lopen hier snel door elkaar. In het dagelijks debat wordt iemand uit Syrië, Sudan, Jemen, Afghanistan of Oekraïne vaak een vluchteling genoemd. Juridisch is de vraag preciezer. Is iemand een verdragsvluchteling? Komt iemand in aanmerking voor subsidiaire bescherming? Geldt tijdelijke bescherming? Of is de situatie ernstig, maar juridisch toch niet genoeg voor een asielstatus?

Die verschillen zijn belangrijk.

Het Vluchtelingenverdrag beschermt mensen die een gegronde vrees hebben voor vervolging vanwege ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep. [1] Oorlog kan daarmee samenhangen. Iemand kan bijvoorbeeld worden vervolgd omdat hij tot een bepaalde etnische groep behoort, omdat hij weigert voor een regime te vechten, omdat hij journalist is, omdat hij politiek actief is, omdat hij lhbti is of omdat hij behoort tot een minderheid die door een gewapende groep wordt aangevallen.

In zulke gevallen kan oorlog de context zijn waarin vervolging plaatsvindt. De oorlog maakt het gevaar zichtbaar, maar de juridische kern is dan nog steeds vervolging vanwege een beschermingsgrond.

Maar niet iedereen die door oorlog wordt bedreigd, wordt vervolgd vanwege zo’n specifieke grond. Een burger kan gevaar lopen omdat een stad wordt gebombardeerd. Een gezin kan vluchten omdat milities en regeringslegers vechten in hun wijk. Een kind kan niet veilig naar school omdat er willekeurige beschietingen plaatsvinden. Een oudere kan niet terug omdat ziekenhuizen zijn vernietigd en checkpoints onvoorspelbaar zijn. In zulke gevallen is het gevaar soms niet gericht op wie iemand is, maar op waar iemand zich bevindt.

Daarvoor bestaat vooral subsidiaire bescherming.

Subsidiaire bescherming bij oorlog

Subsidiaire bescherming is bedoeld voor mensen die geen verdragsvluchteling zijn, maar bij terugkeer wel een reëel risico lopen op ernstige schade. [2] De Kwalificatieverordening noemt drie vormen van ernstige schade: de doodstraf of executie, foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, en een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger door willekeurig geweld in een internationaal of binnenlands gewapend conflict. [3]

Voor bescherming bij oorlog, geweld en instabiliteit is vooral die derde vorm belangrijk.

Die derde vorm klinkt ingewikkeld omdat zij eigenlijk vier vragen tegelijk stelt. Is er sprake van een gewapend conflict? Is er sprake van willekeurig geweld? Is de betrokkene een burger? En is de bedreiging van het leven of de persoon ernstig en individueel genoeg?

Dat zijn geen theoretische vragen. Zij bepalen of iemand bescherming krijgt of kan worden teruggestuurd.

Wat is een gewapend conflict

Het begrip “gewapend conflict” betekent niet dat een land officieel de oorlog moet hebben verklaard. Het kan gaan om een internationaal conflict tussen staten, maar ook om een binnenlands conflict tussen een staat en gewapende groepen of tussen gewapende groepen onderling. Het Hof van Justitie heeft in de zaak Diakité duidelijk gemaakt dat het begrip binnenlands gewapend conflict in het EU-asielrecht zelfstandig moet worden uitgelegd. Het hoeft dus niet precies samen te vallen met de technische definitie van een niet-internationaal gewapend conflict in het internationaal humanitair recht. [4]

Dat is belangrijk. Het asielrecht heeft namelijk een ander doel dan het oorlogsrecht. Het oorlogsrecht regelt hoe partijen zich tijdens een conflict moeten gedragen. Het asielrecht beoordeelt of iemand veilig kan terugkeren. Daarom moet de bescherming van burgers niet te snel afhankelijk worden gemaakt van ingewikkelde kwalificaties uit het oorlogsrecht.

Een situatie kan dus juridisch relevant zijn voor subsidiaire bescherming, ook wanneer discussie bestaat over de precieze kwalificatie van het conflict.

Toch is niet iedere vorm van instabiliteit meteen een gewapend conflict. Politieke chaos, criminaliteit, armoede, corruptie of algemene onveiligheid zijn op zichzelf niet genoeg. Er moet sprake zijn van een niveau van geweld dat past binnen de beschermingsnorm. Dat maakt de beoordeling moeilijk. Sommige landen zijn gevaarlijk, maar niet overal even gevaarlijk. Sommige regio’s kennen zware gevechten, terwijl andere gebieden relatief rustig zijn. Sommige steden zijn formeel onder controle van de overheid, maar in werkelijkheid onveilig door milities, bendes of willekeurige detentie.

