In het kort - Leestijd: 10 minuten
• Het artikel behandelt solidariteit zonder menselijkheid: kan dat? vanuit juridisch en praktisch perspectief.
• De belangrijkste regels, belangen en knelpunten worden in begrijpelijke taal uitgelegd.
• Ook wordt besproken wat het onderwerp betekent voor beleid, uitvoering en mensen in migratieprocedures.

Solidariteit zonder menselijkheid: kan dat?

Solidariteit klinkt menselijk. Het woord roept iets op van elkaar helpen, verantwoordelijkheid delen en niet wegkijken wanneer een ander onder druk staat. In het Europese migratiebeleid betekent solidariteit meestal iets anders. Daar gaat het vaak over lidstaten die elkaar ondersteunen: herplaatsing, financiële bijdragen, operationele steun, verantwoordelijkheidsovername en Europese fondsen. Dat is belangrijk, maar het roept een ongemakkelijke vraag op: kan solidariteit bestaan zonder menselijkheid?

Het korte antwoord is juridisch misschien wel, maar rechtsstatelijk en moreel niet. Een solidariteitsmechanisme kan op papier werken tussen staten. Landen kunnen geld betalen, personeel sturen of verantwoordelijkheid overnemen. Maar als de mensen om wie het gaat vooral worden gezien als aantallen, dossiers of “druk” op een systeem, dan wordt solidariteit leeg. Dan helpen staten misschien elkaar, maar niet noodzakelijk de mensen die bescherming nodig hebben.

Die spanning zit midden in het Europese Asiel- en Migratiepact. Vanaf 12 juni 2026 gelden nieuwe Europese regels voor asiel en migratie. De Europese Commissie beschrijft het Pact als een gemeenschappelijk Europees systeem voor migratie en asiel, gebaseerd op stevige maar eerlijke regels, solidariteit, verantwoordelijkheid en fundamentele rechten. [1] Dat klinkt evenwichtig. Maar de praktijk zal moeten laten zien of die drie woorden echt samen kunnen bestaan: controle, solidariteit en menselijkheid.

Solidariteit tussen staten is juridisch verankerd

Solidariteit tussen EU-lidstaten is juridisch verankerd. Artikel 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat het EU-beleid over grenscontroles, asiel en immigratie wordt beheerst door solidariteit en billijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen lidstaten. [2] In gewone taal betekent dit dat landen aan de buitengrens niet alleen mogen worden gelaten wanneer zij veel aankomsten, opvangdruk of proceduredruk ervaren.

Dat is logisch. Italië, Griekenland, Spanje, Cyprus en Malta liggen anders in Europa dan Nederland, Duitsland of België. Zij krijgen vaker te maken met eerste aankomsten, reddingsoperaties op zee, registratie aan de buitengrens, screening en grensprocedures. 

Daarom is het eerlijk dat andere lidstaten bijdragen. Zonder solidariteit wordt geografie bijna een straf, want wie aan de rand van Europa ligt, draagt de zwaarste verantwoordelijkheid.

Waar begint menselijkheid?

Maar hier begint de vraag naar menselijkheid. Solidariteit wordt in het Pact vooral georganiseerd tussen staten. Een land onder migratiedruk kan steun krijgen. Andere lidstaten leveren bijdragen. De Europese Commissie beoordeelt de situatie. De Raad stelt de solidariteitspool vast. Lidstaten kiezen of zij bijdragen via herplaatsing, geld, operationele steun of responsibility offsets. [3] Dat is bestuurlijk nuttig. Maar in dat systeem kan de persoon zelf makkelijk verdwijnen.

Een asielzoeker wordt dan een onderdeel van een verdeelmechanisme. Iemand wordt niet meer primair gezien als mens met een verhaal, familie, angst, trauma, hoop en rechten, maar als een bijdrage aan een solidariteitspool. De vraag wordt dan: telt deze persoon mee als herplaatsing? Telt deze verantwoordelijkheid mee als offset? Kan een financiële bijdrage in plaats komen van opname? Heeft een lidstaat zijn fair share gehaald? Dat zijn noodzakelijke vragen voor bestuur, maar ze mogen niet de enige vragen worden.

