Waarom migratiebeleid de EU steeds opnieuw verdeelt

Migratiebeleid verdeelt de Europese Unie steeds opnieuw. Dat gebeurt niet omdat Europese landen niet kunnen samenwerken. Op veel terreinen lukt dat juist wel: handel, landbouw, klimaat, veiligheid, digitale regels en vrij verkeer. Maar migratie raakt aan iets gevoeligers. Het gaat over grenzen, identiteit, bescherming, veiligheid, solidariteit, nationale politiek en de vraag wie uiteindelijk verantwoordelijkheid draagt voor mensen die Europa binnenkomen.

Daarom is migratie nooit alleen een technisch beleidsterrein. Het gaat niet alleen over formulieren, registratiesystemen en opvangplaatsen. Het gaat ook over vertrouwen tussen lidstaten. Vertrouwen dat buitengrenslanden mensen goed registreren. Vertrouwen dat andere landen solidariteit tonen. Vertrouwen dat asielzoekers eerlijk worden behandeld. Vertrouwen dat mensen zonder recht op verblijf ook echt kunnen terugkeren. En vertrouwen dat nationale regeringen hun eigen burgers eerlijk uitleggen wat Europa wel en niet kan oplossen.

Dat vertrouwen is vaak zwak. Daarom verdeelt migratiebeleid de EU telkens opnieuw. De ene groep landen vindt dat de nadruk moet liggen op controle, terugkeer en bescherming van buitengrenzen. Een andere groep benadrukt toegang tot asiel, opvang en mensenrechten. Buitengrenslanden vragen om solidariteit. Binnenlandse lidstaten klagen over doorreis. Oost-Europese lidstaten verzetten zich vaak tegen verplichte herplaatsing. West- en Noord-Europese landen willen minder secundaire migratie. Zuid-Europese landen willen niet alleen verantwoordelijk blijven omdat zij geografisch aan de rand van Europa liggen.

Geografie en Dublin verdelen de lasten

Die geografische ongelijkheid is de eerste reden waarom migratiebeleid de EU verdeelt. Niet alle lidstaten ervaren migratie op dezelfde manier. Italië, Griekenland, Spanje, Malta en Cyprus liggen aan de buitengrens van de EU. Mensen die via de Middellandse Zee, de Atlantische route of andere routes Europa binnenkomen, komen vaak eerst daar aan. Die landen moeten dan mensen redden, registreren, screenen, opvangen en vaak ook de eerste procedure starten. [1]

Nederland, Duitsland, België of Oostenrijk ervaren migratiedruk anders. Zij liggen niet aan de Middellandse Zee, maar krijgen wel te maken met mensen die doorreizen en later asiel aanvragen. Daardoor kijken lidstaten vanuit verschillende ervaringen naar hetzelfde probleem. Voor Italië is migratiebeleid vaak een vraag van aankomst en onmiddellijke opvang. Voor Nederland is het vaak een vraag van asielprocedure, opvangcapaciteit, nareis en doorreis. Voor Polen of Hongarije is het vaak een vraag van nationale identiteit, soevereiniteit en verzet tegen herplaatsing. Die verschillen maken één Europees antwoord moeilijk.

Het oude Dublin-systeem heeft die verdeeldheid versterkt. Onder dat systeem was vaak de lidstaat van eerste binnenkomst verantwoordelijk voor de behandeling van een asielaanvraag. [2] In gewone taal: wie via Italië de EU binnenkwam, kon later vanuit Nederland of Duitsland weer naar Italië worden teruggestuurd. Voor buitengrenslanden voelde dat oneerlijk, omdat hun geografische ligging juridisch werd vertaald naar extra verantwoordelijkheid. Voor andere lidstaten voelde Dublin juist noodzakelijk, omdat anders iedereen zou kunnen doorreizen naar het land van voorkeur.

Daar zit meteen de tweede reden voor verdeeldheid; lidstaten zijn het niet eens over wat eerlijk is. Voor landen aan de buitengrens is eerlijkheid dat verantwoordelijkheid wordt gedeeld. Voor landen verder naar binnen is eerlijkheid dat het eerste land mensen registreert en de regels naleeft. Voor landen die weinig mensen willen opnemen is eerlijkheid dat zij niet door Brussel worden gedwongen tot herplaatsing. Voor landen die veel aanvragen krijgen is eerlijkheid dat andere lidstaten ook bijdragen. Iedereen gebruikt het woord eerlijk, maar bedoelt iets anders.

