In het kort - Leestijd: 7 minuten
• Gezinshereniging maakt het onder voorwaarden mogelijk dat familieleden bij elkaar gaan wonen.
• Welke regels gelden, hangt onder meer af van de verblijfsstatus en de familieband.
• Naast nationale voorwaarden spelen ook artikel 8 EVRM, EU-recht en kinderrechten een rol.
Gezinshereniging uitgelegd
Een Nederlandse vrouw wil haar buitenlandse echtgenoot naar Nederland laten komen. Een arbeidsmigrant wil na enkele maanden worden herenigd met zijn kinderen. Een erkende vluchteling probeert zijn gezin uit een oorlogsgebied te halen. Een minderjarige asielzoeker wil dat zijn ouders naar Nederland komen. In al deze situaties wordt gesproken over gezinshereniging, maar juridisch gaat het niet om één uniforme procedure.
Gezinshereniging is de verzamelnaam voor procedures waarmee iemand toestemming vraagt om bij een gezinslid in Nederland te wonen. De persoon die al in Nederland woont, wordt meestal de referent of gezinshereniger genoemd. Het familielid dat naar Nederland wil komen, is de aanvrager of het gezinslid.
Welke regels gelden, hangt sterk af van de juridische positie van de referent. Het maakt verschil of de referent Nederlander, burger van een andere EU-lidstaat, arbeidsmigrant, student, vluchteling of subsidiair beschermde is. Ook de familieband is bepalend. Voor een echtgenoot of minderjarig kind gelden meestal andere regels dan voor een ouder, meerderjarig kind, broer, zus of grootouder.
Gezinshereniging is geen automatisch toelatingsrecht
Gezinshereniging is daarom geen zelfstandig recht waarmee ieder familielid automatisch toegang tot Nederland kan krijgen. Het is een juridisch stelsel waarin het recht op gezinsleven wordt afgewogen tegen voorwaarden over verblijf, inkomen, leeftijd, veiligheid, identiteit en de aard van de familieband.
Verschillende routes voor verschillende gezinnen
De term kan bovendien verwarrend zijn. In gewone taal betekent hereniging dat een gezin eerst samenleefde, daarna gescheiden raakte en nu opnieuw bij elkaar komt. In het migratierecht wordt het begrip vaak breder gebruikt. Ook iemand die na de komst van de referent een relatie is begonnen of is getrouwd, kan onder voorwaarden een partnervergunning aanvragen.
Vroeger werd daarom vaker een onderscheid gemaakt tussen gezinshereniging en gezinsvorming. Gezinshereniging had betrekking op een gezin dat al vóór de migratie bestond. Gezinsvorming ging over een relatie die pas ontstond nadat de referent zich in Nederland had gevestigd. Tegenwoordig worden beide situaties meestal onder de bredere categorie familie en gezin behandeld, al kan het moment waarop de relatie of het gezin ontstond nog steeds juridisch relevant zijn.
Bij asielnareis is dat moment bijzonder belangrijk. Daar geldt in beginsel dat het gezinslid al tot het gezin moet hebben behoord voordat de vluchteling of subsidiair beschermde Nederland binnenkwam. Een nieuwe partner met wie de referent pas na zijn aankomst een relatie is begonnen, kan daarom normaal gesproken niet via de bijzondere nareisprocedure komen.
De juridische bescherming van gezinnen begint bij het recht op familie- en gezinsleven. Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bepaalt dat iedereen recht heeft op respect voor zijn privéleven en familie- en gezinsleven. Overheidsbemoeienis moet bij wet zijn voorzien, een legitiem doel dienen en noodzakelijk en evenredig zijn. [1]
Artikel 7 van het EU-Handvest beschermt eveneens het privéleven en familie- en gezinsleven. Wanneer kinderen betrokken zijn, moet ook artikel 24 van het Handvest worden toegepast. Daarin staat dat het belang van het kind een eerste overweging moet vormen bij alle handelingen die kinderen raken. Een kind heeft daarnaast in beginsel recht op regelmatig persoonlijk contact met beide ouders. [2]
Ook het VN-Kinderrechtenverdrag is relevant. Artikel 3 verplicht autoriteiten het belang van het kind als eerste overweging te behandelen. Artikel 9 beschermt kinderen tegen onnodige scheiding van hun ouders. Artikel 10 verlangt dat aanvragen van kinderen of ouders om een land binnen te komen of te verlaten voor gezinshereniging op een positieve, humane en voortvarende manier worden behandeld. [3]
Deze bepalingen betekenen niet dat ieder gezin zelf mag kiezen in welk land het samenwoont. Staten behouden het recht om immigratie te reguleren en voorwaarden te stellen aan toelating en verblijf.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens herhaalt daarom regelmatig dat artikel 8 EVRM geen algemene verplichting bevat om de keuze van een echtpaar voor Nederland als woonland te respecteren. Wanneer het gezin zonder onoverkomelijke problemen in een ander veilig land kan samenleven, mag Nederland dat meewegen.
Tegelijkertijd mogen migratieregels het gezinsleven niet theoretisch of feitelijk onmogelijk maken. De overheid moet de individuele omstandigheden onderzoeken en een eerlijke afweging maken tussen het belang van het gezin en het Nederlandse belang bij immigratiecontrole, openbare orde en economisch welzijn.
Artikel 8 EVRM en de belangenafweging
In de zaak Jeunesse tegen Nederland ging het om een Surinaamse vrouw die zonder verblijfsvergunning bij haar Nederlandse echtgenoot en kinderen in Nederland woonde. Het Europees Hof oordeelde dat Nederland in de bijzondere omstandigheden onvoldoende gewicht had toegekend aan de belangen van de kinderen, die de Nederlandse nationaliteit hadden en hun hele leven in Nederland woonden. De weigering van verblijf leverde een schending van artikel 8 EVRM op. [4]
Deze uitspraak betekent niet dat iedere ouder van een Nederlands kind automatisch een verblijfsrecht heeft. Wel laat zij zien dat de nationaliteit, leeftijd, ontwikkeling, afhankelijkheid en feitelijke leefwereld van kinderen werkelijk in de belangenafweging moeten worden betrokken.