Daarom moet de overheid altijd kijken naar de concrete situatie in het gebied waar iemand vandaan komt en naar de concrete situatie bij terugkeer.

Het tweede begrip is “willekeurig geweld”. Willekeurig betekent niet dat geweld zonder oorzaak plaatsvindt. Het betekent dat het geweld burgers kan raken ongeacht hun persoonlijke kenmerken. Een raketaanval, mortierbeschieting, droneaanval, straatgevecht, landmijn, luchtaanval of aanval op civiele infrastructuur kan mensen treffen zonder dat zij persoonlijk doelwit zijn. [5]

Juist dat maakt oorlog voor burgers zo gevaarlijk. Veel mensen vluchten niet omdat hun naam op een lijst staat, maar omdat het dagelijks leven zelf levensgevaarlijk is geworden.

Persoonlijke omstandigheden bij willekeurig geweld

Het Hof van Justitie heeft in Elgafaji uitgelegd dat willekeurig geweld onder omstandigheden zo ernstig kan zijn dat een burger alleen al door aanwezigheid in het gebied een reëel risico loopt. [6] Dat is een cruciaal punt. Het asielrecht eist dus niet altijd dat iemand persoonlijk is bedreigd, ontvoerd, gemarteld of gezocht. Soms is de algemene geweldssituatie zó ernstig dat het individuele risico voortvloeit uit het feit dat iemand burger is in dat gebied.

Maar die drempel ligt hoog.

Dat is de spanning. Aan de ene kant erkent het recht dat algemeen geweld bescherming kan rechtvaardigen. Aan de andere kant krijgt niet iedereen uit een onveilig land automatisch bescherming. Er moet worden beoordeeld hoe ernstig het geweld is en of het risico voor deze persoon voldoende reëel is.

Daarvoor wordt vaak gesproken over een glijdende schaal. Hoe hoger het algemene geweldsniveau in een gebied, hoe minder persoonlijke omstandigheden iemand hoeft aan te voeren. Hoe lager het algemene geweldsniveau, hoe belangrijker persoonlijke omstandigheden worden. [6] [7]

Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Als een stad dagelijks wordt gebombardeerd, ziekenhuizen niet functioneren, willekeurige beschietingen plaatsvinden en burgers massaal slachtoffer worden, kan het risico voor iedere burger zeer groot zijn. Dan hoeft iemand minder persoonlijke kenmerken te bewijzen. Als het geweldsniveau lager is, kan bescherming alsnog mogelijk zijn wanneer iemand extra kwetsbaar is, bijvoorbeeld door leeftijd, gezondheid, gezinssituatie, etniciteit, religie, gender, handicap, gebrek aan netwerk of eerdere bedreigingen.

Het Hof van Justitie bevestigde in de zaak X en anderen dat persoonlijke omstandigheden ook bij de beoordeling van willekeurig geweld een rol kunnen spelen. Een lager niveau van willekeurig geweld kan samen met specifieke persoonlijke omstandigheden toch leiden tot een reëel risico op ernstige schade. [7]

Geen mechanische geweldsdrempel

Dat is belangrijk, omdat het voorkomt dat de beoordeling te mechanisch wordt. Bescherming bij oorlog is niet alleen een kwestie van aantallen doden of gewonden. Het gaat ook om wie iemand is, waar iemand vandaan komt, hoe iemand zou moeten reizen, waar iemand terechtkomt, welke familie of bescherming iemand heeft en welke kwetsbaarheden bestaan.

Ook in de zaak CF en DN maakte het Hof van Justitie duidelijk dat autoriteiten niet alleen mogen werken met een vaste minimumdrempel van burgerslachtoffers. Het aantal doden en gewonden is relevant, maar niet het enige criterium. Ook de intensiteit van gevechten, de organisatie van strijdende partijen, de duur van het conflict, de geografische omvang van het geweld, de daadwerkelijke bestemming bij terugkeer en aanvallen op burgers kunnen meewegen. [8]

Dat is logisch. Oorlog kan niet volledig in cijfers worden gevangen. Een land kan relatief weinig geregistreerde slachtoffers hebben omdat onafhankelijke rapportage onmogelijk is. Een regio kan extreem gevaarlijk zijn door checkpoints, verdwijningen, seksueel geweld, rekrutering, landmijnen of vernietigde infrastructuur, terwijl het aantal officieel geregistreerde doden niet alles laat zien.

