In het kort - Leestijd: 8 minuten
• Het artikel behandelt minderjarige asielzoekers onder het pact vanuit juridisch en praktisch perspectief.
• De belangrijkste regels, belangen en knelpunten worden in begrijpelijke taal uitgelegd.
• Ook wordt besproken wat het onderwerp betekent voor beleid, uitvoering en mensen in migratieprocedures.
Minderjarige asielzoekers onder het Pact
Een van de belangrijkste vragen bij het EU-Migratiepact is wat het betekent voor kinderen. Dat geldt vooral voor minderjarige asielzoekers en alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Het Pact gaat vaak over grote woorden zoals grenscontrole, screening, solidariteit, Eurodac en snellere procedures. Maar achter al die woorden zitten ook kinderen die bescherming zoeken. Voor hen is het nieuwe Europese asielsysteem niet zomaar beleid. Het bepaalt waar zij terechtkomen, hoe snel zij worden gehoord, wie hen helpt en of hun kwetsbaarheid op tijd wordt gezien.
Dat maakt dit onderwerp extra belangrijk. Een minderjarige asielzoeker is niet gewoon een kleine volwassene. Een kind begrijpt juridische procedures vaak minder goed. Een kind vertelt anders, onthoudt anders en reageert anders op stress. Sommige kinderen reizen met hun ouders of familieleden. Andere kinderen reizen alleen, zonder ouder of wettelijke verzorger. Juist die laatste groep is bijzonder kwetsbaar, omdat zij in een vreemd land terechtkomen zonder iemand die vanzelfsprekend voor hen opkomt.
Het belang van het kind als uitgangspunt
Het EU-Migratiepact zegt op verschillende plekken dat rekening moet worden gehouden met kwetsbare personen en met het belang van het kind. Dat klinkt goed. Toch is de echte vraag niet of kinderrechten in de regels worden genoemd. De echte vraag is of zij in de praktijk sterk genoeg zijn. Want een recht dat op papier bestaat, kan in een snelle procedure alsnog weinig betekenen als een kind niet goed wordt gehoord, geen goede begeleiding krijgt of in een systeem terechtkomt dat vooral gericht is op controle en snelheid.
Om te begrijpen waarom dit belangrijk is, moet je eerst zien hoeveel kinderen met migratie en asiel in Europa te maken krijgen. Volgens cijfers van UNICEF, UNHCR en IOM kwamen in 2024 meer dan 41.000 kinderen aan in landen aan de Europese buitengrens, zoals Bulgarije, Cyprus, Griekenland, Italië, Malta en Spanje. Meer dan de helft van deze kinderen was alleenstaand of gescheiden van ouders of verzorgers. [1] Dat betekent dat het niet om een kleine uitzonderingsgroep gaat. Kinderen zijn een zichtbaar en kwetsbaar onderdeel van migratie naar Europa.
Het Pact is sinds 12 juni 2026 van toepassing. Vanaf die datum moeten lidstaten werken met de nieuwe regels over screening, asielprocedures, grensprocedures, opvang, Eurodac en verantwoordelijkheid tussen lidstaten. Voor kinderen betekent dit dat zij vanaf het eerste moment in aanraking kunnen komen met een systeem dat sneller en strakker is ingericht dan voorheen. De vraag is of dat systeem genoeg ruimte laat voor hun leeftijd, ontwikkeling en kwetsbaarheid.
Een belangrijk uitgangspunt is het belang van het kind. In gewone taal betekent dit dat overheden bij beslissingen over kinderen niet alleen mogen kijken naar migratiecontrole, capaciteit of snelheid. Zij moeten ook kijken naar wat voor het kind zelf het beste is. Dat betekent niet dat een kind altijd automatisch krijgt wat het wil, maar wel dat zijn of haar situatie serieus en afzonderlijk moet worden beoordeeld. Het belang van het kind moet een primaire overweging zijn. [2]
Dat uitgangspunt klinkt eenvoudig, maar is in de praktijk ingewikkeld. Wat is bijvoorbeeld in het belang van een kind dat net alleen is aangekomen in Europa? Is dat snelle duidelijkheid? Veiligheid? Contact met familie? Rust? Onderwijs? Medische hulp? Psychologische begeleiding? Waarschijnlijk is het antwoord vaak al deze dingen tegelijk. Juist daarom werkt een puur administratieve benadering niet goed bij kinderen. Hun situatie vraagt om meer dan alleen registratie en procedurele afhandeling.