Voor veel reguliere gezinsherenigingszaken vormt de Europese Gezinsherenigingsrichtlijn het belangrijkste juridische kader. Richtlijn 2003/86/EG bevat gemeenschappelijke regels voor gezinshereniging van onderdanen van landen buiten de Europese Unie die rechtmatig in een EU-lidstaat verblijven. Het doel is de eenheid van het gezin te beschermen en de integratie van derdelanders te bevorderen. [5]
De richtlijn is niet rechtstreeks het algemene gezinsherenigingsrecht voor Nederlanders en EU-burgers. Voor mobiele EU-burgers geldt een ander Europees stelsel. Toch heeft de Gezinsherenigingsrichtlijn grote invloed op het Nederlandse reguliere vreemdelingenrecht en op de uitleg van voorwaarden zoals inkomen, integratie, leeftijd en individuele belangenafweging.
Het kerngezin bestaat volgens de richtlijn in ieder geval uit de echtgenoot van de referent en de minderjarige kinderen van de referent en zijn echtgenoot. De kinderen moeten in beginsel ongehuwd zijn en jonger zijn dan de wettelijke meerderjarigheidsgrens.
Lidstaten mogen daarnaast gunstigere regels vaststellen voor andere gezinsleden, zoals ongehuwde partners, meerderjarige afhankelijke kinderen en afhankelijke ouders. De Europese richtlijn verplicht niet in iedere situatie tot toelating van deze ruimere familiekring.
In Nederland bestaan meerdere reguliere verblijfsvergunningen voor verblijf bij familie of een partner. Een buitenlandse echtgenoot, geregistreerde partner of ongehuwde partner kan onder voorwaarden een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner krijgen. Een minderjarig kind kan een vergunning krijgen voor verblijf bij een ouder. Voor adoptie- en pleegkinderen bestaan afzonderlijke regelingen. [6]
Andere familieleden, zoals een grootouder, volwassen broer of zus of ouder van een meerderjarig kind, vallen meestal niet onder de gewone standaardregeling. Voor hen kan alleen in bijzondere omstandigheden een verblijfsrecht volgen uit het EU-recht, afhankelijkheid of artikel 8 EVRM.
Bij een reguliere partneraanvraag moet worden aangetoond dat sprake is van een werkelijke relatie. Dat kan een huwelijk of geregistreerd partnerschap zijn, maar ook een duurzame ongehuwde relatie.
Een huwelijksakte bewijst dat een huwelijk juridisch bestaat, maar niet altijd dat de relatie feitelijk wordt onderhouden. De IND mag daarom onderzoek doen naar de echtheid van de relatie. Dat gebeurt vooral wanneer aanwijzingen bestaan voor een schijnhuwelijk of schijnrelatie die uitsluitend is aangegaan om een verblijfsrecht te verkrijgen.
Partnerrelatie, bewijs en interviews
De IND kan vragen stellen over de wijze waarop partners elkaar hebben leren kennen, hun contact, ontmoetingen, familieleden en toekomstplannen. Zij kan documenten verlangen, zoals foto’s, reisbewijzen, berichten, gezamenlijke financiële stukken en bewijs van eerder samenwonen.
Niet ieder verschil tussen verklaringen bewijst dat de relatie onecht is. Partners kunnen gebeurtenissen anders onthouden, verschillende talen spreken of uit een cultuur komen waarin de relatie op een andere manier is ontstaan. De IND moet alle omstandigheden in samenhang beoordelen en een afwijzing concreet motiveren.
Voor partners geldt in de gewone Nederlandse procedure doorgaans een minimumleeftijd van 21 jaar. Wanneer de partners al met elkaar getrouwd waren toen zij beiden buiten Nederland woonden, kan de grens van 18 jaar gelden. Deze leeftijdsvoorwaarden zijn bedoeld om onder meer gedwongen huwelijken tegen te gaan, maar moeten binnen het Europese recht evenredig worden toegepast. [7]
Na toelating moeten de partners in Nederland in beginsel samenwonen en op hetzelfde adres worden ingeschreven. Een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner is aanvankelijk afhankelijk van het bestaan van die relatie.
Dat betekent niet dat de buitenlandse partner juridisch eigendom of verantwoordelijkheid van de referent wordt. De partner heeft eigen grondrechten en kan onder omstandigheden een zelfstandig verblijfsrecht verkrijgen. Dit kan bijvoorbeeld belangrijk zijn wanneer de relatie eindigt door overlijden, huiselijk geweld of andere bijzondere omstandigheden.
De referent moet bij reguliere gezinshereniging meestal aan een inkomenseis voldoen. Het inkomen moet zelfstandig, duurzaam en voldoende zijn.
Zelfstandig betekent in grote lijnen dat het inkomen afkomstig is uit een juridisch toegestane bron en dat daarover belastingen en premies worden betaald. Duurzaam betekent dat voldoende zekerheid bestaat dat het inkomen gedurende een relevante periode beschikbaar blijft. Voldoende betekent dat het inkomen ten minste het toepasselijke normbedrag bereikt. [8]
Niet iedere uitkering telt op dezelfde manier mee. Inkomsten uit arbeid, bepaalde sociale verzekeringsuitkeringen, pensioen en onder voorwaarden eigen vermogen kunnen worden betrokken. Een bijstandsuitkering uit algemene middelen geldt normaal gesproken niet als zelfstandig inkomen.
Er bestaan uitzonderingen. Een referent kan bijvoorbeeld worden vrijgesteld wanneer hij de AOW-leeftijd heeft bereikt, volledig en blijvend arbeidsongeschikt is of duurzaam niet in staat is aan de arbeidsverplichting te voldoen.
De inkomenseis mag niet uitsluitend als een automatische rekensom worden toegepast wanneer het Europese recht een individuele beoordeling verlangt. Het Hof van Justitie oordeelde in de Nederlandse zaak Chakroun dat gezinshereniging de algemene regel is en dat uitzonderingen daarop strikt moeten worden uitgelegd.
Inkomen en individuele beoordeling
Een lidstaat mag onderzoeken of een referent over stabiele en voldoende middelen beschikt, maar mag geen regeling gebruiken die het doel van de Gezinsherenigingsrichtlijn ondermijnt. De individuele omstandigheden van het gezin moeten worden betrokken. Het Hof verwierp bovendien een onderscheid dat uitsluitend was gebaseerd op de vraag of het gezin vóór of na de komst van de referent was gevormd. [9]
Bij veel reguliere aanvragen is daarnaast een machtiging tot voorlopig verblijf nodig. De mvv is een speciaal inreisvisum voor personen die langer dan negentig dagen in Nederland willen verblijven.
De mvv en de verblijfsvergunning worden doorgaans in één procedure aangevraagd. Bij een positieve beslissing krijgt het gezinslid eerst de mvv om naar Nederland te reizen en na aankomst het verblijfsdocument.