Daarom moet de beoordeling van oorlog, geweld en instabiliteit altijd kwalitatief én kwantitatief zijn.

Landeninformatie speelt hierbij een centrale rol. De IND, rechters en advocaten kijken naar ambtsberichten, rapporten van de EUAA, UNHCR, mensenrechtenorganisaties, VN-organen, journalisten en andere betrouwbare bronnen. Bij oorlogssituaties verandert de werkelijkheid snel. Een stad kan in maart relatief veilig lijken en in april het centrum van gevechten zijn. Een regio kan formeel onder controle van de staat staan, maar in de praktijk worden beheerst door milities. Een terugkeerroute kan op papier bestaan, maar in werkelijkheid onbegaanbaar of levensgevaarlijk zijn.

Daarom kan bescherming bij oorlog nooit worden beoordeeld met oude of algemene informatie alleen.

Actuele en individuele beoordeling

Het recht vereist een actuele en individuele beoordeling. [9]

Dat is ook waarom het verschil tussen “land” en “gebied” zo belangrijk is. Een asielzoeker komt juridisch niet alleen uit een land, maar uit een concrete regio, stad, dorp of wijk. De veiligheidssituatie in Kabul kan anders zijn dan in een provincie. De situatie in Khartoem kan anders zijn dan in een ander deel van Sudan. De situatie in Damascus kan anders zijn dan in Idlib, Aleppo of Deir ez-Zor. Het gaat niet alleen om de vlag op het paspoort, maar om de feitelijke terugkeerbestemming.

Toch mag de overheid soms zeggen dat iemand naar een ander deel van het land kan gaan. Dat heet het interne beschermingsalternatief. Als iemand in zijn eigen regio gevaar loopt, maar in een ander deel van het land veilig en redelijk kan verblijven, kan bescherming worden geweigerd. [10]

Maar ook dat mag niet te makkelijk worden aangenomen. Een intern beschermingsalternatief moet werkelijk bestaan. Het andere gebied moet bereikbaar zijn, veilig zijn, wettelijk toegankelijk zijn en iemand moet daar op een menswaardige manier kunnen leven. Het is niet genoeg dat er ergens op de kaart een rustiger gebied is. De vraag is of deze persoon daar daadwerkelijk naartoe kan en daar redelijkerwijs kan blijven.

Dat vraagt opnieuw om een concrete beoordeling.

Heeft iemand daar familie? Is er huisvesting? Kan iemand er werk vinden? Is er medische zorg? Is er bescherming tegen milities, autoriteiten of andere actoren? Kan een alleenstaande vrouw daar veilig leven? Kan een kind daar naar school? Kan iemand zonder documenten erheen reizen? Kan iemand die tot een minderheid behoort daar werkelijk bescherming krijgen?

Een intern beschermingsalternatief mag geen fictie zijn.

Bij oorlog en instabiliteit is ook van belang wie bescherming kan bieden. In theorie kan bescherming worden geboden door de staat of door partijen of organisaties die de staat of een aanzienlijk deel van het grondgebied controleren. Maar bescherming moet daadwerkelijk en niet tijdelijk zijn. [11] Een regering die alleen de hoofdstad controleert, biedt niet automatisch bescherming in het hele land. Een politieapparaat dat bestaat op papier, maar burgers niet beschermt tegen milities, kan juridisch onvoldoende zijn. Een internationale aanwezigheid die geen echte veiligheid garandeert, maakt terugkeer niet automatisch veilig.

Dit is vooral belangrijk in fragiele staten. Soms bestaan er ministeries, rechtbanken en politieposten, maar functioneren zij nauwelijks. Soms is de staat zelf partij bij het geweld. Soms zijn lokale autoriteiten verweven met gewapende groepen. Soms kan iemand aangifte doen, maar gebeurt er niets. In zulke situaties kan de vraag of bescherming beschikbaar is niet formeel worden beantwoord. De vraag is niet: bestaat er een overheid? De vraag is: kan die overheid deze persoon werkelijk beschermen?

Oorlog en instabiliteit raken bovendien verschillende groepen op verschillende manieren.