Iedere lidstaat verstaat iets anders onder eerlijkheid

Artikel 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie probeert hier richting aan te geven. Daarin staat dat EU-beleid over grenscontroles, asiel en immigratie wordt beheerst door solidariteit en billijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen lidstaten. [3] Dat klinkt helder, maar het artikel zegt niet precies hoe solidariteit eruit moet zien. Moet Nederland mensen uit Italië overnemen? Moet Hongarije betalen? Moet Duitsland personeel sturen? Moet Spanje meer grenscontrole doen? Zodra solidariteit concreet wordt, begint de politieke strijd.

Het Europese Asiel- en Migratiepact is een poging om die strijd te beheersen. Vanaf 12 juni 2026 gelden nieuwe Europese regels voor asiel en migratie. De Europese Commissie beschrijft het Pact als een gemeenschappelijk Europees migratie- en asielsysteem, gebaseerd op strengere maar eerlijke regels, fundamentele rechten en solidariteit tussen lidstaten. [4] De Rijksoverheid schrijft dat het Pact onder meer strengere controles aan de buitengrenzen, kortere asielprocedures en beperkingen op doorreis moet brengen. [5]

Maar juist het Pact laat zien waarom migratiebeleid verdeelt. Het moest streng genoeg zijn voor lidstaten die meer controle willen. Het moest solidair genoeg zijn voor buitengrenslanden. Het moest juridisch houdbaar zijn voor mensenrechten en asielrecht. Het moest uitvoerbaar zijn voor diensten als IND, COA, Frontex, EUAA en nationale rechters. En het moest politiek verkoopbaar zijn in 27 lidstaten. Dat is bijna onmogelijk zonder compromis.

Daarom is het solidariteitsmechanisme onder het Pact “verplicht maar flexibel”. Lidstaten moeten bijdragen, maar zij kunnen kiezen hoe: door herplaatsing, financiële bijdragen, operationele steun of responsibility offsets. [6] Dat compromis is politiek slim, maar ook kwetsbaar. Landen die geen asielzoekers willen overnemen, kunnen liever betalen. Buitengrenslanden kunnen dan zeggen dat zij nog steeds met de mensen en de opvangdruk blijven zitten. Andere landen kunnen zeggen dat geld ook solidariteit is. Zo blijft de discussie bestaan.

Voor 2026 is een solidariteitspool vastgesteld van 21.000 herplaatsingen of andere solidariteitsinspanningen, of 420 miljoen euro aan financiële bijdragen. [7] Dat klinkt concreet. Maar ook hier begint de discussie meteen. Is 21.000 genoeg? Helpt geld evenveel als herplaatsing? Krijgen landen onder druk snel genoeg steun? Worden beloften ook uitgevoerd? En wie controleert of solidariteit in de praktijk werkt? Het juridische mechanisme is er, maar het politieke wantrouwen verdwijnt niet vanzelf.

Cijfers, perceptie en nationale identiteit

Een derde reden waarom migratiebeleid verdeelt, is dat de aantallen en de beleving vaak uit elkaar lopen. Frontex meldde dat het aantal irreguliere grensoverschrijdingen aan de EU-buitengrenzen in 2025 met 26 procent daalde tot bijna 178.000. [8] In de eerste vijf maanden van 2026 daalden irreguliere grensoverschrijdingen volgens Frontex opnieuw met bijna 40 procent. [9] Je zou kunnen denken dat het debat daardoor rustiger wordt. Maar dat gebeurt vaak niet.

Dat komt omdat migratiepolitiek niet alleen reageert op cijfers. Zij reageert ook op beelden, incidenten, opvangcrises, lokale spanningen en politieke framing. Eén overvolle opvanglocatie kan meer invloed hebben op het debat dan een daling van Europese grensoverschrijdingen. Eén reddingsoperatie op zee kan het politieke gevoel bepalen. Eén incident rond veiligheid kan het hele migratiedebat verharden. Daardoor blijven migratiecijfers en migratiegevoel vaak uit elkaar lopen.

Eurobarometer-onderzoek laat zien dat immigratie voor veel Europeanen een belangrijk onderwerp blijft. In de Standard Eurobarometer van najaar 2025 werd immigratie genoemd als een van de belangrijkste zorgen op EU-niveau. [10] Dat betekent niet dat alle Europeanen hetzelfde willen. Sommige burgers willen strengere grenzen. Anderen willen betere opvang en bescherming. Weer anderen willen vooral dat de overheid grip heeft. Maar het laat wel zien dat migratie politiek gevoelig blijft, ook wanneer de feitelijke aantallen dalen.