Niet iedere nationaliteit heeft een mvv nodig. Burgers van onder meer EU- en EER-landen, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada, Japan, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Korea zijn van de mvv-plicht vrijgesteld. Ook persoonlijke omstandigheden of een ander bestaand verblijfsrecht kunnen tot vrijstelling leiden. [10]
Een persoon die wel een mvv nodig heeft en voor verblijf bij een partner naar Nederland komt, moet vaak vóór de aanvraag slagen voor het basisexamen inburgering in het buitenland. Het examen toetst basiskennis van de Nederlandse taal en samenleving.
Ook hier bestaan vrijstellingen en ontheffingen. Minderjarigen, personen met bepaalde nationaliteiten en personen met erkende diploma’s kunnen zijn vrijgesteld. Bij medische of andere bijzondere persoonlijke omstandigheden kan een ontheffing worden gevraagd. [11]
Het Hof van Justitie heeft in de zaak K en A geoordeeld dat lidstaten voorafgaande integratiemaatregelen mogen verlangen. Zulke maatregelen moeten echter werkelijk bedoeld zijn om integratie te vergemakkelijken. De hoogte van de kosten, de moeilijkheidsgraad van het examen en de persoonlijke omstandigheden mogen gezinshereniging niet onmogelijk of buitengewoon moeilijk maken. [12]
Een analfabete persoon, iemand met ernstige gezondheidsproblemen of iemand die geen toegang heeft tot onderwijs en een examenlocatie kan daarom niet altijd op dezelfde manier worden behandeld als een gezonde en hoogopgeleide aanvrager.
Bij een reguliere aanvraag moeten doorgaans officiële documenten worden ingediend. Een huwelijk kan worden aangetoond met een huwelijksakte, een afstammingsrelatie met een geboorteakte en het ouderlijk gezag met gerechtelijke of administratieve documenten.
Buitenlandse documenten moeten vaak worden gelegaliseerd of voorzien van een apostille en worden vertaald naar het Nederlands, Engels, Frans of Duits. Hiermee probeert de overheid vast te stellen dat het document door een bevoegde instantie is afgegeven en niet is vervalst.
Ontbrekende documenten en alternatieve bewijsvoering
Het ontbreken van documenten betekent niet altijd dat een familieband niet bestaat. In sommige landen functioneert de burgerlijke stand gebrekkig. Documenten kunnen tijdens oorlog of vlucht verloren zijn gegaan. Een geboorte is mogelijk nooit officieel geregistreerd.
De IND kan in zulke gevallen aanvullend onderzoek doen. Bij een gestelde biologische relatie kan onder voorwaarden DNA-onderzoek worden aangeboden. Bij een huwelijk, partnerschap of andere familieband kunnen interviews en andere bewijsmiddelen worden gebruikt.
De overheid mag bewijsproblemen niet volledig negeren, vooral niet wanneer de aanvrager een vluchteling is. In de zaak E. oordeelde het Hof van Justitie dat de autoriteiten bij het ontbreken van officiële documenten rekening moeten houden met de verklaringen over waarom zulke documenten niet beschikbaar zijn. Zij moeten zo nodig aanvullende onderzoeksstappen zetten en mogen een aanvraag niet uitsluitend door een formalistische bewijsbenadering afwijzen. [13]
Voor minderjarige kinderen geldt een afzonderlijke reguliere route. Het kind moet jonger zijn dan achttien jaar, bij het gezin horen en normaal gesproken geen eigen zelfstandig gezin hebben gevormd. Ook moet duidelijk zijn wie het ouderlijk gezag heeft.
Wanneer één ouder achterblijft, is meestal toestemming nodig voor de verhuizing van het kind. Deze eis beschermt het gezag en moet voorkomen dat een kind in strijd met de rechten van de andere ouder naar Nederland wordt meegenomen.
Een referent die zelf een tijdelijke verblijfsvergunning heeft, kan niet met iedere vergunning een kind of partner laten overkomen. Bepaalde zeer tijdelijke verblijfsdoelen, zoals au pair, culturele uitwisseling, working holiday, seizoenarbeid en sommige vormen van lerend werken, geven in beginsel geen recht om een gezin naar Nederland te halen.
Bij sommige referenten geldt daarnaast een wachttijd van een jaar voordat reguliere gezinshereniging kan plaatsvinden. Deze wachttijd mag niet worden toegepast wanneer wachten in strijd is met het belang van een minderjarig kind.
Gezinshereniging bij een asielstatus wordt vaak nareis genoemd. Nareis is een bijzondere procedure voor gezinsleden van iemand die een verblijfsvergunning asiel heeft gekregen.
De gedachte achter deze procedure is dat vluchtelingen hun gezin vaak niet op dezelfde manier kunnen laten overkomen als arbeidsmigranten. Zij zijn gedwongen gevlucht, kunnen niet veilig terugkeren en kunnen soms geen officiële documenten, stabiel inkomen of geschikte woning regelen.
De bijzondere positie van vluchtelingen wordt ook erkend in de Gezinsherenigingsrichtlijn. Hoofdstuk V bevat gunstigere bepalingen voor erkende vluchtelingen. Van hen mogen onder bepaalde voorwaarden geen eisen over inkomen, huisvesting en ziektekostenverzekering worden verlangd.
Sinds 12 juni 2026 maakt Nederland voor nareis een belangrijk onderscheid tussen verdragsvluchtelingen en personen met subsidiaire bescherming. Dit tweestatusstelsel heeft rechtstreeks gevolgen voor de voorwaarden waaronder het gezin naar Nederland kan komen.
Vluchtelingen, subsidiaire bescherming en nareis
Een verdragsvluchteling is iemand die persoonlijk vervolging vreest vanwege bijvoorbeeld afkomst, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep. Een subsidiair beschermde voldoet niet aan die vluchtelingendefinitie, maar loopt bij terugkeer wel een reëel risico op bijvoorbeeld de doodstraf, foltering of ernstige schade door willekeurig oorlogsgeweld.
Beide personen mogen vanwege een ernstig gevaar niet worden teruggestuurd. Hun gezinsherenigingsrechten zijn sinds juni 2026 in Nederland echter niet meer gelijk.
Via de huidige nareisprocedure kan een meerderjarige vergunninghouder in beginsel alleen zijn wettig gehuwde partner en zijn biologische of geadopteerde kinderen jonger dan achttien jaar laten overkomen.