Herplaatsing, geld en operationele steun

Het Pact noemt solidariteit verplicht maar flexibel. Lidstaten moeten bijdragen, maar zij mogen kiezen hoe zij dat doen. [4] Dat is politiek begrijpelijk. Sommige landen willen geen asielzoekers overnemen, maar zijn wel bereid te betalen. Andere landen willen personeel sturen of technische ondersteuning geven. Zonder flexibiliteit was er misschien helemaal geen akkoord gekomen. Maar flexibiliteit heeft ook een risico. Een land kan formeel solidair zijn, zonder dat mensen uit overvolle opvangsituaties werkelijk worden geholpen.

Financiële solidariteit kan nuttig zijn. Geld kan helpen bij opvangcapaciteit, registratie, medische zorg, tolken, personeel of infrastructuur. Maar geld is niet altijd menselijkheid. Als een lidstaat vooral betaalt om geen mensen te hoeven opnemen, kan solidariteit voelen als afkoop. Dan blijft de menselijke druk in buitengrenslanden bestaan, terwijl andere landen juridisch kunnen zeggen dat zij hebben bijgedragen. De vraag is dan niet alleen of solidariteit is geleverd, maar of zij helpt waar de nood zit.

Herplaatsing is menselijker zichtbaar. Daarbij wordt iemand uit een lidstaat onder druk overgebracht naar een andere lidstaat, die dan verantwoordelijkheid overneemt. [5] Dat kan concreet helpen. Een persoon verlaat een overbelaste situatie en krijgt mogelijk toegang tot betere opvang, rustiger procedure en meer capaciteit. Maar ook herplaatsing is niet automatisch menselijk. Als mensen zonder goede informatie, zonder rekening met familiebanden of zonder zorgvuldige dossieroverdracht worden verplaatst, wordt herplaatsing een logistieke operatie in plaats van bescherming.

Twee vragen voor iedere solidariteitsmaatregel

Daarom moet solidariteit altijd twee vragen tegelijk beantwoorden. De eerste vraag is: helpt dit lidstaten onder druk? De tweede vraag is, helpt dit de mensen die bescherming zoeken? Als alleen de eerste vraag telt, wordt solidariteit een bestuurlijk instrument. Als ook de tweede vraag telt, blijft solidariteit verbonden met menselijke waardigheid.

Asiel, non-refoulement en menselijke waardigheid

Het EU-Handvest maakt dat belangrijk. Artikel 1 beschermt menselijke waardigheid. [6] Artikel 18 beschermt het recht op asiel. [7] Artikel 19 verbiedt collectieve uitzetting en beschermt tegen verwijdering naar ernstig gevaar. [8] Artikel 24 beschermt de rechten van het kind. [9] Artikel 47 beschermt het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en een eerlijk proces. [10] Dat zijn geen zachte idealen naast het migratiesysteem. Het zijn juridische grenzen waarbinnen het systeem moet werken.

Menselijkheid betekent in dit verband dus niet dat iedereen automatisch mag blijven. Het betekent ook niet dat grenzen verdwijnen of dat terugkeer onmogelijk wordt. Menselijkheid betekent dat mensen niet worden gereduceerd tot problemen. Het betekent dat iemand toegang moet hebben tot een echte procedure, dat kwetsbaarheid moet worden herkend, dat kinderen als kinderen worden behandeld, dat opvang menswaardig is, dat rechtsbijstand beschikbaar is en dat niemand wordt teruggestuurd naar gevaar.

Dat laatste heet non-refoulement. Dat beginsel houdt in dat iemand niet mag worden teruggestuurd naar een land waar hij vervolging, marteling of onmenselijke behandeling riskeert. Het staat centraal in het Vluchtelingenverdrag en in mensenrechtenrecht. [11] Een solidariteitssysteem dat wel druk tussen staten verdeelt, maar mensen sneller richting terugkeer duwt zonder zorgvuldige beoordeling, is dus niet menselijk en ook niet rechtsstatelijk.