Een vierde reden is dat migratiebeleid raakt aan nationale identiteit. Voor veel mensen gaat migratie niet alleen over capaciteit, maar over de vraag wat voor samenleving een land wil zijn. Wie hoort erbij? Hoeveel verandering kan een samenleving aan? Welke taal, cultuur, religie en normen spelen mee? Dat zijn gevoelige vragen. Europese regelgeving kan daar niet makkelijk bovenuit stijgen, omdat identiteit vooral nationaal en lokaal wordt gevoeld.

Daarom kan een Europese afspraak in Brussel rationeel lijken, maar nationaal explosief worden. Een herplaatsingsmechanisme kan juridisch logisch zijn, maar in een lidstaat worden gepresenteerd als verlies van controle. Een grensprocedure kan op EU-niveau efficiënt lijken, maar lokaal worden ervaren als detentie aan de rand van Europa. Een opvangplicht kan mensenrechtelijk noodzakelijk zijn, maar in gemeenten leiden tot felle weerstand. Migratiebeleid raakt direct aan politiek vertrouwen.

Soevereiniteit en botsende waarden

Een vijfde reden is soevereiniteit. Met soevereiniteit wordt bedoeld dat een staat zelf gezag heeft over zijn grondgebied en wetten. Migratie voelt voor veel mensen als een kern van die soevereiniteit. Een land zou zelf moeten bepalen wie binnenkomt en wie mag blijven. Maar in de EU is dat niet meer volledig nationaal. Lidstaten hebben samen regels gemaakt over asiel, grenscontrole, opvang, terugkeer en verantwoordelijkheid. Veel regels uit het Pact zijn verordeningen en gelden rechtstreeks in alle lidstaten. [11]

Dat leidt tot spanning. Nationale regeringen willen aan hun kiezers laten zien dat zij controle hebben. Tegelijk moeten zij Europese regels naleven. Als nationale politici zeggen dat iets “moet van Europa”, kan dat frustratie oproepen. Maar als zij zelf in Brussel hebben meegestemd, is die uitleg vaak te simpel. EU-regels zijn niet alleen iets wat van buitenaf komt. Lidstaten maken die regels mede zelf. Toch voelt het voor burgers vaak alsof verantwoordelijkheid verdwijnt in een ondoorzichtig Europees systeem.

Een zesde reden is dat migratiebeleid verschillende waarden tegen elkaar lijkt te zetten. Aan de ene kant staan bescherming, menselijke waardigheid, het recht op asiel en het verbod om iemand terug te sturen naar gevaar. Aan de andere kant staan grenscontrole, veiligheid, terugkeer, draagvlak en bestuurbaarheid. In theorie hoeven die waarden elkaar niet uit te sluiten. Een goed systeem kan streng en rechtsstatelijk tegelijk zijn. Maar in politiek debat worden ze vaak als tegenstelling gepresenteerd.

Het EU-Handvest beschermt het recht op asiel en het verbod op verwijdering naar ernstig gevaar. [12] [13] Tegelijk wil de EU sneller kunnen bepalen wie bescherming krijgt en wie niet, en wil zij terugkeer versterken voor mensen zonder recht op verblijf. [14] Dat is juridisch begrijpelijk, maar politiek gevoelig. Voor mensenrechtenorganisaties kan de nadruk op grensprocedures en terugkeer voelen als afbraak van bescherming. Voor strengere lidstaten kan rechtsbescherming voelen als vertraging en gebrek aan controle.

Die botsing wordt sterker doordat asielrecht over individuele beoordeling gaat. Een overheid kan niet alleen naar groepen kijken. Zij moet beoordelen of deze persoon bescherming nodig heeft. Dat kost tijd, tolken, onderzoek, rechtsbijstand en rechterlijke controle. Voor politici die snelle oplossingen beloven, is dat lastig. Voor juristen en mensenrechtenorganisaties is juist die individuele beoordeling de kern van bescherming. Daar botst bestuurlijke snelheid met rechtsstatelijke zorgvuldigheid.