Kinderen lopen andere risico’s dan volwassenen. Zij kunnen slachtoffer worden van rekrutering, kinderarbeid, seksueel geweld, schooluitval, familieverlies, ondervoeding of trauma. Vrouwen en meisjes kunnen extra risico lopen op seksueel geweld, gedwongen huwelijk of uitbuiting. Lhbti-personen kunnen door oorlog en staatsinstorting nog minder bescherming hebben. Minderheden kunnen in conflictgebieden doelwit worden van gewapende groepen. Mensen met een beperking, ouderen en zieken kunnen moeilijk vluchten of medische zorg krijgen.

Daarom mag oorlog niet alleen als algemene achtergrond worden bekeken. Het gaat om de wisselwerking tussen de algemene veiligheidssituatie en de persoonlijke positie van de betrokkene.

Dat is precies waarom de zaak X en anderen zo belangrijk is. Het Hof van Justitie laat ruimte voor een gecombineerde beoordeling: algemene geweldssituatie plus persoonlijke omstandigheden. [7] Daarmee wordt voorkomen dat iemand buiten bescherming valt omdat het land “net niet gevaarlijk genoeg” is, terwijl zijn persoonlijke omstandigheden het risico bij terugkeer wél ernstig maken.

Artikel 3 EVRM als zelfstandige bescherming

Artikel 3 EVRM speelt daarnaast een zelfstandige rol. Dat artikel verbiedt foltering en onmenselijke of vernederende behandeling. Een staat mag iemand niet uitzetten wanneer er een reëel risico bestaat op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. [12] Dat verbod is absoluut. Dat betekent dat belangen als migratiecontrole, openbare orde of politieke druk niet kunnen rechtvaardigen dat iemand naar foltering of onmenselijke behandeling wordt teruggestuurd.

Oorlog buiten de vluchtelingendefinitie

Bij oorlog en geweld kan artikel 3 EVRM dus bescherming bieden, ook wanneer iemand niet precies binnen de vluchtelingendefinitie valt.

De zaak Sufi en Elmi tegen het Verenigd Koninkrijk laat zien dat extreme algemene geweldssituaties onder artikel 3 EVRM kunnen vallen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens keek naar de situatie in Mogadishu en oordeelde dat terugkeer naar een situatie van intens geweld en humanitaire nood in strijd kon komen met artikel 3. [13]

Ook hier gaat het niet om een simpele regel dat iedere oorlog automatisch artikel 3 EVRM activeert. Het gaat om de ernst van de omstandigheden. Hoe zwaar is het geweld? Hoe onvoorspelbaar is het? Worden burgers geraakt? Is er toegang tot voedsel, water, medische zorg en onderdak? Kan iemand zich veilig verplaatsen? Is er bescherming beschikbaar?

Oorlog kan dus zowel binnen het EU-asielrecht als binnen het EVRM tot bescherming leiden.

Maar instabiliteit alleen is niet altijd genoeg. Dat is misschien het moeilijkste deel van dit onderwerp. Een land kan onveilig, arm en corrupt zijn, maar juridisch toch niet de drempel halen voor internationale bescherming. Een asielprocedure is geen algemene beoordeling van waar het leven moeilijk is. Het is een beoordeling van vervolging, ernstige schade en refoulementrisico.

Dat betekent niet dat de situatie van mensen uit instabiele landen niet ernstig is. Het betekent wel dat asielrecht een begrensd instrument is.

Die begrenzing is soms moeilijk te verdedigen in menselijke termen. Iemand kan terecht zeggen: “Mijn land is kapot, er is geen werk, geen school, geen ziekenhuis en geen toekomst.” Juridisch is de vervolgvraag dan: leidt terugkeer tot vervolging of ernstige schade in de zin van het asielrecht? Als het antwoord nee is, kan bescherming worden geweigerd, hoe schrijnend de situatie ook is.

Daar zit een harde grens tussen humanitaire nood en juridische bescherming.

Tegelijkertijd mag die grens niet te strak worden getrokken. Want oorlog en instabiliteit werken vaak door elkaar. Een gebrek aan voedsel kan het gevolg zijn van belegering. Geen medische zorg kan het gevolg zijn van bombardementen. Armoede kan het gevolg zijn van doelbewuste uitsluiting. Onveiligheid kan het gevolg zijn van milities die burgers terroriseren. Wat op het eerste gezicht een algemeen sociaal probleem lijkt, kan bij nader onderzoek onderdeel zijn van ernstige schade.

Daarom is zorgvuldigheid zo belangrijk.

Bij bescherming bij oorlog, geweld en instabiliteit moet de overheid niet alleen vragen: is er oorlog? Zij moet ook vragen: wat betekent deze situatie voor deze persoon?