Ongehuwde partners, meerderjarige kinderen en pleegkinderen vallen sinds 12 juni 2026 niet langer onder de gewone nareisregeling. Zij kunnen mogelijk een andere aanvraag indienen, bijvoorbeeld op grond van artikel 8 EVRM, maar daarbij gelden andere en strengere voorwaarden.
Een asielzoeker die zonder ouders naar Nederland kwam en jonger was dan achttien jaar toen hij asiel aanvroeg, kan via nareis zijn ouders laten komen. Minderjarige broers en zussen kunnen alleen samen met de ouder of ouders voor wie nareis wordt gevraagd meekomen.
De gezinsband moet in beginsel al hebben bestaan voordat de vergunninghouder Nederland binnenkwam. Een vluchteling kan via nareis dus niet zonder meer een persoon laten komen met wie hij pas na zijn komst naar Nederland is getrouwd of een relatie is begonnen.
Dat betekent niet dat zo’n nieuwe relatie juridisch niet wordt erkend. De partner kan mogelijk via de reguliere partnerprocedure naar Nederland komen. Dan kunnen echter eisen gelden over leeftijd, inkomen, inburgering, mvv en kosten.
Voor erkende vluchtelingen geldt een nareistermijn van drie maanden. De aanvraag moet worden ingediend binnen drie maanden nadat de positieve asielbeslissing bekend is gemaakt.
Die termijn is juridisch belangrijk. Een te late aanvraag kan ertoe leiden dat de gunstige nareisregels niet meer volledig kunnen worden gebruikt en dat de aanvraag via een andere of strengere route moet worden beoordeeld.
Het Hof van Justitie heeft in K en B aanvaard dat een lidstaat in beginsel gevolgen mag verbinden aan het missen van een driemaandentermijn. De overheid moet echter rekening houden met bijzondere omstandigheden die de late indiening rechtvaardigen en moet de betrokkenen informeren over mogelijke andere routes voor gezinshereniging. [14]
De kring van gezinsleden en de kosteloze aanvraag
Het gezinslid van een verdragsvluchteling hoeft bij een tijdig ingediende nareisaanvraag normaal gesproken niet aan de reguliere inkomens- en inburgeringsvoorwaarden te voldoen. De aanvraag voor de gehuwde partner en minderjarige biologische of geadopteerde kinderen is bovendien kosteloos.
Voor personen met subsidiaire bescherming gelden sinds 12 juni 2026 drie aanvullende voorwaarden. Zij moeten in beginsel twee jaar wachten, zelfstandig, duurzaam en voldoende inkomen hebben en over eigen huisvesting beschikken.
De wachttijd begint op de datum waarop de verblijfsvergunning asiel wordt verleend. Bij de beslissing op de nareisaanvraag moeten twee jaren zijn verstreken. Wanneer dat nog niet het geval is, kan de IND de aanvraag afwijzen.
Het inkomen moet ten minste aan de reguliere wettelijke eisen voldoen. De subsidiair beschermde moet daarom aantonen dat het inkomen zelfstandig, duurzaam en voldoende is. De uitvoeringsregels sluiten hiervoor grotendeels aan bij de inkomenseisen in reguliere gezinszaken.
Ook moet eigen huisvesting beschikbaar zijn. Onder de wet kan daaronder mede verblijf op een daarvoor bestemde doorstroomlocatie vallen.
Voor een alleenstaande minderjarige met subsidiaire bescherming geldt een gedeeltelijke uitzondering. Hij hoeft voor nareis van zijn ouders niet aan de inkomens- en huisvestingseis te voldoen. De wettelijke wachttijd van twee jaar blijft volgens de huidige regeling echter wel gelden.
Deze verschillen zijn maatschappelijk en juridisch omstreden. Een subsidiair beschermde kan vaak net zo min veilig terugkeren als een verdragsvluchteling. Voor een gezin kan een wachttijd van twee jaar, boven op de duur van de asiel- en nareisprocedure, een langdurige scheiding betekenen.
Het Europees Hof heeft in M.A. tegen Denemarken geoordeeld dat een automatische wachttijd van drie jaar zonder voldoende ruimte voor een individuele beoordeling in strijd was met artikel 8 EVRM. Het Hof vond drie jaar een zeer lange periode voor gedwongen scheiding en benadrukte dat de feitelijke duur door de behandeling van de aanvraag nog langer kan worden. [15]
Het Hof verklaarde niet dat iedere wachttijd per definitie onrechtmatig is. In M.T. en anderen tegen Zweden werd een tijdelijke beperking die in de praktijk ongeveer twee jaar duurde onder de specifieke omstandigheden niet in strijd met artikel 8 geacht. Van belang waren onder meer de tijdelijke aard, de achtergrond van de maatregel en de individuele positie van het gezin. [16]
Daarom kan niet simpelweg worden gezegd dat een wettelijke periode van twee jaar altijd rechtmatig is. Ook bij toepassing van de Nederlandse regeling moeten artikel 8 EVRM, het belang van betrokken kinderen en bijzondere individuele omstandigheden worden onderzocht.
Hetzelfde geldt voor de inkomenseis. In B.F. en anderen tegen Zwitserland oordeelde het Europees Hof dat een inkomenseis bij sommige erkende vluchtelingen te strikt was toegepast. Personen die werkten of buiten hun schuld niet konden werken, waren ten onrechte langdurig van hun naaste gezinsleden gescheiden gebleven. De autoriteiten hadden geen eerlijke individuele belangenafweging gemaakt. [17]
Inkomen, huisvesting en uitzonderingen
Een algemene inkomensregel mag daarom niet ertoe leiden dat gezinshereniging duurzaam onmogelijk wordt voor iemand die redelijkerwijs alles heeft gedaan om economisch zelfstandig te worden, maar door gezondheid, zorgtaken of andere omstandigheden niet volledig aan de norm kan voldoen.
De Nederlandse Wet invoering tweestatusstelsel heeft onmiddellijke werking gekregen. Dit betekent dat de nieuwe voorwaarden ook kunnen worden toegepast op nareisaanvragen van subsidiair beschermden die vóór 12 juni 2026 waren ingediend maar waarop toen nog niet was beslist. De datum van de beslissing bepaalt volgens de nieuwe uitvoeringsregels welk recht wordt toegepast.
Dat kan ertoe leiden dat iemand een aanvraag indiende onder regels waarin nog geen wachttijd, huisvestingsvereiste en inkomenseis golden, maar bij de latere beslissing toch aan deze nieuwe voorwaarden moet voldoen. Juist hierover zullen naar verwachting procedures worden gevoerd over rechtszekerheid, evenredigheid, kinderrechten en artikel 8 EVRM.