Ongelijke uitvoering en veranderende routes

Een zevende reden is dat uitvoering ongelijk is. Europese regels kunnen hetzelfde zijn, maar nationale systemen verschillen. De opvang in het ene land is beter dan in het andere. Wachttijden verschillen. Rechters verschillen in capaciteit. Rechtsbijstand verschilt. Registratiesystemen werken niet overal even goed. Als lidstaten elkaar niet vertrouwen in uitvoering, wordt samenwerking moeilijk.

Dat probleem werd zichtbaar bij de invoering van het Pact. Reuters meldde dat Eurodac, de Europese databank voor asiel- en migratiegegevens, technische problemen had op de dag waarop het Pact van toepassing werd. [15] Eurodac is belangrijk omdat het biometrische en identiteitsgegevens verwerkt en helpt bepalen waar iemand is geregistreerd of asiel heeft aangevraagd. Als zo’n systeem hapert, raakt dat meteen aan vertrouwen. Lidstaten moeten kunnen vertrouwen dat gegevens kloppen. Asielzoekers moeten kunnen vertrouwen dat fouten kunnen worden hersteld.

De Europese Commissie schreef in mei 2026 dat lidstaten aanzienlijk waren gevorderd met de implementatie van het Pact, maar dat verdere inspanningen nodig bleven. [16] Dat is een nette manier om te zeggen dat invoering moeilijk is. En dat maakt migratiebeleid verdeeld: sommige landen vinden dat anderen te langzaam of te slecht uitvoeren. Andere landen vinden dat Europese verplichtingen te zwaar of te complex zijn. Uitvoering wordt dan politiek verwijt.

Een achtste reden is dat migratieroutes voortdurend veranderen. Frontex benadrukte dat migratiebewegingen snel tussen routes kunnen verschuiven. [17] Als de Centrale Middellandse Zeeroute afneemt, kan de West-Afrikaanse route toenemen. Als samenwerking met één derde land werkt, kan een andere route belangrijker worden. Als geopolitieke omstandigheden veranderen, kan de druk plots verschuiven. Daardoor ervaren lidstaten migratie niet als stabiel beleidsprobleem, maar als iets dat steeds opnieuw crisissfeer kan krijgen.

Crisis maakt samenwerking moeilijker. In crisistijd willen lidstaten snel nationaal handelen. Grenzen sluiten. Controles invoeren. Noodopvang regelen. Strengere regels aankondigen. Maar Europese samenwerking vraagt juist overleg, vertrouwen en procedures. Dat botst. Hoe urgenter migratie politiek voelt, hoe moeilijker het wordt om rustig Europees beleid te voeren.

Derde landen en moeizame terugkeer

Een negende reden is dat migratie verbonden is met derde landen. De EU probeert migratie te beheersen via afspraken met landen buiten de EU, bijvoorbeeld over grenscontrole, terugkeer, mensensmokkel en ontwikkelingssteun. [18] Dat maakt migratiebeleid nog gevoeliger. Sommige lidstaten willen stevige deals met landen als Turkije, Tunesië, Libië, Marokko of Mauritanië. Anderen waarschuwen dat zulke samenwerking mensenrechten kan ondermijnen als mensen worden tegengehouden of teruggestuurd naar onveilige situaties.

Daarom verdeelt ook externalisering de EU. Externalisering betekent dat de EU probeert migratie al buiten haar eigen grondgebied te beheersen. Voorstanders zeggen dat dit nodig is om gevaarlijke reizen, mensensmokkel en irreguliere aankomsten te verminderen. Critici zeggen dat Europa verantwoordelijkheid uitbesteedt aan landen waar bescherming en mensenrechten niet altijd veilig zijn. Ook hier botsen controle en bescherming.

Een tiende reden is dat terugkeer moeilijk is. Veel politieke debatten gaan over de vraag waarom mensen zonder recht op verblijf niet sneller vertrekken. Maar terugkeer is praktisch ingewikkeld. Landen van herkomst moeten meewerken. Identiteit moet worden vastgesteld. 

Reisdocumenten moeten beschikbaar zijn. Er kunnen medische, juridische of mensenrechtelijke belemmeringen zijn. En iemand mag nooit worden teruggestuurd naar vervolging, marteling of onmenselijke behandeling. Dat beginsel heet non-refoulement. [19]

Voor strengere lidstaten voelt het uitblijven van terugkeer als bewijs dat het systeem niet werkt. Voor mensenrechtenorganisaties is het juist belangrijk dat terugkeer niet vóór zorgvuldige bescherming komt. Voor uitvoeringsinstanties is terugkeer vaak een kwestie van praktische diplomatie en capaciteit. Daardoor wordt terugkeer een symbooldossier: iedereen wil grip, maar niemand heeft volledige controle.