Menselijkheid begint bij screening en uitvoering

Juist daarom is de uitvoering van het Pact zo belangrijk. Het Pact legt veel nadruk op screening, registratie, snellere procedures, grensprocedures, terugkeer en solidariteit. [12] Dat kan nodig zijn om grip te krijgen op een vastgelopen systeem. Maar snelheid en controle mogen niet de enige maatstaven worden. Een snelle procedure is pas goed als de beslissing klopt. Een screening is pas goed als zij niet alleen veiligheidsrisico’s ziet, maar ook kwetsbaarheid. Een solidariteitsmechanisme is pas goed als het niet alleen lidstaten ontlast, maar ook mensen beschermt.

Menselijkheid begint al bij de eerste aankomst. Iemand die na een gevaarlijke reis aankomt op een eiland, in een haven of bij een grenspost, is niet alleen een “irreguliere binnenkomst”. Het is een mens die misschien bescherming nodig heeft. Natuurlijk moet de overheid weten wie iemand is. Natuurlijk mogen identiteit, veiligheid en nationaliteit worden gecontroleerd. Maar die controle moet plaatsvinden met basale waardigheid: eten, water, medische hulp, duidelijke uitleg, tolken en toegang tot asiel.

De Screeningverordening verplicht lidstaten om onder meer identiteit, gezondheid, kwetsbaarheid en veiligheid te controleren. [13] Dat laat zien dat screening twee kanten heeft. Het is een controlemiddel, maar ook een beschermingsmoment. Als staten alleen de controlekant zien, wordt screening hard. Als staten ook de beschermingskant serieus nemen, kan screening juist helpen om kwetsbare mensen eerder te herkennen.

Kwetsbaarheid is daarbij essentieel. Niet iedereen die bescherming nodig heeft, ziet er kwetsbaar uit. Een slachtoffer van mensenhandel kan zwijgen uit angst. Een kind kan ouder lijken. Iemand met trauma kan tegenstrijdig verklaren. Iemand die seksueel geweld heeft meegemaakt, kan details vermijden uit schaamte. Als procedures sneller worden, wordt het risico groter dat zulke signalen worden gemist. Menselijke solidariteit vraagt dus dat snelheid kan vertragen wanneer dat nodig is.

De Asielprocedureverordening verplicht lidstaten om te beoordelen of iemand bijzondere procedurele waarborgen nodig heeft. [14] Als iemand zulke waarborgen nodig heeft, moet noodzakelijke ondersteuning worden geboden. En als die ondersteuning niet kan worden geboden in een versnelde procedure of grensprocedure, mag die procedure niet worden toegepast of moet zij worden beëindigd. [15] Dat is een belangrijk menselijk correctiemechanisme. Het systeem mag niet alleen vooruit duwen. Het moet ook kunnen stoppen, luisteren en aanpassen.

Wanneer solidariteit vooral containment ondersteunt

Toch is precies daar veel kritiek op het Pact. Human Rights Watch waarschuwt dat de nieuwe regels risico’s opleveren rond screening, grensprocedures, detentieachtige omstandigheden en toegang tot bescherming. [16] ECRE stelt dat het Pact als geheel de toegang tot asiel kan beperken, fundamentele waarborgen kan verlagen en mensen aan de buitengrens kan vasthouden in situaties waarin bescherming juist kwetsbaar wordt. [17] Die kritiek moet serieus worden genomen, omdat zij de menselijke kant van solidariteit raakt.

Het is mogelijk dat lidstaten elkaar helpen om mensen sneller aan de buitengrens te houden. Het is mogelijk dat geld vooral gaat naar grensbewaking in plaats van opvangkwaliteit. Het is mogelijk dat operationele steun vooral dient om terugkeer te versnellen, terwijl rechtsbijstand, tolken en kwetsbaarheidssignalering achterblijven. In zulke gevallen is er misschien Europese samenwerking, maar de vraag is of dat nog solidariteit in betekenisvolle zin is.