Dat geldt ook voor mensen die al eerder bescherming hebben gekregen. Als een oorlog afneemt of een regime verandert, kan de overheid onderzoeken of bescherming nog nodig is. Maar beëindiging van bescherming mag niet worden gebaseerd op oppervlakkige optimistische landenbeelden. De verandering moet wezenlijk en duurzaam zijn. [14]

Dat is belangrijk in landen waar geweld tijdelijk afneemt, maar onderliggende risico’s blijven bestaan. Een staakt-het-vuren betekent niet automatisch veiligheid. Een machtswisseling betekent niet automatisch rechtsstaat. De terugkeer van diplomatieke contacten betekent niet automatisch dat burgers veilig zijn. Ook na het einde van actieve gevechten kunnen mijnen, wraakacties, willekeurige arrestaties, vernietigde infrastructuur en gebrek aan basisvoorzieningen blijven bestaan.

Bescherming bij oorlog eindigt dus niet automatisch wanneer het nieuws minder aandacht aan een conflict besteedt.

Actuele conflicten en veranderende risico’s

De actualiteit maakt dit onderwerp extra belangrijk. Sinds 12 juni 2026 gelden nieuwe Europese asielregels onder het EU-Asiel- en Migratiepact. [15] Onder dat pact is de Kwalificatieverordening van toepassing, waarin de criteria voor vluchtelingenstatus en subsidiaire bescherming op EU-niveau verder worden geharmoniseerd. [2] [3]

Voor mensen die vluchten voor oorlog, geweld en instabiliteit betekent dit dat de juridische beoordeling nog meer in het Europese kader wordt geplaatst. De vraag of iemand vluchteling is of subsidiair beschermd wordt, moet worden beoordeeld aan de hand van gemeenschappelijke Europese criteria.

Het Nederlandse tweestatusstelsel

In Nederland is daar een nationale ontwikkeling bijgekomen: de invoering van het tweestatusstelsel. De IND legt uit dat de beschermingsgronden zijn gesplitst in vluchtelingschap, de A-status, en subsidiaire bescherming, de B-status. [16] Dat is juist voor mensen uit oorlogssituaties belangrijk, omdat zij relatief vaak in de categorie subsidiaire bescherming kunnen vallen.

Dat onderscheid heeft praktische gevolgen. Subsidiair beschermden kunnen onder strengere voorwaarden vallen bij gezinshereniging. De IND vermeldt dat voor gezinshereniging van subsidiair beschermden aanvullende voorwaarden gelden, waaronder voldoende inkomen, een eigen woning en een wachttijd van twee jaar. [17]

Daarmee wordt de juridische kwalificatie van bescherming belangrijker dan voorheen.

Voor iemand die uit oorlog vlucht, kan het verschil tussen vluchtelingenstatus en subsidiaire bescherming dus grote gevolgen hebben. Niet omdat de oorlog minder ernstig is, maar omdat het recht verschillende categorieën maakt. Iemand met een B-status is niet per definitie minder kwetsbaar dan iemand met een A-status. Maar de rechten die aan de status verbonden zijn, kunnen wel verschillen.

Dat roept spanning op.

Een ouder die subsidiaire bescherming krijgt omdat terugkeer naar oorlog te gevaarlijk is, kan nog steeds jarenlang van zijn kinderen gescheiden blijven door strengere nareisvoorwaarden. Een gezin dat vlucht voor willekeurig geweld kan juridisch anders worden behandeld dan een gezin dat vlucht voor vervolging, terwijl beide gezinnen feitelijk niet veilig terug kunnen.

Dat maakt bescherming bij oorlog ook een onderwerp van gezinsleven, menselijke waardigheid en effectieve rechtsbescherming.

De Raad van State heeft bij het tweestatusstelsel kritisch gekeken naar de vraag of de maatregelen daadwerkelijk zouden bijdragen aan minder instroom of een efficiëntere asielprocedure. [18] De Adviesraad Migratie wees er bovendien op dat subsidiair beschermden niet zomaar gelijkgesteld kunnen worden aan reguliere migranten, juist omdat zij bescherming nodig hebben en vaak niet kunnen terugkeren naar hun land van herkomst. [19]

Dat punt is juridisch en menselijk belangrijk. Iemand die bescherming krijgt tegen oorlog of ernstige schade is niet hetzelfde als iemand die vrijwillig migreert voor werk of studie. De staat heeft erkend dat terugkeer niet veilig is. Dan is het problematisch om bij gezinshereniging te doen alsof gezinsleven eenvoudig in het land van herkomst kan worden uitgeoefend.