Bij nareis moet de familieband worden aangetoond. Een huwelijksakte, geboorteakte, paspoort, identiteitsdocument of document over ouderlijk gezag kan daarbij belangrijk zijn.
Vluchtelingen kunnen echter vaak niet veilig contact opnemen met de autoriteiten van hun land. De overheid die de documenten moet verstrekken, kan dezelfde overheid zijn waarvoor zij zijn gevlucht. Registers kunnen door oorlog zijn vernietigd of documenten kunnen tijdens de vlucht verloren zijn gegaan.
Daarom mag de IND niet zonder meer een onmogelijke bewijsstandaard hanteren. Wanneer officiële stukken ontbreken, moet worden onderzocht of daarvoor een aannemelijke verklaring bestaat en of de familieband via andere informatie kan worden vastgesteld.
De IND kan een identificerend gehoor of interview houden. De referent en het gezinslid kunnen afzonderlijk worden gehoord over hun familiegeschiedenis, woonplaatsen, gezamenlijke ervaringen en onderlinge relatie.
Bij een gestelde biologische relatie kan DNA-onderzoek worden aangeboden. Een positieve DNA-test kan biologisch ouderschap of verwantschap ondersteunen, maar zegt niet altijd alles over juridisch gezag, adoptie of de feitelijke gezinsband.
Een negatieve DNA-test betekent evenmin automatisch dat geen beschermenswaardig gezinsleven bestaat. In veel samenlevingen worden kinderen feitelijk opgevoed door een stiefouder, familielid of pleegouder. De huidige nareisregeling is voor zulke niet-biologische relaties wel sterk beperkt, waardoor soms alleen artikel 8 EVRM of een andere bijzondere route overblijft.
Een snelle en flexibele procedure voor vluchtelingen
Het Europees Hof heeft in zaken tegen Frankrijk benadrukt dat vluchtelingen recht hebben op een snelle en zorgvuldige gezinsherenigingsprocedure. In Tanda-Muzinga en Mugenzi duurden procedures jarenlang, onder meer door twijfel aan documenten over kinderen. Het Hof oordeelde dat de Franse autoriteiten onvoldoende rekening hadden gehouden met de vluchtelingenstatus en het belang van het gezin. [18]
Voor vluchtelingen is gezinshereniging volgens het Hof een fundamenteel middel om een normaal gezinsleven te herstellen na gedwongen vlucht. Procedures moeten daarom praktisch en effectief zijn en binnen een redelijke termijn worden uitgevoerd.
De Nederlandse wettelijke beslistermijn voor nareis is momenteel in beginsel negen maanden. Deze termijn kan in bepaalde situaties worden verlengd, bijvoorbeeld wanneer aanvullend onderzoek nodig is. In de praktijk kan bovendien tijd verstrijken voordat een aanvraag daadwerkelijk inhoudelijk wordt behandeld.
Een wettelijke termijn betekent niet dat iedere vertraging automatisch rechtmatig is. Bij een zeer lange wachttijd kan bezwaar of beroep wegens niet tijdig beslissen mogelijk zijn. Ook artikel 8 EVRM en het belang van kinderen kunnen vereisen dat een zaak met bijzondere spoed wordt behandeld.
Minderjarige vluchtelingen nemen binnen het gezinsherenigingsrecht een bijzondere positie in. Een kind dat alleen in Nederland aankomt, kan tijdens de asielprocedure achttien jaar worden. Wanneer uitsluitend naar de leeftijd op het moment van de nareisaanvraag wordt gekeken, zou het recht op hereniging met de ouders kunnen verdwijnen door de duur van de asielprocedure.
Het Hof van Justitie heeft dit voorkomen in de Nederlandse zaak A en S. Een persoon die jonger dan achttien jaar was toen hij asiel aanvroeg en later als vluchteling wordt erkend, blijft voor het recht op gezinshereniging met zijn ouders onder voorwaarden een alleenstaande minderjarige. Dat geldt ook wanneer hij tijdens de asielprocedure meerderjarig is geworden. [19]
De aanvraag voor de ouders moet dan wel binnen een redelijke termijn worden ingediend. Het Hof heeft daarvoor in beginsel aangesloten bij drie maanden na de erkenning als vluchteling.
In Landeshauptmann von Wien verduidelijkte het Hof dat ouders hun aanvraag kunnen indienen zolang de erkende vluchteling nog minderjarig is. Er mag dan niet worden geëist dat de aanvraag binnen een afzonderlijke termijn na de erkenning wordt gedaan.
Het Hof oordeelde bovendien dat in uitzonderlijke omstandigheden ook een ernstig zieke meerderjarige zus moest worden toegelaten. Zij was volledig en permanent afhankelijk van de zorg van haar ouders. Wanneer de zus niet mocht meekomen, konden de ouders feitelijk niet worden herenigd met hun minderjarige zoon. Daardoor zou zijn recht op gezinshereniging volledig zonder effect blijven. [20]
Deze zaak laat zien dat het begrip gezin niet altijd uitsluitend aan formele categorieën kan worden gekoppeld. Een meerderjarige broer of zus heeft normaal gesproken geen automatisch recht op nareis, maar extreme afhankelijkheid kan maken dat toelating noodzakelijk is om het recht van een ander gezinslid werkelijk uit te oefenen.
De leeftijd van kinderen en minderjarige referenten
Ook de leeftijd van een kind voor wie gezinshereniging wordt gevraagd kan tijdens de procedure veranderen. Het Hof van Justitie heeft in meerdere zaken geoordeeld dat de overheid niet door lange procedures het recht op hereniging mag laten verdwijnen.
Afhankelijk van de specifieke situatie kan de leeftijd op het moment van de asielaanvraag of de aanvraag om gezinshereniging bepalend zijn. Een kind dat tijdens de behandeling achttien wordt, verliest daardoor niet automatisch ieder recht dat het bij de aanvraag had. [21]
Andere familieleden kunnen proberen verblijf te krijgen op grond van artikel 8 EVRM. De Nederlandse IND vermeldt zelf dat dit slechts in bijzondere situaties tot een verblijfsrecht leidt.
Voor echtgenoten en minderjarige kinderen wordt familie- en gezinsleven meestal relatief snel aangenomen. Bij meerderjarige kinderen en hun ouders, broers, zussen, grootouders en kleinkinderen is doorgaans meer nodig dan normale emotionele familiebanden.