Solidariteit zonder menselijkheid kan zelfs gevaarlijk worden. Dan helpen lidstaten elkaar om verantwoordelijkheid te beheersen, niet om bescherming te waarborgen. Dan gaat het systeem vooral over hoe druk wordt verdeeld, hoe mensen worden tegengehouden en hoe terugkeer wordt versneld. Dat kan bestuurlijk effectief lijken, maar het kan mensenrechtelijk problematisch zijn. Een systeem dat efficiënt is in het verschuiven van mensen, maar slecht in het zien van mensen, is geen rechtvaardig systeem.

Horizontale én verticale solidariteit

Daarom moet solidariteit niet alleen horizontaal zijn, tussen staten, maar ook verticaal: gericht op de verhouding tussen overheid en persoon. Horizontale solidariteit vraagt: helpt Nederland Italië, Griekenland of Spanje? Verticale solidariteit vraagt: behandelt Europa de persoon die bescherming zoekt met waardigheid? Beide zijn nodig. Zonder horizontale solidariteit vallen buitengrenslanden om. Zonder verticale solidariteit verliest het systeem zijn menselijkheid.

Opvang, rechtsbijstand en kinderen

Een voorbeeld is opvang. De Opvangrichtlijn bevat Europese normen voor opvang van mensen die internationale bescherming aanvragen. [18] Opvang is niet alleen een bed en een dak. Het gaat om rust, veiligheid, medische zorg, toegang tot informatie, bescherming van kwetsbare personen en de mogelijkheid om aan de procedure deel te nemen. Als iemand in overvolle, onveilige of chaotische opvang zit, wordt zijn asielprocedure zwakker. Dan is solidariteit tussen staten onvoldoende als zij niet leidt tot menswaardige opvang.

Een ander voorbeeld is rechtsbijstand. Artikel 47 van het EU-Handvest beschermt effectieve rechtsbescherming. [19] Als iemand een afwijzing krijgt, moet hij praktisch naar een rechter kunnen. Daarvoor moet hij het besluit begrijpen, juridisch advies krijgen en genoeg tijd hebben om te reageren. Een solidariteitsmechanisme dat procedures versnelt maar rechtsbijstand verzwakt, is niet menselijk. Dan wordt snelheid belangrijker dan de mogelijkheid om fouten te herstellen.

Ook kinderen laten zien waarom solidariteit niet zonder menselijkheid kan. Artikel 24 van het EU-Handvest bepaalt dat het belang van het kind een essentiële overweging moet zijn bij alle handelingen die kinderen raken. [20] Dat betekent dat kinderen niet alleen mogen meetellen als onderdeel van een migratiestroom. Zij moeten als kinderen worden gezien. Hun opvang, begeleiding, school, gezondheid, familiebanden en veiligheid moeten afzonderlijk worden meegewogen. Een kindvriendelijk systeem kan niet alleen worden gemeten in doorlooptijden of aantallen herplaatsingen.

Bij herplaatsing wordt dit extra belangrijk. Als een kind of gezin wordt overgebracht naar een andere lidstaat, moet duidelijk zijn waarom, wanneer, met welke bescherming en met welke begeleiding. Familiebanden moeten serieus worden genomen. Dossiers moeten zorgvuldig worden overgedragen. Medische informatie moet niet verdwijnen. Het belang van het kind moet niet pas achteraf worden genoemd, maar vooraf richting geven aan de beslissing.

Meer meten dan euro’s en aantallen

Daarom is het ook problematisch wanneer solidariteit vooral in cijfers wordt besproken. Voor 2026 bestaat de solidariteitspool uit 21.000 herplaatsingen of andere solidariteitsinspanningen, of 420 miljoen euro aan financiële bijdragen. [21] Zulke cijfers zijn nodig voor beleid. Maar cijfers kunnen ook verhullen wat er echt gebeurt. Een getal zegt niet of iemand goed is gehoord. Een bedrag zegt niet of een kind veilig slaapt. Een herplaatsingsaantal zegt niet of familiebanden zijn gerespecteerd. Een solidariteitspool zegt niet automatisch of bescherming werkt.