Het nieuwe pact zet ook druk op procedures. Er komen snellere procedures en grensprocedures. Het College voor de Rechten van de Mens is sinds 2026 aangewezen als grondrechtentoezichthouder binnen het pact en controleert of mensenrechten worden nageleefd bij screening en asielgrensprocedures. [20]

Dat is relevant voor mensen die vluchten voor oorlog en geweld. Juist hun zaken kunnen complex zijn. Zij hebben vaak trauma, weinig documenten, wisselende landeninformatie en ingewikkelde routes. Als een procedure sneller wordt, moet zij nog steeds zorgvuldig blijven. Sneller beslissen is alleen positief wanneer de beslissing ook juist is.

De complexiteit van het asielgehoor

Een oorlogssituatie kan niet altijd in een kort gehoor worden uitgelegd. Iemand moet kunnen vertellen waar hij vandaan komt, welke groepen daar actief zijn, welke route hij heeft genomen, welke familieleden zijn achtergebleven, welke documenten ontbreken en welke persoonlijke risico’s bestaan. Een tolk moet beschikbaar zijn. Kwetsbaarheid moet worden herkend. Landeninformatie moet actueel zijn. De beslissing moet goed worden gemotiveerd.

Zonder die waarborgen wordt versnelling gevaarlijk.

Bescherming bij oorlog raakt ook aan bewijsproblemen. Van iemand die vlucht uit een conflictgebied kan niet altijd worden verwacht dat hij documenten meeneemt. Paspoorten raken kwijt, huizen worden verwoest, overheidsinstanties functioneren niet, ziekenhuizen geven geen verklaringen af, scholen zijn gesloten en digitale gegevens zijn onbereikbaar. Soms is het juist gevaarlijk om documenten bij zich te dragen, omdat checkpoints of milities daaruit politieke, religieuze of etnische conclusies trekken.

Daarom moet bewijs in asielzaken realistisch worden beoordeeld.

Dat betekent niet dat alles zomaar moet worden geloofd. De overheid mag vragen stellen, verklaringen toetsen en tegenstrijdigheden onderzoeken. Maar zij moet ook rekening houden met oorlogsomstandigheden, trauma, stress, taalproblemen en het feit dat mensen soms niet precies weten welke actor hen bedreigt.

In oorlog is geweld vaak chaotisch. Een burger weet niet altijd of een aanval kwam van het regeringsleger, een militie, een buitenlandse actor of een lokale commandant. Hij weet soms alleen dat zijn wijk werd beschoten, zijn broer verdween of zijn dochter niet meer veilig naar school kon.

Het asielrecht moet ruimte hebben voor die werkelijkheid.

Verschillende groepen, verschillende oorlogsrisico’s

Een ander belangrijk punt is dat oorlog niet voor iedereen dezelfde betekenis heeft. Mannen van dienstplichtige leeftijd kunnen risico lopen op gedwongen rekrutering of bestraffing wegens dienstweigering. Vrouwen kunnen risico lopen op seksueel geweld of gedwongen huwelijk. Kinderen kunnen risico lopen op rekrutering of uitbuiting. Religieuze of etnische minderheden kunnen in oorlog extra kwetsbaar zijn. Journalisten, activisten, hulpverleners of voormalige ambtenaren kunnen persoonlijk doelwit worden.

Daarom kan een oorlogssituatie soms leiden tot vluchtelingenstatus en soms tot subsidiaire bescherming.

Als iemand persoonlijk wordt vervolgd vanwege een beschermingsgrond, ligt vluchtelingenstatus voor de hand. Als iemand vooral gevaar loopt door algemeen of willekeurig geweld, ligt subsidiaire bescherming meer voor de hand. Maar in de praktijk overlappen die twee vaak. Een burgeroorlog kan zowel algemene onveiligheid veroorzaken als gerichte vervolging van bepaalde groepen.

Daarom moet de overheid niet te snel zeggen: dit is alleen maar oorlog.

Oorlog kan vervolging verbergen. Een regime kan oppositieleden oppakken onder het mom van veiligheid. Een gewapende groep kan minderheden aanvallen onder het mom van militaire strategie. Een overheid kan dienstweigeraars bestraffen op een manier die verband houdt met politieke overtuiging. Een vrouw kan in een conflictgebied extra gevaar lopen door gendergerelateerd geweld waar de staat geen bescherming tegen biedt.