Er moet vaak sprake zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Dat kan bijvoorbeeld een zware medische, lichamelijke, psychische of financiële afhankelijkheid zijn die verder gaat dan wat tussen volwassen familieleden gebruikelijk is.
Een meerderjarig kind dat zelfstandig woont, werkt en een eigen gezin heeft, zal daarom niet snel verblijf bij zijn ouders krijgen. Een ernstig gehandicapt volwassen kind dat volledig afhankelijk is van dagelijkse zorg door zijn ouders kan in een andere positie verkeren.
Artikel 8 vereist steeds een belangenafweging. De IND kijkt onder meer naar de aard en sterkte van de familieband, de duur van het verblijf in Nederland, de nationaliteit en verblijfsstatus van de betrokkenen, de mogelijkheid om het gezin elders uit te oefenen en eventuele objectieve belemmeringen voor samenleven in het land van herkomst.
Ook wordt betrokken of het gezinsleven is ontstaan terwijl de betrokkenen wisten dat het verblijfsrecht onzeker was. Dat gegeven kan zwaar wegen, maar is niet automatisch beslissend.
De belangen van minderjarige kinderen moeten afzonderlijk en concreet worden onderzocht. Alleen vermelden dat het kind “is meegewogen” is onvoldoende wanneer niet duidelijk wordt welke omstandigheden zijn onderzocht en welk gewicht daaraan is gegeven.
Daarbij kan het gaan om de leeftijd van het kind, gezondheid, school, taal, sociale banden, afhankelijkheid van beide ouders, de duur van een scheiding en de gevolgen van vertrek naar een land dat het kind nauwelijks kent.
Gezinshereniging kan ook volgen uit het recht van de Europese Unie. Een Duitse, Belgische, Poolse of Spaanse burger die in Nederland woont en gebruikmaakt van het vrije verkeer, kan zijn familieleden onder andere voorwaarden laten overkomen dan een Nederlander die altijd in Nederland heeft gewoond.
Richtlijn 2004/38/EG beschermt het vrije verkeer van EU-burgers en hun familieleden. Een EU-burger moet zijn recht om in een andere lidstaat te wonen daadwerkelijk met zijn gezin kunnen uitoefenen. Anders zou de mogelijkheid om vrij tussen lidstaten te reizen en te werken minder effectief worden. [22]
Gezinsleden van mobiele EU-burgers
Tot de directe familieleden behoren onder meer de echtgenoot, geregistreerde partner, kinderen jonger dan 21 jaar en afhankelijke oudere kinderen. Ook afhankelijke ouders en grootouders kunnen hieronder vallen.
Voor een duurzame ongehuwde partner en bepaalde andere afhankelijke familieleden bestaat een verplichting om de binnenkomst en het verblijf te vergemakkelijken. Bij deze ruimere categorie is een individuele beoordeling nodig.
Een familielid van een EU-burger dat zelf geen EU-nationaliteit heeft, vraagt in Nederland meestal om toetsing aan het EU-recht. Daarbij wordt onderzocht of de EU-burger rechtmatig in Nederland verblijft en of de gestelde familie- of afhankelijkheidsrelatie bestaat.
Deze EU-route kan ook voor een Nederlander relevant worden wanneer hij daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van het vrije verkeer. Een Nederlander die samen met zijn partner gedurende een reële periode in België, Duitsland of een andere EU- of EER-staat heeft gewoond en daarna naar Nederland terugkeert, kan onder voorwaarden Europese gezinsherenigingsrechten meenemen.
Het is niet voldoende om alleen formeel een adres in een andere lidstaat te registreren. Er moet werkelijk verblijf en gezinsleven zijn geweest en de Nederlander moet daar in beginsel aan de Europese verblijfsvoorwaarden hebben voldaan.
Een bijzondere Europese route bestaat voor de verzorgende ouder van een minderjarig Nederlands kind. Deze wordt vaak de Chavez-Vilchez-route genoemd.
Het Hof van Justitie oordeelde dat een ouder van buiten de Europese Unie een afgeleid verblijfsrecht kan hebben wanneer het Nederlandse kind zo afhankelijk van die ouder is dat het kind feitelijk de Europese Unie zou moeten verlaten wanneer de ouder geen verblijf krijgt. [23]
Het is niet voldoende dat de ouder alleen af en toe contact of een beperkte zorgtaak heeft. Er moet een werkelijke zorg- en afhankelijkheidsrelatie bestaan. Daarbij worden onder meer de dagelijkse verzorging, opvoeding, emotionele band, leeftijd van het kind en de rol van de andere ouder onderzocht.
Het feit dat de andere ouder Nederlander is en juridisch voor het kind zou kunnen zorgen, beëindigt de beoordeling niet. De IND moet kijken naar de daadwerkelijke situatie en het belang van het kind. Wanneer beide ouders gezamenlijk voor het kind zorgen, kan nog steeds een relevante afhankelijkheidsrelatie met de buitenlandse ouder bestaan.
Een Chavez-verblijfsrecht is niet hetzelfde als een gewone gezinsvergunning of een asielstatus. Het vloeit rechtstreeks voort uit het Unieburgerschap van het Nederlandse kind en bestaat zolang de voorwaarden voor die afgeleide bescherming aanwezig zijn.
De procedure voor gezinshereniging begint meestal met het bepalen van de juiste verblijfsroute. Een aanvraag via de verkeerde procedure kan tot vertraging, extra kosten of afwijzing leiden.
Nederlanders en het reguliere gezinsmigratierecht
Een buitenlandse echtgenoot van een Nederlander valt meestal onder het Nederlandse reguliere recht. De echtgenoot van een Franse werknemer in Nederland valt waarschijnlijk onder het EU-recht. De echtgenoot van een erkende vluchteling kan mogelijk via nareis komen. Een grootouder of meerderjarig kind zal vaak alleen via afhankelijkheid of artikel 8 EVRM een aanvraag kunnen doen.
De referent of het familielid moet vervolgens de aanvraag indienen en de benodigde stukken verzamelen. Bij een mvv-plichtige aanvraag gebeurt dat doorgaans voordat het gezinslid naar Nederland reist.
Bij een positieve beslissing kan de mvv bij een Nederlandse ambassade of consulaat worden opgehaald. Daarna reist het gezinslid naar Nederland, schrijft zich in bij de gemeente en haalt het verblijfsdocument op.