Screening en leeftijdsbepaling
De eerste fase waarin kinderen met het Pact te maken kunnen krijgen, is de screeningprocedure. Screening is de eerste controle aan het begin van het systeem. Tijdens de screening wordt gekeken wie iemand is, waar iemand vandaan komt, of iemand asiel wil aanvragen, of er veiligheidsrisico’s zijn en of iemand kwetsbaar is. Voor kinderen is dat moment cruciaal. Als een kind vanaf het begin goed wordt herkend als minderjarig en kwetsbaar, kan het systeem daarop reageren. Als dat niet gebeurt, kan het kind in een procedure terechtkomen die niet bij zijn of haar situatie past. [3]
Screening kan dus bescherming bieden, maar ook risico’s opleveren. Aan de ene kant kan screening helpen om kinderen sneller te identificeren, medische problemen te signaleren en alleenstaande minderjarigen door te verwijzen naar passende begeleiding. Aan de andere kant is screening een korte en vroege fase. Een kind dat net is aangekomen, begrijpt vaak niet wat er gebeurt. Het kan bang zijn voor autoriteiten, moe zijn van de reis of beïnvloed zijn door volwassenen. Sommige kinderen durven niet te zeggen dat zij alleen reizen. Andere kinderen weten niet hoe oud zij precies zijn of kunnen hun leeftijd niet bewijzen.
Dat maakt leeftijd extra belangrijk. In het asielrecht kan het verschil tussen minderjarig en meerderjarig enorm zijn. Een minderjarige heeft recht op extra bescherming, begeleiding en waarborgen. Een volwassene wordt anders behandeld. Als de overheid twijfelt aan iemands leeftijd, kan een leeftijdsonderzoek nodig zijn. De Asielprocedureverordening bepaalt dat zo’n leeftijdsbeoordeling de waardigheid en het belang van het kind moet respecteren. [4] Dat is belangrijk, omdat leeftijdsonderzoek gevoelig is. Het mag niet worden gebruikt als snelle manier om twijfel weg te nemen ten koste van het kind.
Een kind zonder documenten is niet automatisch ongeloofwaardig. Veel kinderen die vluchten hebben geen paspoort of geboorteakte bij zich. Soms zijn documenten onderweg verloren gegaan. Soms zijn zij afgepakt door smokkelaars. Soms komen kinderen uit landen waar registratie slecht werkt of waar officiële documenten niet betrouwbaar zijn. Daarom moet twijfel over leeftijd voorzichtig worden behandeld. Als een kind ten onrechte als volwassene wordt gezien, kan dat gevolgen hebben voor opvang, begeleiding, procedure en bescherming.
Voogdij en vertegenwoordiging
Voor alleenstaande minderjarigen is vertegenwoordiging essentieel. Een kind dat zonder ouder of verzorger aankomt, kan de procedure meestal niet zelfstandig begrijpen of voeren. Het heeft iemand nodig die zijn of haar belangen beschermt. In juridische termen gaat het vaak om een vertegenwoordiger of voogd. In gewone taal betekent dit: een volwassene die niet namens de overheid beslist over de asielaanvraag, maar die helpt om het kind door het systeem te begeleiden en op te komen voor zijn of haar belangen. [5]
Die vertegenwoordiger moet snel beschikbaar zijn. Als een kind pas laat begeleiding krijgt, kunnen belangrijke momenten al voorbij zijn. Denk aan de eerste registratie, het eerste gesprek, de screening of de keuze voor een bepaalde procedure. Juist aan het begin is er veel onzekerheid. Een kind weet vaak niet wat het moet vertellen en wat juridisch belangrijk is. Zonder goede begeleiding kan informatie verloren gaan die later moeilijk te herstellen is.