Verkiezingen en wantrouwen tussen lidstaten

Een elfde reden is dat migratiepolitiek vaak wordt gebruikt in binnenlandse verkiezingen. Politieke partijen kunnen migratie inzetten om zich te profileren als streng, realistisch, menselijk of Europees. Vooral partijen aan de rechterkant gebruiken migratie vaak als bewijs dat elites, Brussel of rechters de controle hebben verloren. Maar ook progressieve partijen gebruiken migratie om te spreken over mensenrechten, solidariteit en rechtsstaat. Het onderwerp is daardoor niet alleen beleid, maar ook identiteitspolitiek.

Reuters schreef bij de inwerkingtreding van het Pact dat het nieuwe systeem na jarenlange discussie van kracht werd, maar dat twijfels over impact en uitvoering blijven bestaan. Ook werd gewezen op politieke spanningen en weerstand van sommige lidstaten. [20] Dat is kenmerkend voor migratiebeleid: zelfs wanneer er eindelijk een compromis ligt, begint de discussie opnieuw over uitvoering, draagvlak en effectiviteit.

Een twaalfde reden is dat lidstaten elkaars motieven wantrouwen. Buitengrenslanden denken soms dat Noord- en West-Europese landen wel profiteren van open grenzen, maar onvoldoende helpen bij aankomsten. Noord- en West-Europese landen denken soms dat buitengrenslanden mensen te makkelijk laten doorreizen. Oost-Europese landen denken soms dat zij moeten betalen voor problemen die zij niet hebben veroorzaakt. Zuid-Europese landen denken dat zij jarenlang alleen zijn gelaten. Dat wantrouwen maakt zelfs redelijke voorstellen gevoelig.

Dat zag je bij het tijdelijke herplaatsingsmechanisme na 2015. Polen, Hongarije en Tsjechië weigerden mee te werken. Het Hof van Justitie oordeelde in 2020 dat zij daarmee hun EU-verplichtingen hadden geschonden. [21] Juridisch was dat duidelijk. Politiek liet het zien hoe diep de verdeeldheid was. Sommige lidstaten zagen verplichte herplaatsing als solidariteit. Andere lidstaten zagen het als aantasting van nationale keuzevrijheid.

Gedeelde verantwoordelijkheid maakt schuld diffuus

Een dertiende reden is dat migratiebeleid altijd zowel nationaal als Europees is. Als Nederland opvangproblemen heeft, kijkt het naar de IND, het COA, gemeenten en nationale wetgeving. Maar die problemen hangen ook samen met Europese regels over asiel, Dublin, screening en solidariteit. Als Italië aankomsten op zee heeft, is dat nationaal zichtbaar, maar Europees relevant. Als Duitsland veel aanvragen krijgt, heeft dat gevolgen voor het hele systeem. Niemand kan het volledig alleen oplossen, maar iedereen wordt nationaal afgerekend.

Dat maakt verantwoordelijkheid diffuus. Als het misgaat, kan een minister naar Europa wijzen. Europa kan naar lidstaten wijzen. Lidstaten kunnen naar elkaar wijzen. Uitvoeringsorganisaties kunnen naar politiek wijzen. Gemeenten kunnen naar het Rijk wijzen. Burgers zien vooral dat het systeem vastloopt. Die onduidelijkheid voedt verdeeldheid.

Migratiesucces is moeilijk te meten

Een veertiende reden is dat migratiebeleid moeilijk meetbaar succes kent. Wanneer werkt het goed? Als er minder irreguliere aankomsten zijn? Als minder mensen verdrinken? Als procedures sneller gaan? Als terugkeer stijgt? Als opvang menswaardig is? Als meer mensen bescherming krijgen die dat nodig hebben? Als burgers meer vertrouwen hebben? Verschillende politieke stromingen meten succes anders. Daardoor kunnen dezelfde feiten verschillend worden uitgelegd.