Een reguliere aanvraag voor verblijf bij partner of familie heeft volgens de huidige IND-informatie normaal gesproken een wettelijke beslistermijn van negentig dagen. Een nareisaanvraag heeft een beslistermijn van negen maanden. Beide termijnen kunnen onder voorwaarden worden verlengd.
De verblijfsvergunning van het gezinslid is aanvankelijk vaak afgeleid van die van de referent. Wanneer de referent een tijdelijke vergunning heeft, eindigt de vergunning van het gezinslid meestal op dezelfde datum.
Bij verblijf bij een Nederlander of iemand met een verblijfsrecht voor onbepaalde tijd wordt de reguliere gezinsvergunning doorgaans voor vijf jaar verleend.
Een afgeleide vergunning kan gevolgen ondervinden wanneer de relatie eindigt of de vergunning van de referent wordt ingetrokken. Toch moet steeds worden onderzocht of het gezinslid inmiddels een zelfstandig verblijfsrecht heeft of voor een andere vergunning in aanmerking komt.
Na een bepaalde periode kan een zelfstandig of sterker verblijfsrecht ontstaan. Dit beschermt het gezinslid tegen volledige afhankelijkheid van de referent. Ook het EU-recht kent in bepaalde situaties behoud van verblijf na overlijden, vertrek of scheiding.
Een verblijfsrecht kan worden geweigerd of ingetrokken vanwege fraude, een schijnrelatie, openbare orde of nationale veiligheid. Zo’n maatregel moet wel individueel en evenredig zijn.
Een oude of lichte strafrechtelijke veroordeling leidt niet automatisch tot weigering. De overheid moet onder meer kijken naar de ernst van het feit, het actuele gevaar, de duur van het verblijf en de persoonlijke en familiale omstandigheden.
Het Hof van Justitie heeft benadrukt dat gezinshereniging de algemene regel vormt binnen het toepassingsgebied van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Afwijzingsgronden moeten daarom strikt worden uitgelegd en mogen niet worden gebruikt op een manier die het doel van de richtlijn aantast.
Ook wanneer niet aan een gewone voorwaarde wordt voldaan, moet de IND vaak nog onderzoeken of artikel 8 EVRM, het EU-recht of het belang van een kind toch tot verblijf verplicht.
Bezwaar, beroep en effectieve rechtsbescherming
Bezwaar en beroep zijn daarom belangrijk. Tegen een afwijzing van een reguliere aanvraag of nareisaanvraag kan meestal eerst bezwaar bij de IND worden gemaakt. Wanneer het bezwaar wordt afgewezen, kan beroep bij de rechtbank worden ingesteld.
In het bezwaar kunnen ontbrekende stukken worden aangevuld, fouten in de beoordeling worden aangewezen en bijzondere omstandigheden nader worden toegelicht. Bij spoed kan soms een voorlopige voorziening worden gevraagd om uitzetting of andere onomkeerbare gevolgen te voorkomen.
De rechter controleert onder meer of de IND de juiste regels heeft toegepast, voldoende onderzoek heeft gedaan en alle relevante belangen kenbaar heeft afgewogen.
Bij gezinshereniging is procedurele zorgvuldigheid minstens zo belangrijk als de inhoudelijke voorwaarden. Een recht op gezinshereniging heeft weinig betekenis wanneer een aanvraag jarenlang blijft liggen, documenten onmogelijk kunnen worden ingediend of familieleden een gevaarlijke reis moeten maken om persoonlijk bij een ambassade te verschijnen.
Nieuwe Europese rechtspraak bevestigt dat lidstaten de uitoefening van het gezinsherenigingsrecht praktisch mogelijk moeten maken. Wanneer persoonlijke verschijning bij een ambassade wordt verlangd, moeten de autoriteiten rekening houden met oorlog, gesloten grenzen, medische problemen en andere feitelijke belemmeringen.
Gezinshereniging is daarmee meer dan een administratieve procedure om een verblijfsdocument te krijgen. Zij bepaalt of ouders hun kinderen kunnen opvoeden, echtgenoten na een vlucht opnieuw kunnen samenleven en minderjarigen niet jarenlang zonder hun ouders hoeven op te groeien.
Tegelijkertijd bestaan er grote verschillen tussen gezinnen. Een kennismigrant met een hoog inkomen kan zijn partner vaak relatief snel laten overkomen. Een subsidiair beschermde die net uit een oorlog is gevlucht, moet sinds juni 2026 mogelijk eerst twee jaar wachten, werk vinden en huisvesting regelen.
Een EU-burger kan afhankelijkheid van een ouder of volwassen kind onder Europese regels aantonen, terwijl een Nederlander die nooit buiten Nederland woonde meestal aan strengere nationale voorwaarden is gebonden.
Een biologisch kind kan via documenten of DNA worden toegelaten, terwijl een pleegkind dat jarenlang feitelijk tot hetzelfde gezin behoorde sinds de beperking van nareis mogelijk alleen via een veel moeilijkere artikel 8-procedure kan komen.
Het migratierecht bepaalt daardoor niet alleen of een familieband bestaat, maar ook welke soorten familie juridisch worden erkend en welke voorwaarden aan het samenleven worden verbonden.
Mijn conclusie is daarom dat gezinshereniging niet één recht of één aanvraagprocedure is. Het is een verzameling van nationale, Europese en internationale regels die afhankelijk zijn van de status van de referent, de familieband en de persoonlijke omstandigheden.
Voor reguliere gezinshereniging gelden meestal voorwaarden over een echte gezinsband, leeftijd, inkomen, samenwonen, documenten, mvv en soms inburgering in het buitenland.
Welke route past bij welk gezin?
Voor verdragsvluchtelingen bestaat een gunstigere nareisprocedure wanneer het kerngezin al vóór de vlucht bestond en de aanvraag op tijd wordt ingediend.
Voor subsidiair beschermden gelden sinds 12 juni 2026 strengere voorwaarden: een wachttijd van twee jaar, voldoende duurzaam inkomen en eigen huisvesting. Deze voorwaarden moeten nog steeds worden toegepast binnen de grenzen van artikel 8 EVRM, kinderrechten en het evenredigheidsbeginsel.
Voor EU-burgers en hun familieleden geldt een afzonderlijk stelsel dat het vrije verkeer beschermt. Een verzorgende ouder van een minderjarig Nederlands kind kan onder bijzondere omstandigheden rechtstreeks aan het EU-recht een verblijfsrecht ontlenen.