Vervolging en ernstige schade lopen door elkaar

Het onderscheid tussen vervolging en ernstige schade is juridisch noodzakelijk, maar de werkelijkheid houdt zich niet altijd netjes aan die categorieën.

Ook het begrip “instabiliteit” verdient aandacht. Instabiliteit wordt soms gebruikt als verzamelwoord voor alles wat niet in de klassieke oorlogscategorie past: staatsfalen, bendegeweld, politieke chaos, extreme criminaliteit, milities, corruptie, voedseltekorten, economische ineenstorting en gebrek aan basisvoorzieningen.

Juridisch is instabiliteit op zichzelf niet genoeg. Maar instabiliteit kan wel relevant zijn wanneer zij leidt tot ernstige schade of wanneer zij verklaart waarom de staat geen bescherming kan bieden. Als bendes of milities bepaalde gebieden beheersen en de overheid burgers niet beschermt, kan het risico concreet genoeg zijn. Als staatsinstorting leidt tot willekeurige detentie, foltering, verdwijningen of onmenselijke behandeling, kan bescherming nodig zijn.

De vraag is dus niet of een land instabiel is. De vraag is wat die instabiliteit betekent voor het risico bij terugkeer.

Daarmee is bescherming bij oorlog, geweld en instabiliteit uiteindelijk een oefening in precisie. Het recht moet niet blind zijn voor menselijk leed, maar het mag ook niet iedere slechte situatie automatisch onder asielbescherming brengen. Het moet het verschil zien tussen algemene moeilijke omstandigheden en juridisch relevante ernstige schade.

Die precisie is lastig, maar noodzakelijk.

Zonder precisie wordt het asielrecht willekeurig. Dan krijgen sommige mensen bescherming omdat hun conflict bekend is in het nieuws, terwijl anderen uit minder zichtbare conflicten worden vergeten. Dan worden mensen uit één land allemaal hetzelfde behandeld, terwijl regionale verschillen groot zijn. Dan wordt iemand afgewezen omdat hij niet persoonlijk is bedreigd, terwijl het algemene geweldsniveau extreem is. Of iemand krijgt geen bescherming omdat het aantal geregistreerde slachtoffers te laag lijkt, terwijl rapportage onmogelijk is.

Goede bescherming vereist dus actuele informatie, individuele beoordeling en rechterlijke controle.

Daarom is effectieve rechtsbescherming zo belangrijk. Artikel 47 van het EU-Handvest beschermt het recht op een doeltreffende voorziening in rechte. [21] In oorlogszaken is dat geen formaliteit. Een rechter moet kunnen toetsen of de IND de landeninformatie goed heeft gelezen, of het geweldsniveau juist is beoordeeld, of persoonlijke omstandigheden voldoende zijn meegewogen en of een intern beschermingsalternatief niet te makkelijk is aangenomen.

Fouten kunnen levensgevaarlijk zijn

Een fout in dit soort zaken kan levensgevaarlijke gevolgen hebben.

Dat geldt ook bij terugkeerbeleid. De staat mag terugkeer organiseren van mensen die geen recht hebben op verblijf. Maar terugkeer mag nooit plaatsvinden wanneer een reëel risico bestaat op vervolging, foltering, onmenselijke behandeling of ernstige schade. Het beginsel van non-refoulement blijft de absolute ondergrens. [12] [21]

Die ondergrens is juist bij oorlog en geweld essentieel. Politieke druk om sneller terug te keren mag niet leiden tot oppervlakkige risicobeoordeling. Een land kan diplomatiek als “veilig genoeg” worden gepresenteerd, terwijl bepaalde regio’s, groepen of terugkeerprofielen nog steeds gevaar lopen.

Daarom moet het debat over bescherming bij oorlog voorzichtig zijn met algemene uitspraken.

“Het land is weer veilig” is zelden genoeg. Veilig voor wie? In welk gebied? Via welke route? Met welke documenten? Voor mannen, vrouwen, kinderen, minderheden, activisten, dienstweigeraars, alleenstaanden, zieken of gezinnen? Onder bescherming van welke autoriteit? En hoe duurzaam is die veiligheid?

Dat zijn de vragen die een rechtsstaat moet stellen.

Conclusie: meer dan de vraag of een land onveilig is

Mijn conclusie is daarom dat bescherming bij oorlog, geweld en instabiliteit juridisch veel complexer is dan de simpele vraag of een land onveilig is.