Als irreguliere grensoverschrijdingen dalen, kunnen regeringen zeggen dat beleid werkt. Mensenrechtenorganisaties kunnen vragen of mensen dan veiligere routes hebben of juist worden tegengehouden in gevaarlijke omstandigheden. Als procedures sneller worden, kan de overheid spreken van efficiëntie. Advocaten kunnen waarschuwen voor minder zorgvuldigheid. Als herplaatsing plaatsvindt, kunnen buitengrenslanden zeggen dat het onvoldoende is en andere landen dat zij al veel bijdragen. Er is geen neutrale maatstaf waar iedereen het over eens is.

Migratie raakt aan de kern van de EU

Een vijftiende reden is dat migratiebeleid raakt aan de kern van de EU zelf. De EU wil een ruimte zijn zonder permanente binnengrenscontroles, met vrij verkeer van personen. Maar als lidstaten de buitengrens en asielprocedures niet vertrouwen, komt Schengen onder druk. Dan voeren landen tijdelijke grenscontroles in, klagen zij over doorreis en vragen zij om strengere buitengrensbewaking. Migratiebeleid raakt dus direct aan een van de grootste Europese verworvenheden: vrij reizen binnen Europa.

Daarom is migratie zo ontwrichtend voor de EU. Het is niet alleen een beleidsterrein naast andere. Het raakt aan de vraag of lidstaten elkaar vertrouwen. Zonder vertrouwen in buitengrenscontrole werkt Schengen minder goed. Zonder vertrouwen in asielprocedures werken overdrachten minder goed. Zonder solidariteit voelen buitengrenslanden zich verlaten. Zonder verantwoordelijkheid voelen andere landen zich misbruikt. De hele Europese samenwerking wordt dan getest.

Wat het Pact probeert te organiseren

Het Migratiepact probeert precies die cirkel te doorbreken. Het wil strengere registratie en screening aan de buitengrenzen combineren met snellere procedures en solidariteit. [22] In theorie is dat de balans die de EU nodig heeft: verantwoordelijkheid én solidariteit. Controle én bescherming. Nationale uitvoering én Europese regels. Maar het succes hangt af van uitvoering. Als lidstaten alleen de strenge onderdelen serieus nemen en de solidariteit zwak blijft, blijft de verdeeldheid. Als lidstaten solidariteit eisen maar registratie en procedures niet op orde hebben, blijft de verdeeldheid ook.

Daarom is migratiebeleid zo moeilijk, want elke kant heeft een deel van de waarheid. Buitengrenslanden hebben gelijk dat zij extra druk ervaren. Binnenlandse lidstaten hebben gelijk dat doorreis en slechte registratie problemen veroorzaken. Mensenrechtenorganisaties hebben gelijk dat bescherming niet mag worden uitgehold. Regeringen hebben gelijk dat draagvlak en terugkeer belangrijk zijn. Gemeenten hebben gelijk dat opvang uitvoerbaar moet blijven. Asielzoekers hebben gelijk dat hun individuele verhaal zorgvuldig moet worden beoordeeld. Het probleem is dat al die waarheden tegelijk bestaan.

De EU verdeelt zich dus niet steeds opnieuw over migratie omdat één kant volledig ongelijk heeft. Zij verdeelt zich omdat migratiebeleid echte botsingen blootlegt: tussen noord en zuid, oost en west, controle en bescherming, nationale politiek en Europese verplichting, snelle uitvoering en zorgvuldige procedure, solidariteit en verantwoordelijkheid.

Waarom de verdeeldheid blijft terugkeren

Mijn conclusie is dat migratiebeleid de EU steeds opnieuw verdeelt omdat het de zwakke plekken van Europese samenwerking zichtbaar maakt. De EU is sterk wanneer belangen ongeveer samenvallen. Maar migratie verdeelt de kosten en gevolgen ongelijk. Sommige landen krijgen de eerste aankomst. Andere landen krijgen doorreis. Sommige landen willen bescherming centraal stellen. Andere landen willen controle vooropzetten. Sommige landen zien solidariteit als plicht. Andere landen zien het als opgelegde last.

Het Migratiepact is daarom geen einde van de verdeeldheid, maar een nieuwe poging om haar te organiseren. Het Pact probeert de ruzie niet volledig op te lossen, maar in regels te vangen; wie registreert, wie beslist, wie helpt, wie betaalt, wie neemt over en wie controleert. Dat is belangrijk. Maar regels werken alleen als lidstaten elkaar voldoende vertrouwen om ze uit te voeren.