Andere familieleden kunnen alleen in uitzonderlijke situaties verblijf krijgen op grond van bijzondere afhankelijkheid of artikel 8 EVRM.
Gezinshereniging betekent daarom niet dat familieleden automatisch naar Nederland mogen komen. Het betekent wel dat de overheid een aanvraag zorgvuldig, individueel en binnen een redelijke termijn moet beoordelen.
De staat mag voorwaarden stellen aan immigratie. Hij moet daarbij steeds blijven zien wat achter de aanvraag ligt: mensen die niet alleen een grens willen oversteken, maar hun gezin opnieuw willen vormen en een gezamenlijk leven willen leiden.
Bronnenlijst
[1] Raad van Europa, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Artikel 8 beschermt het privéleven en familie- en gezinsleven.
[2] Europese Unie, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Zie de artikelen 7, 24 en 47 over gezinsleven, kinderrechten en effectieve rechtsbescherming.
[3] Verenigde Naties, Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Zie met name de artikelen 3, 9 en 10.
[4] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Jeunesse tegen Nederland. Over artikel 8 EVRM en de belangen van Nederlandse kinderen.
[5] Europese Unie, Richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging. Het belangrijkste Europese kader voor gezinshereniging van rechtmatig verblijvende derdelanders.
[6] Europese Commissie, Richtsnoeren voor de toepassing van Richtlijn 2003/86/EG. Over gezinsleden, inkomen, integratievoorwaarden, vluchtelingen en individuele beoordeling.
[7] IND, Familie en partner. Over de verschillende Nederlandse verblijfsroutes voor gezinsleden.
[8] IND, Verblijfsvergunning voor partner aanvragen. Over relatie, leeftijd, samenwonen, inkomen, mvv en procedure.
[9] IND, Verblijfsvergunning voor een minderjarig kind bij een ouder. Over minderjarigheid, gezinsband, ouderlijk gezag en de wachttermijn.
[10] IND, Inkomenseisen: zelfstandig, duurzaam en voldoende inkomen. Over de Nederlandse inkomensvoorwaarden en vrijstellingen.
[11] IND, Normbedragen voor de inkomenseis. Bevat de actuele bedragen per soort verblijfsaanvraag.
[12] IND, Mvv-vrijstellingen. Over nationaliteiten en persoonlijke omstandigheden waarbij geen mvv nodig is.
[13] IND, Basisexamen inburgering in het buitenland. Over het examen, vrijstellingen en persoonlijke ontheffingen.
[14] Hof van Justitie van de Europese Unie, Chakroun, zaak C-578/08. Over het middelenvereiste en het uitgangspunt dat gezinshereniging de algemene regel is.
[15] Hof van Justitie van de Europese Unie, K en A, zaak C-153/14. Over integratievoorwaarden voorafgaand aan gezinshereniging.
[16] IND, Gezinshereniging asiel. De actuele voorwaarden voor nareis van vluchtelingen en subsidiair beschermden.
[17] Overheid.nl, Wet invoering tweestatusstelsel, Staatsblad 2026, 105. Bevat het onderscheid tussen vluchtelingen en subsidiair beschermden en de nieuwe nareisvoorwaarden.
[18] Overheid.nl, Uitvoeringsbesluit Wet invoering tweestatusstelsel, Staatsblad 2026, 106. Werkt onder meer de inkomenseis en onmiddellijke toepassing uit.
[19] Overheid.nl, Inwerkingtredingsbesluit, Staatsblad 2026, 107. Bepaalt dat het tweestatusstelsel op 12 juni 2026 in werking is getreden.
[20] IND, Nieuwe wetten en regels voor asiel en nareis. Over de huidige procedure sinds 12 juni 2026.
[21] IND, Nareis. Over het kerngezin en de wijzigingen door het tweestatusstelsel.
[22] Hof van Justitie van de Europese Unie, K en B, zaak C-380/17. Over de driemaandentermijn bij gezinshereniging.
[23] Hof van Justitie van de Europese Unie, E., zaak C-635/17. Over het ontbreken van officiële documenten en het onderzoek naar de gezinsband.
[24] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, M.A. tegen Denemarken. Over een verplichte wachttijd van drie jaar voor gezinshereniging.
[25] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, M.T. en anderen tegen Zweden. Over een tijdelijke beperking van gezinshereniging en de individuele belangenafweging.
[26] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, B.F. en anderen tegen Zwitserland. Over inkomenseisen, sociale bijstand en gezinshereniging van vluchtelingen.
[27] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Tanda-Muzinga tegen Frankrijk. Over langdurige procedures en bewijsproblemen bij gezinshereniging van vluchtelingen.
[28] Hof van Justitie van de Europese Unie, A en S, zaak C-550/16. Over minderjarigheid bij de asielaanvraag en gezinshereniging met de ouders.
[29] Hof van Justitie van de Europese Unie, Landeshauptmann von Wien, zaak C-560/20. Over gezinshereniging van een alleenstaande minderjarige vluchteling met zijn ouders en ernstig zieke volwassen zus.
[30] Hof van Justitie van de Europese Unie, Bundesrepublik Deutschland tegen XC, zaak C-279/20. Over de leeftijd van een kind en het bestaan van een werkelijke gezinsband.
[31] Europese Unie, Richtlijn 2004/38/EG over vrij verkeer van EU-burgers en hun familieleden. Het Europese kader voor gezinsleden van mobiele EU-burgers.
[32] IND, Toetsing aan het EU-recht voor familieleden van een burger van de Unie. Over partners, kinderen, afhankelijke ouders en andere familieleden.
[33] IND, Met een Nederlander terugkeren uit een ander EU- of EER-land. Over de Europese terugkeerroute voor familieleden van Nederlanders.
[34] Hof van Justitie van de Europese Unie, Chavez-Vilchez en anderen, zaak C-133/15. Over het verblijfsrecht van verzorgende ouders van minderjarige Nederlandse kinderen.
[35] IND, Verblijf bij een minderjarig Nederlands kind aanvragen. De Nederlandse voorwaarden voor een Chavez-verblijfsrecht.
[36] IND, Verblijfsvergunning voor familieleden volgens artikel 8 EVRM. Over aanvragen van onder meer meerderjarige kinderen, ouders en grootouders.
[37] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Guide on Immigration Case-Law. Over artikel 8 EVRM, gezinshereniging, kinderbelangen en immigratiecontrole.
[38] IND, De IND weegt het belang van het kind mee. Over de rol van kinderrechten in asiel- en gezinsprocedures.
Maak jouw eigen website met JouwWeb