Grensprocedures, opvang en detentie
Een ander belangrijk punt is de grensprocedure. Onder het Pact krijgen grensprocedures een grotere rol. In sommige gevallen kan een asielaanvraag aan of bij de buitengrens sneller worden behandeld. Voor alleenstaande minderjarigen geldt dat de grensprocedure niet wordt toegepast, tenzij zij een veiligheidsrisico vormen. [6] Dat is een belangrijke bescherming. Het uitgangspunt is dus dat alleenstaande kinderen niet zomaar in zo’n grensprocedure terechtkomen.
Toch betekent dit niet dat alle zorgen verdwenen zijn. Ook kinderen die met familie reizen kunnen te maken krijgen met procedures aan de grens. Bovendien kunnen kinderen tijdens screening of andere fases in een situatie terechtkomen waarin hun bewegingsvrijheid beperkt is. UNICEF waarschuwde bij de aanneming van het Pact dat lidstaten moeten voorkomen dat bewegingsbeperkingen tijdens screening, grensprocedures, asielprocedures of terugkeerprocedures in de praktijk neerkomen op detentie van kinderen. UNICEF benadrukt dat immigratiedetentie schadelijk is voor de gezondheid, ontwikkeling en het welzijn van kinderen, zelfs als het maar kort duurt. [7]
Dit punt is heel belangrijk. Detentie klinkt misschien alsof het alleen gaat om gevangenissen, maar bij migratie kan vrijheidsbeperking subtieler zijn. Een kind kan op een locatie worden gehouden waar het niet vrij weg kan. Het kan in een afgesloten centrum verblijven of in een omgeving waar de bewegingsruimte sterk beperkt is. Juridisch kan daar discussie over bestaan, maar voor een kind voelt het vooral alsof het vastzit. Dat kan angst, stress en trauma verergeren.
De nieuwe Opvangrichtlijn zegt dat minderjarigen in beginsel niet mogen worden gedetineerd. Als detentie toch wordt gebruikt, mag dat alleen in uitzonderlijke omstandigheden, als laatste middel en voor de kortst mogelijke periode. Kinderen mogen bovendien niet in een gevangenis of vergelijkbare politiefaciliteit worden geplaatst. Ook moeten zij toegang hebben tot onderwijs en tot passende activiteiten zoals spel en recreatie. [8] Deze regels laten zien dat het Europese recht erkent dat kinderen extra bescherming nodig hebben. Maar ook hier geldt dat de praktijk bepalend is. Een regel tegen detentie helpt alleen als lidstaten daadwerkelijk zorgen voor alternatieven.
Voor kinderen is opvang minstens zo belangrijk als de procedure zelf. Een kind dat bescherming zoekt, heeft niet alleen een juridisch antwoord nodig. Het heeft ook rust, veiligheid, onderwijs, zorg en begeleiding nodig. Een procedure kan op papier correct zijn, maar alsnog schadelijk worden als de opvangomstandigheden slecht zijn. Overvolle centra, gebrek aan privacy, onveiligheid of gebrek aan onderwijs kunnen grote gevolgen hebben voor de ontwikkeling van een kind.
Alleenstaande minderjarigen lopen daarbij extra risico. Zij kunnen slachtoffer worden van uitbuiting, mensenhandel of verdwijning. Als opvang niet veilig is of begeleiding ontbreekt, kunnen kinderen uit beeld raken. Dat is een van de redenen waarom snelle registratie belangrijk kan zijn. Maar registratie alleen is niet genoeg. Een kind moet niet alleen bekend zijn in een systeem, maar ook daadwerkelijk beschermd worden.