De echte vraag is dus niet waarom migratiebeleid de EU verdeelt. De echte vraag is of de EU ondanks die verdeeldheid een systeem kan bouwen dat werkt. Een systeem waarin buitengrenslanden niet alleen blijven, waarin binnenlandse lidstaten niet alle doorreis dragen, waarin mensenrechten niet verdwijnen achter grenspolitiek, en waarin nationale regeringen eerlijk uitleggen dat migratie niet volledig nationaal en niet volledig Europees kan worden opgelost.

Zolang die eerlijkheid ontbreekt, zal migratie de EU blijven verdelen. Niet omdat samenwerking onmogelijk is, maar omdat migratie precies raakt aan wat lidstaten het moeilijkst vinden om te delen: controle, verantwoordelijkheid en vertrouwen.

Bronnenlijst

[1] Frontex, “Migratory routes”. Deze bron beschrijft de belangrijkste migratieroutes naar de EU en de situatie aan de buitengrenzen.
https://www.frontex.europa.eu/what-we-do/monitoring-and-risk-analysis/migratory-routes/migratory-routes/

[2] Raad van de Europese Unie, “Asylum and migration management”. Deze bron beschrijft de verantwoordelijkheidsregels voor asielaanvragen en de overgang van het Dublin-systeem naar de Asiel- en migratiebeheerverordening.
https://www.consilium.europa.eu/en/policies/asylum-migration-management/

[3] Artikel 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit artikel bepaalt dat EU-beleid over grenscontroles, asiel en immigratie wordt beheerst door solidariteit en billijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen lidstaten.
https://eur-lex.europa.eu/eli/treaty/tfeu_2016/art_80/oj/eng

[4] Europese Commissie, “Pact on Migration and Asylum”. Deze bron beschrijft het Pact als een gemeenschappelijk Europees migratie- en asielsysteem, gebaseerd op solidariteit, verantwoordelijkheid en fundamentele rechten.
https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum_en

[5] Rijksoverheid, “Nieuw Europees asielbeleid (Migratiepact)”. Deze bron legt uit dat vanaf 12 juni 2026 nieuwe Europese asielregels gelden, met strengere controles, kortere procedures en beperkingen op doorreis.
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/asielbeleid/nieuwe-europese-regels-voor-asiel

[6] Europese Commissie, “Questions and answers on the Pact on Migration and Asylum”. Deze bron beschrijft het solidariteitsmechanisme als permanent, verplicht en flexibel, waarbij lidstaten de vorm van hun bijdrage kunnen kiezen.
https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum/questions-and-answers-pact-migration-and-asylum_en

[7] Raad van de Europese Unie, “Migration and asylum: Member states agree on solidarity pool”, 8 december 2025. Deze bron beschrijft de solidariteitspool voor 2026 met 21.000 herplaatsingen of andere solidariteitsinspanningen, of 420 miljoen euro aan financiële bijdragen.
https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2025/12/08/migration-and-asylum-member-states-agree-on-solidarity-pool/

[8] Frontex, “Irregular border crossings down 26% in 2025, Europe must stay prepared”, 15 januari 2026. Deze bron vermeldt dat irreguliere grensoverschrijdingen aan de EU-buitengrenzen in 2025 met 26 procent daalden tot bijna 178.000.
https://www.frontex.europa.eu/media-centre/news/news-release/frontex-irregular-border-crossings-down-26-in-2025-europe-must-stay-prepared-lyKpVb

[9] Frontex, “Irregular border crossings into the EU down 40% in the first five months of 2026”, 12 juni 2026. Deze bron vermeldt dat irreguliere grensoverschrijdingen in de eerste vijf maanden van 2026 met bijna 40 procent daalden.
https://www.frontex.europa.eu/media-centre/news/news-release/frontex-irregular-border-crossings-into-the-eu-down-40-in-the-first-five-months-of-2026-h4gbBB

[10] Europese Commissie, “Standard Eurobarometer 104 - Autumn 2025”. Deze bron bevat gegevens over publieke zorgen in de EU, waaronder immigratie als belangrijk onderwerp op EU-niveau.
https://europa.eu/eurobarometer/surveys/detail/3378

[11] Artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit artikel bepaalt dat een verordening verbindend is in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk is in elke lidstaat.
https://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:12008E288:EN:HTML

[12] Artikel 18 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit artikel beschermt het recht op asiel.
https://fra.europa.eu/en/eu-charter/article/18-right-asylum

[13] Artikel 19 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit artikel verbiedt collectieve uitzetting en beschermt tegen verwijdering naar ernstig gevaar.
https://fra.europa.eu/en/eu-charter/article/19-protection-event-removal-expulsion-or-extradition