Menselijke solidariteit vraagt daarom om andere vragen. Niet alleen: hoeveel mensen zijn herplaatst? Maar ook, naar welke omstandigheden zijn zij overgebracht? Niet alleen: hoeveel geld is betaald? Maar ook: is dat geld gebruikt voor opvang, rechtsbijstand, tolken, medische zorg en bescherming? Niet alleen: hoeveel procedures zijn versneld? Maar ook: hoeveel besluiten zijn later vernietigd omdat ze onzorgvuldig waren? Niet alleen: hoeveel mensen zijn teruggekeerd? Maar ook: is zorgvuldig onderzocht of terugkeer veilig was?

Die vragen zijn lastiger, maar ze zijn noodzakelijk. Anders kan solidariteit administratief succesvol lijken terwijl mensenrechten onder druk staan. Een EU-land kan zijn bijdrage leveren en toch blijven mensen in overvolle centra aan de buitengrens. Een lidstaat kan geld overmaken en toch blijven kwetsbare mensen zonder hulp. Een procedure kan sneller worden en toch vaker fouten maken. Dan werkt de boekhouding van solidariteit, maar niet de menselijke werkelijkheid.

Het probleem is dat staten vaak denken in druk, capaciteit en verantwoordelijkheid. Dat is begrijpelijk. Overheden moeten systemen organiseren. Zij moeten opvangplekken plannen, budgetten maken, personeel inzetten en politieke verantwoording afleggen. Maar asielrecht vraagt meer dan systeemdenken. Het vraagt dat de overheid blijft zien dat elk dossier een persoon is. De menselijke maat is dus geen extra laag bovenop migratierecht. Zij is onderdeel van goed migratierecht.

Terugkeer en externalisering

Dat geldt ook voor terugkeer. Een eerlijk asielsysteem kan niet alleen bestaan uit toelating. Als iemand na een zorgvuldige procedure geen recht heeft op bescherming, kan terugkeer aan de orde zijn. Maar terugkeer zonder menselijkheid wordt snel hard. Mensen moeten weten waarom zij moeten vertrekken, welke rechtsmiddelen zij hebben, of medische omstandigheden worden meegewogen, of familiebanden en kinderen worden beschermd, en of terugkeer veilig is. Terugkeer mag nooit vóór bescherming komen.

De EU zet steeds sterker in op terugkeerbeleid. De Commissie beschrijft terugkeer en overname als onderdeel van een effectief, stevig en eerlijk migratiebeleid. [22] Dat kan juridisch verdedigbaar zijn. Maar de woorden “stevig” en “eerlijk” moeten samen blijven. Stevig zonder eerlijkheid wordt hardheid. Eerlijkheid zonder uitvoerbaarheid wordt een papieren ideaal. Menselijke solidariteit vraagt dat terugkeerbeleid niet losraakt van non-refoulement, rechtsbijstand en individuele beoordeling.

Ook externalisering raakt aan deze vraag. Externalisering betekent dat de EU probeert migratie al buiten haar eigen grondgebied te beheersen, bijvoorbeeld via afspraken met derde landen over grenscontrole, terugkeer of opvang. Voorstanders zeggen dat dit gevaarlijke reizen en mensensmokkel kan verminderen. Critici waarschuwen dat Europa verantwoordelijkheid uitbesteedt aan landen waar mensenrechtenbescherming minder sterk is. Human Rights Watch wijst erop dat de EU en lidstaten vaak inzetten op het voorkomen van aankomsten en het uitbesteden van verantwoordelijkheid buiten de EU. [23]

Hier wordt de vraag naar menselijkheid extra scherp. Als Europese solidariteit vooral betekent dat lidstaten samenwerken om mensen buiten Europa te houden, dan wordt solidariteit een instrument van afstand. Dan helpen EU-landen elkaar om niet geconfronteerd te worden met bescherming. Dat kan politiek aantrekkelijk zijn, maar het mag niet betekenen dat mensen geen echte toegang meer krijgen tot asiel of worden blootgesteld aan mishandeling, detentie of terugzending naar gevaar.