Eurodac en biometrische registratie
Het Pact raakt kinderen ook via Eurodac. Eurodac is de Europese databank waarin biometrische gegevens worden opgeslagen, zoals vingerafdrukken en gezichtsbeelden. Onder de nieuwe Eurodac-regels wordt de minimumleeftijd voor het afnemen van biometrische gegevens verlaagd naar zes jaar. Volgens de EU kan dit helpen om kinderen beter te identificeren en bijvoorbeeld vermiste kinderen op te sporen. [9]
Tegelijkertijd is dit een gevoelig onderwerp. Biometrische registratie van kinderen betekent dat zeer persoonlijke gegevens van jonge kinderen in een groot Europees systeem worden opgeslagen. Dat roept vragen op over privacy, gegevensbescherming en proportionaliteit. Helpt het kinderen echt, of worden zij vooral onderdeel van een controlesysteem? Wie krijgt toegang tot hun gegevens? Hoe lang worden die gegevens bewaard? En wat gebeurt er als gegevens onjuist worden verwerkt?
Wat zeggen kinderrechtenorganisaties?
PICUM en andere organisaties hebben kritisch gekeken naar kinderrechten binnen het Pact. Zij wijzen erop dat het verlagen van de leeftijd voor biometrische registratie naar zes jaar wordt verdedigd met argumenten over bescherming, maar dat dit tegelijkertijd bijdraagt aan een bredere normalisering van controle over kinderen in migratieprocedures. [10] Dat is een belangrijk spanningsveld. Een maatregel kan worden gepresenteerd als bescherming, maar in de praktijk ook vooral toezicht en controle versterken.
De vraag is dus, wordt een kind gezien als kind, of vooral als migrant? Dat klinkt misschien simpel, maar is de kern van het probleem. In migratiebeleid worden mensen vaak ingedeeld in categorieën zoals asielzoeker, derdelander, irreguliere migrant, Dublinclaimant, grensprocedure, veilig land van herkomst, etc. Kinderen verdwijnen gemakkelijk in zulke categorieën. Maar een kind blijft eerst en vooral een kind. Het heeft eigen rechten, eigen kwetsbaarheden en eigen behoeften.
Dit betekent niet dat kinderen nooit onderdeel kunnen zijn van een asielprocedure. Natuurlijk moet ook bij kinderen worden beoordeeld of zij bescherming nodig hebben. Maar de manier waarop dat gebeurt, moet aangepast zijn aan hun leeftijd en situatie. Een kind moet informatie krijgen op een manier die het begrijpt. Een kind moet niet onder druk worden gezet alsof het een volwassen procespartij is. Gesprekken moeten kindvriendelijk zijn. De aanwezigheid van een vertegenwoordiger moet goed geregeld zijn. En beslissingen moeten duidelijk uitleggen hoe het belang van het kind is meegewogen.
De EUAA heeft in 2026 een praktische gids uitgebracht over het belang van het kind binnen internationale bescherming. Daarin wordt benadrukt dat het belang van het kind niet een losse formaliteit is, maar een beoordelingsproces dat door de hele procedure heen moet worden meegenomen. [11] Dat is precies de juiste benadering. Het belang van het kind speelt niet alleen bij één formulier of één gesprek. Het speelt bij registratie, opvang, leeftijdsbeoordeling, vertegenwoordiging, asielinterviews, gezinshereniging, terugkeer en beroep.
De Nederlandse uitvoering
Voor Nederland betekent dit dat organisaties zoals de IND, de Koninklijke Marechaussee, COA, Nidos, advocaten en rechters allemaal een rol hebben. De IND geeft aan dat het Pact vanaf 12 juni 2026 gevolgen heeft voor de Nederlandse asielprocedure en dat de procedure korter en flexibeler wordt. Ook geeft de IND aan dat kwetsbaarheden en medische omstandigheden tijdens het nieuwe proces moeten worden gesignaleerd. [12] Dat is belangrijk, maar bij kinderen moet die signalering extra zorgvuldig zijn.
De Nederlandse praktijk stond al onder druk. Er waren achterstanden, discussies over opvang en zorgen over de capaciteit van uitvoeringsorganisaties. Als het nieuwe Europese systeem sneller moet werken, wordt de vraag of Nederland genoeg waarborgen heeft voor kinderen nog belangrijker. Sneller duidelijkheid kan goed zijn voor een kind. Lang wachten is schadelijk. Maar snelheid mag niet betekenen dat begeleiding, rust en zorgvuldigheid verdwijnen.