Oorlog kan leiden tot vluchtelingenstatus wanneer iemand wordt vervolgd vanwege een beschermingsgrond. Oorlog kan leiden tot subsidiaire bescherming wanneer iemand bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade, zoals executie, foltering, onmenselijke behandeling of een ernstige bedreiging door willekeurig geweld in een gewapend conflict. [1] [2] [3]

Maar oorlog leidt niet automatisch tot bescherming. De overheid moet kijken naar de ernst van het geweld, de regio van herkomst, de persoonlijke omstandigheden, de mogelijkheid van bescherming, de vraag of een intern beschermingsalternatief bestaat en de actuele landeninformatie.

Dat maakt het onderwerp juridisch streng, maar niet onmenselijk. Juist omdat de gevolgen zo groot zijn, moet de beoordeling zorgvuldig zijn.

Bescherming bij oorlog gaat niet alleen over geopolitiek. Het gaat over de vraag of een concrete persoon veilig kan terugkeren naar een concrete plek.

En als het antwoord daarop nee is, dan moet het recht bescherming bieden.

Bronnenlijst

[1] UNHCR, 1951 Refugee Convention and 1967 Protocol. Over de vluchtelingendefinitie en de vijf vervolgingsgronden.

[2] EUAA, Subsidiary protection. Over subsidiaire bescherming als aanvullende vorm van internationale bescherming naast vluchtelingenstatus.

[3] Europese Unie, Verordening (EU) 2024/1347 – Kwalificatieverordening. Over vluchtelingenstatus, subsidiaire bescherming en ernstige schade.

[4] Hof van Justitie van de EU, Diakité, zaak C-285/12. Over het autonome begrip binnenlands gewapend conflict in het EU-asielrecht.

[5] EUAA, Article 15(c) QD/QR: indiscriminate violence in situations of armed conflict. Over willekeurig geweld, burgers, ernstige bedreiging en gewapend conflict.

[6] Hof van Justitie van de EU, Elgafaji, zaak C-465/07. Over de glijdende schaal bij willekeurig geweld en subsidiaire bescherming.

[7] Hof van Justitie van de EU, X en anderen, zaak C-125/22. Over de combinatie van algemene geweldssituatie en persoonlijke omstandigheden.

[8] Hof van Justitie van de EU, CF en DN, zaak C-901/19. Over het verbod om alleen met een vaste slachtofferdrempel te werken bij artikel 15(c).

[9] EUAA, Practical Guide on Qualification for International Protection. Over individuele, objectieve en onpartijdige beoordeling van internationale bescherming.

[10] EUAA, Internal protection alternative. Over de beoordeling of iemand veilig naar een ander deel van het land kan gaan.

[11] EUAA, Actors of protection. Over wie bescherming kan bieden en wanneer bescherming daadwerkelijk beschikbaar is.

[12] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Guide on Immigration Case-Law. Over artikel 3 EVRM, uitzetting en non-refoulement in migratiezaken.

[13] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Sufi en Elmi tegen het Verenigd Koninkrijk. Over artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Mogadishu in een situatie van intens geweld.

[14] EUAA, Ending International Protection. Over beëindiging en intrekking van internationale bescherming wanneer omstandigheden wezenlijk en duurzaam veranderen.

[15] Rijksoverheid, Nieuw Europees asielbeleid: Migratiepact. Over de nieuwe Europese asielregels die vanaf 12 juni 2026 gelden.

[16] IND, Nieuwe asielprocedure geeft aanvragers sneller duidelijkheid. Over de splitsing tussen A-status en B-status.

[17] IND, Gezinshereniging asiel. Over gezinshereniging en aanvullende voorwaarden voor subsidiair beschermden.

[18] Raad van State, Advies Wet invoering tweestatusstelsel. Over effectiviteit, uitvoerbaarheid en gevolgen van het tweestatusstelsel.

[19] Adviesraad Migratie, Advies over tweestatusstelsel. Over de positie van subsidiair beschermden en de aanscherping van nareisvoorwaarden.

[20] College voor de Rechten van de Mens, Grondrechtentoezichthouder Asiel- & migratiepact. Over toezicht op mensenrechten bij screening en asielgrensprocedures.

[21] Europese Unie, EU-Handvest van de grondrechten. Zie onder meer artikel 4, artikel 18, artikel 19 en artikel 47.

[22] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Hirsi Jamaa en anderen tegen Italië. Over non-refoulement, migratiecontrole en bescherming tegen terugzending naar risico.