Menselijkheid vraagt dus nabijheid. Niet per se fysieke nabijheid in de zin dat iedereen naar Europa moet kunnen komen, maar juridische nabijheid, de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen van beleid. Als Europese afspraken ertoe leiden dat mensen vastlopen in landen waar zij geen bescherming hebben, kan Europa niet eenvoudig zeggen dat het niet meer haar probleem is. Solidariteit tussen staten mag geen manier worden om de mens buiten beeld te plaatsen.

Transparantie en rechterlijke controle

Daarom is transparantie zo belangrijk. Als lidstaten geld bijdragen aan solidariteit, moet duidelijk zijn waar dat geld naartoe gaat. Als operationele steun wordt geleverd, moet duidelijk zijn waarvoor die steun wordt gebruikt. Als herplaatsing plaatsvindt, moet duidelijk zijn wie wordt herplaatst en met welke waarborgen. Als grensprocedures worden versneld, moet duidelijk zijn hoeveel mensen kwetsbaar zijn, hoeveel extra ondersteuning krijgen en hoeveel zaken later door rechters worden gecorrigeerd.

Zonder transparantie wordt solidariteit een beleidswoord dat iedereen kan gebruiken zoals het uitkomt. Een regering kan zeggen dat zij solidair is omdat zij betaalt. Een buitengrensland kan zeggen dat het nog steeds alleen staat omdat er te weinig mensen worden overgenomen. De Commissie kan zeggen dat het mechanisme draait. Ngo’s kunnen zeggen dat mensenrechten verslechteren. Burgers weten dan niet wie gelijk heeft. Transparantie maakt solidariteit toetsbaar.

Ook rechterlijke controle is nodig. Artikel 47 van het EU-Handvest is daarbij cruciaal. [24] Als beslissingen over asiel, overdracht, detentie, terugkeer of grensprocedures mensen raken, moet er effectieve rechtsbescherming zijn. Solidariteit kan niet betekenen dat mensen tussen staten worden verschoven zonder dat zij begrijpen wat er gebeurt of zonder dat zij fouten kunnen aanvechten. Een systeem dat mensen verplaatst maar rechtsbescherming beperkt, is bestuurlijk misschien soepel, maar juridisch zwak.

De Europese Commissie benadrukt dat het Pact stevig en eerlijk moet zijn en binnen Europese waarden moet blijven. [25] Dat is precies de belofte die moet worden getest. Europese waarden zijn niet alleen iets voor toespraken. Zij moeten zichtbaar worden in opvangcentra, aan grenzen, in gehoorkamers, in rechtbanken, bij kinderen, bij kwetsbare mensen en bij terugkeerbesluiten. Daar blijkt of solidariteit menselijk is.

Systeemsolidariteit versus menselijke solidariteit

Solidariteit zonder menselijkheid kan dus bestaan als systeemtechniek. Lidstaten kunnen elkaar ontlasten zonder dat de menselijke ervaring verbetert. Zij kunnen geld verschuiven, verantwoordelijkheid administratief verplaatsen en druk verdelen. Maar dan wordt solidariteit een bestuurlijke rekensom. Dat is te weinig voor een Unie die zegt gebaseerd te zijn op menselijke waardigheid, vrijheid, gelijkheid, rechtsstaat en mensenrechten.

Daarom moet solidariteit in migratiebeleid opnieuw worden ingevuld. Niet alleen als lastenverdeling tussen lidstaten, maar als gedeelde verantwoordelijkheid voor bescherming. Dat betekent dat solidariteit niet ophoudt bij de vraag wie hoeveel doet. Zij begint bij de vraag waarvoor het systeem bestaat. Asielrecht bestaat niet om migratie netjes te administreren. Het bestaat om mensen bescherming te bieden wanneer zij die nodig hebben.