Voor een kind kan onzekerheid zeer zwaar zijn. Niet weten of je mag blijven, niet weten waar je familie is, niet weten of je naar school kunt en niet weten wat er met je toekomst gebeurt, kan diepe impact hebben. Een snellere beslissing kan dus positief zijn als die beslissing zorgvuldig is. Een kind dat recht heeft op bescherming, moet niet jarenlang wachten. Maar een snelle fout is gevaarlijker dan een langzame procedure. Als een kind verkeerd wordt beoordeeld of onvoldoende wordt gehoord, kan de schade groot zijn.
Daarom moet het debat over minderjarige asielzoekers niet blijven hangen in de vraag of het Pact streng of soepel is. De betere vraag is of het Pact kindgevoelig genoeg wordt uitgevoerd. Worden kinderen op tijd herkend? Krijgen alleenstaande minderjarigen snel een vertegenwoordiger? Wordt leeftijd zorgvuldig beoordeeld? Worden grensprocedures vermeden waar dat moet? Wordt detentie echt voorkomen? Worden kinderen niet onnodig blootgesteld aan digitale controle? En krijgen zij toegang tot onderwijs, zorg en veilige opvang?
Gezinshereniging, taal en het gehoor
Een ander belangrijk punt is gezinshereniging. Voor kinderen is familie vaak de belangrijkste vorm van bescherming. Een kind dat alleen aankomt, kan familieleden in een andere lidstaat hebben. Een kind dat met één ouder aankomt, kan gescheiden zijn van andere gezinsleden. Het nieuwe Europese systeem probeert verantwoordelijkheid tussen lidstaten duidelijker te regelen, maar in zaken met kinderen moet steeds worden gekeken naar familiebanden en het belang van het kind. Een puur administratieve benadering kan hier schadelijk zijn.
Het risico van een systeem dat sterk op snelheid en verantwoordelijkheid is gericht, is dat het gezin wordt gezien als dossierinformatie in plaats van als basis van bescherming. Voor een kind is familie niet alleen een juridisch criterium. Het is vaak de belangrijkste bron van veiligheid, stabiliteit en herstel. Als procedures rond verantwoordelijkheid, overdracht of gezinshereniging te traag of te strikt zijn, kan dat kinderen langdurig in onzekerheid houden.
Daarbij speelt ook taal een rol. Een kind moet begrijpen wat er gebeurt. Juridische informatie is voor volwassenen al moeilijk. Voor kinderen is dat nog lastiger. Als een kind niet begrijpt waarom het wordt geregistreerd, waarom vingerafdrukken worden genomen, wat een interview betekent of waarom het naar een bepaalde locatie moet, kan dat angst veroorzaken. Kindvriendelijke informatie is daarom geen luxe. Het is een voorwaarde voor een eerlijke procedure.
Ook de manier waarop vragen worden gesteld, maakt uit. Een volwassene kan misschien chronologisch vertellen wat er is gebeurd. Een kind doet dat vaak niet. Kinderen kunnen gebeurtenissen verwarren, details vergeten of dingen vertellen die voor volwassenen onlogisch lijken. Dat betekent niet automatisch dat zij ongeloofwaardig zijn. Het betekent dat de beoordeling moet passen bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind.
Hier ligt een grote verantwoordelijkheid bij beslismedewerkers en rechters. Zij moeten voorkomen dat volwassen maatstaven te makkelijk worden toegepast op kinderen. Een kind kan niet altijd bewijs verzamelen. Een kind kan niet altijd precies uitleggen wie wat heeft gedaan. Een kind kan soms niet begrijpen waarom het gevaar loopt, maar toch daadwerkelijk gevaar lopen. Een kindvriendelijke beoordeling vraagt daarom om deskundigheid en voorzichtigheid.