[14] Europese Commissie, “New migration and asylum rules enter into application: what is changing?”, 12 juni 2026. Deze bron beschrijft de belangrijkste veranderingen onder het Pact, waaronder screening, registratie, snellere procedures, terugkeer en solidariteit.
https://home-affairs.ec.europa.eu/news/new-migration-and-asylum-rules-enter-application-what-changing-2026-06-12_en

[15] Reuters, “EU asylum database malfunctions on migration pact launch day”, 12 juni 2026. Deze bron beschrijft technische problemen met Eurodac op de dag waarop het Pact van toepassing werd.
https://www.reuters.com/world/eu-asylum-database-malfunctions-migration-pact-launch-day-2026-06-12/

[16] Europese Commissie, “Commission reports on progress in implementing Pact on Migration and Asylum”, 8 mei 2026. Deze bron beschrijft de voortgang bij de implementatie van het Pact en de noodzaak van verdere inspanningen.
https://home-affairs.ec.europa.eu/news/commission-reports-progress-implementing-pact-migration-and-asylum-2026-05-08_en

[17] Frontex, “Irregular border crossings down 26% in 2025, Europe must stay prepared”, 15 januari 2026. Deze bron benadrukt dat migratieroutes snel kunnen verschuiven en dat Europa voorbereid moet blijven.
https://www.frontex.europa.eu/media-centre/news/news-release/frontex-irregular-border-crossings-down-26-in-2025-europe-must-stay-prepared-lyKpVb

[18] Europese Commissie, “An effective, firm and fair EU return and readmission policy”. Deze bron beschrijft Europese samenwerking met derde landen rond terugkeer, overname en migratiepartnerschappen.
https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/irregular-migration-and-return/effective-firm-and-fair-eu-return-and-readmission-policy_en

[19] UNHCR, “The 1951 Refugee Convention”. Deze bron beschrijft het Vluchtelingenverdrag en het beginsel dat vluchtelingen niet mogen worden teruggestuurd naar gevaar.
https://www.unhcr.org/about-unhcr/who-we-are/1951-refugee-convention

[20] Reuters, “EU overhaul to toughen migration rules takes effect, though doubts remain about impact”, 12 juni 2026. Deze bron beschrijft de inwerkingtreding van het Pact, de politieke spanningen en twijfels over de impact.
https://www.reuters.com/world/eu-overhaul-toughen-migration-rules-takes-effect-though-doubts-remain-about-2026-06-12/

[21] Hof van Justitie van de Europese Unie, persbericht nr. 40/20, “Commission v Poland, Hungary and the Czech Republic”, 2 april 2020. Het Hof oordeelde dat Polen, Hongarije en Tsjechië hun verplichtingen onder EU-recht schonden door niet mee te werken aan het tijdelijke herplaatsingsmechanisme.
https://curia.europa.eu/jcms/upload/docs/application/pdf/2020-04/cp200040en.pdf

[22] Verordening (EU) 2024/1351, de Asiel- en migratiebeheerverordening. Deze verordening regelt verantwoordelijkheid voor asielaanvragen en het solidariteitsmechanisme tussen lidstaten.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1351/oj/eng

[23] Verordening (EU) 2024/1348, de Asielprocedureverordening. Deze verordening bevat gemeenschappelijke procedures voor internationale bescherming, waaronder versnelde procedures en grensprocedures.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1348/oj/eng

[24] Verordening (EU) 2024/1356, de Screeningverordening. Deze verordening regelt screening van derdelanders, waaronder identiteits-, gezondheids-, kwetsbaarheids- en veiligheidschecks.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1356/oj/eng

[25] Human Rights Watch, “Questions and Answers: The EU Pact on Migration and Asylum”, 10 juni 2026. Deze bron bespreekt mensenrechtelijke risico’s rond screening, grensprocedures, detentieachtige omstandigheden en toegang tot bescherming.
https://www.hrw.org/news/2026/06/10/questions-and-answers-the-eu-pact-on-migration-and-asylum

[26] ECRE, “ECRE Statement on Pact Implementation”, 10 juni 2026. Deze bron waarschuwt voor risico’s rond toegang tot asiel, fundamentele rechten en uitvoering van het Pact.
https://ecre.org/ecre-statement-on-pact-implementation/

Maak jouw eigen website met JouwWeb