Het Pact biedt op papier verschillende waarborgen, maar kinderrechtenorganisaties blijven bezorgd. UNICEF heeft benadrukt dat de uitvoering van het Pact het belang van kinderen moet dienen en dat kinderen niet in detentieachtige situaties terecht mogen komen. [13] De International Commission of Jurists heeft in een briefing gewaarschuwd dat grensprocedures en detentie van kinderen in strijd kunnen komen met internationale mensenrechtennormen als lidstaten het Pact niet zeer voorzichtig uitvoeren. [14]
Die waarschuwingen zijn belangrijk, omdat wetgeving vaak twee gezichten heeft. Aan de ene kant staan er waarborgen in. Aan de andere kant creëert het systeem ook druk. Snellere procedures, screening, grenslocaties, biometrische registratie en terugkeerlogica kunnen ervoor zorgen dat bescherming in de praktijk minder ruimte krijgt. Vooral kinderen kunnen daarvan de dupe worden, omdat zij afhankelijk zijn van volwassenen die het systeem voor hen moeten laten werken.
De twee mogelijke uitkomsten
Het beste scenario is dat het Pact kinderen eerder zichtbaar maakt. Als screening goed werkt, worden minderjarigen sneller herkend. Als vertegenwoordiging goed wordt geregeld, staan alleenstaande kinderen er niet alleen voor. Als opvang goed is, krijgen kinderen rust en veiligheid. Als procedures kindvriendelijk zijn, kunnen zij hun verhaal beter vertellen. En als lidstaten goed samenwerken, kunnen familiebanden sneller worden meegenomen.
Het slechte scenario is dat kinderen juist sneller door een systeem worden geleid dat zij niet begrijpen. Dan worden zij geregistreerd, gecontroleerd en doorgestuurd, maar niet echt gezien. Dan wordt kwetsbaarheid te laat herkend. Dan wordt leeftijd betwist zonder voldoende voorzichtigheid. Dan wordt bewegingsvrijheid beperkt onder het mom van procedurele efficiëntie. Dan wordt biometrische registratie voorgesteld als bescherming, terwijl het kind vooral onderdeel wordt van een controlesysteem.
Daarom is mijn conclusie dat minderjarige asielzoekers onder het Pact extra aandacht verdienen. Niet omdat kinderen buiten elke procedure staan, maar omdat zij een andere positie hebben dan volwassenen. Een kind kan niet op dezelfde manier voor zichzelf opkomen. Een kind begrijpt het systeem niet vanzelf. Een kind heeft begeleiding, rust, veiligheid en passende communicatie nodig.
Het EU-Migratiepact zal voor kinderen alleen verdedigbaar zijn als het belang van het kind in de praktijk meer is dan een standaardzin in een besluit. Het moet zichtbaar zijn in de manier waarop kinderen worden opgevangen, gehoord, begeleid en beschermd. Als snelheid betekent dat kinderen sneller duidelijkheid krijgen zonder minder bescherming, kan het Pact positieve effecten hebben. Maar als snelheid betekent dat kinderen sneller worden gecontroleerd, sneller worden doorgestuurd en minder goed worden begrepen, dan wordt het Pact juist een risico.
Uiteindelijk draait dit onderwerp om een simpele vraag. Ziet Europa minderjarige asielzoekers eerst als kinderen, of eerst als onderdeel van een migratiesysteem? Het antwoord op die vraag zal bepalen of het Pact voor kinderen bescherming biedt of vooral extra druk creëert. Sinds 12 juni 2026 is die vraag niet langer theoretisch. Zij speelt nu in de praktijk, aan de grens, in opvanglocaties, bij de IND, bij voogden, bij advocaten en bij rechters. Juist daar zal blijken of kinderrechten binnen het nieuwe Europese asielsysteem echt serieus worden genomen.
Bronnenlijst
[1] UNICEF, UNHCR en IOM, “Migrant and refugee children in 2024 via mixed migration routes in Europe”. Deze factsheet vermeldt dat in 2024 41.779 kinderen aankwamen in Bulgarije, Cyprus, Griekenland, Italië, Malta en Spanje, en dat 21.323 van hen alleenstaand of gescheiden van ouders/verzorgers waren.
https://www.unicef.org/eca/documents/migrant-and-refugee-children-2024-mixed-migration-routes-europe
[2] EUAA, “Practical guide on the best interests of the child in the framework of international protection”, 2026. Deze gids gaat over de toepassing van het belang van het kind binnen internationale bescherming.
https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/publications/2026-03/2026_practical-guide-best-interests-child-international-protection_EN.pdf
[3] Verordening (EU) 2024/1356, de Screeningverordening. Deze verordening regelt de screening van derdelanders aan de buitengrenzen en binnen het grondgebied van lidstaten.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1356/oj/eng
[4] EUR-Lex, “European Union asylum procedures from 2026”. Deze samenvatting van de Asielprocedureverordening vermeldt onder meer dat leeftijdsbeoordeling de waardigheid en het belang van het kind moet respecteren.
https://eur-lex.europa.eu/EN/legal-content/summary/european-union-asylum-procedures-from-2026.html
[5] PICUM, “Children’s rights in the 2024 Migration and Asylum Pact”, oktober 2024. Deze analyse bespreekt onder meer vertegenwoordiging van alleenstaande minderjarigen en kinderrechtenwaarborgen binnen het Pact.
https://picum.org/wp-content/uploads/2024/10/PICUM-Analysis-Children-Rights.pdf
[6] EUR-Lex, “European Union asylum procedures from 2026”. Deze bron vermeldt dat de grensprocedure niet geldt voor alleenstaande minderjarigen, tenzij zij een veiligheidsrisico vormen.
https://eur-lex.europa.eu/EN/legal-content/summary/european-union-asylum-procedures-from-2026.html
[7] UNICEF, “EU migration and asylum deal must uphold our collective responsibility to protect children”, 9 april 2024. UNICEF waarschuwt dat bewegingsbeperkingen tijdens screening, grensprocedures, asielprocedures of terugkeerprocedures niet mogen neerkomen op immigratiedetentie van kinderen.
https://www.unicef.org/eca/press-releases/eu-migration-and-asylum-deal-must-uphold-our-collective-responsibility-protect
[8] Richtlijn (EU) 2024/1346, de Opvangrichtlijn. Deze richtlijn bepaalt dat minderjarigen in beginsel niet mogen worden gedetineerd en dat detentie alleen in uitzonderlijke omstandigheden, als laatste middel en voor de kortst mogelijke periode mag worden gebruikt.
https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2024/1346/oj/eng
[9] Verordening (EU) 2024/1358, de Eurodac-verordening. Deze verordening regelt biometrische registratie binnen Eurodac.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1358/oj/eng
[10] PICUM, “Children’s rights in the 2024 Migration and Asylum Pact”, oktober 2024. Deze analyse bespreekt onder meer de verlaging van de leeftijd voor biometrische registratie in Eurodac naar zes jaar en de gevolgen daarvan voor kinderrechten.
https://picum.org/wp-content/uploads/2024/10/PICUM-Analysis-Children-Rights.pdf
[11] EUAA, “Practical guide on the best interests of the child in the framework of international protection”, 2026.
https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/publications/2026-03/2026_practical-guide-best-interests-child-international-protection_EN.pdf
[12] IND, “Questions and answers about the Migration Pact”. De IND legt uit dat het Pact sinds 12 juni 2026 geldt, dat de Nederlandse asielprocedure korter en flexibeler wordt, en dat tijdens screening kwetsbaarheden en medische omstandigheden worden gesignaleerd.
https://ind.nl/en/about-us/background-articles/questions-and-answers-about-the-migration-pact
[13] UNICEF, “EU migration and asylum deal must uphold our collective responsibility to protect children”, 9 april 2024.
https://www.unicef.org/eca/press-releases/eu-migration-and-asylum-deal-must-uphold-our-collective-responsibility-protect
[14] International Commission of Jurists, “Never in the best interests of the child”, 2024. Deze briefing bespreekt de risico’s van screening, grensprocedures en vrijheidsbeperking voor kinderen onder het Pact.
https://www.icj.org/wp-content/uploads/2024/11/Never-in-the-best-interests-of-the-child.pdf
Maak jouw eigen website met JouwWeb