Dat betekent niet dat de EU geen grenzen mag beheren. Natuurlijk mag dat. Een rechtsstaat mag weten wie binnenkomt, mag procedures organiseren, mag aanvragen afwijzen en mag terugkeer regelen. Maar de manier waarop dat gebeurt, bepaalt of het beleid menselijk blijft. Controle zonder waardigheid is hard. Solidariteit zonder bescherming is leeg. Efficiëntie zonder rechtsbescherming is gevaarlijk.

Wat betekent dit voor Nederland?

Voor Nederland is dit ook relevant. Nederland kan zeggen dat het solidair is door financieel bij te dragen of operationele steun te leveren. Maar Nederland moet ook kijken naar de gevolgen van die keuze. Helpt de bijdrage werkelijk om opvang menswaardiger te maken? Worden kwetsbare mensen beter beschermd? Worden procedures eerlijker? Of helpt de bijdrage vooral om te voorkomen dat Nederland mensen hoeft over te nemen? Dat onderscheid is ongemakkelijk, maar eerlijk.

Andersom moet Nederland ook erkennen dat solidariteit met buitengrenslanden nodig is om menselijkheid mogelijk te maken. Als Italië, Griekenland, Spanje of Cyprus structureel overbelast raken, worden opvang en procedures daar slechter. Dan lijden mensen daaronder. Solidariteit tussen lidstaten kan dus juist een voorwaarde zijn voor menselijke behandeling. Het probleem is niet solidariteit zelf. Het probleem is solidariteit die alleen naar staten kijkt en niet naar mensen.

Daarom is de juiste vraag niet alleen, kan solidariteit zonder menselijkheid? De betere vraag is: wat blijft er dan van solidariteit over? Als solidariteit alleen betekent dat staten hun lasten verdelen, maar niet dat mensen beter worden beschermd, is het woord verarmd. Dan is solidariteit geen moreel beginsel meer, maar een bestuurskundige afspraak.

Waarom echte solidariteit niet zonder menselijkheid kan

Mijn conclusie is dat echte Europese solidariteit niet zonder menselijkheid kan. Juridisch kan een systeem misschien functioneren met bijdragen, pools, offsets en financiële instrumenten. Maar rechtsstatelijk is dat onvoldoende. Solidariteit moet zichtbaar zijn in menselijke waardigheid, toegang tot asiel, rechtsbijstand, opvang, kindbescherming, kwetsbaarheidssignalering en bescherming tegen terugkeer naar gevaar.

Het Migratiepact wordt daarom niet alleen getest op de vraag of lidstaten elkaar helpen. Het wordt getest op de vraag hoe zij dat doen. Helpen zij elkaar om bescherming beter mogelijk te maken? Of helpen zij elkaar vooral om verantwoordelijkheid weg te duwen? Dat verschil bepaalt of solidariteit een Europese waarde blijft of een technisch woord wordt.

Solidariteit zonder menselijkheid kan misschien bestaan in vergaderstukken, tabellen en Europese besluiten. Maar zij kan niet de basis zijn van een rechtvaardig migratiebeleid. 

Want migratiebeleid gaat uiteindelijk niet alleen over staten die elkaar helpen. Het gaat over mensen die bescherming zoeken, en over de vraag of Europa hen nog als mensen blijft zien.

Bronnenlijst

[1] Europese Commissie, “Pact on Migration and Asylum”. Deze bron beschrijft het Pact als een gemeenschappelijk Europees migratie- en asielsysteem, gebaseerd op solidariteit, verantwoordelijkheid, fundamentele rechten en Europese waarden.
https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum_en

[2] Artikel 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit artikel bepaalt dat EU-beleid over grenscontroles, asiel en immigratie wordt beheerst door solidariteit en billijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen lidstaten.
https://eur-lex.europa.eu/eli/treaty/tfeu_2016/art_80/oj/eng

[3] Raad van de Europese Unie, “Asylum and migration management”. Deze bron beschrijft het solidariteitsmechanisme, waaronder herplaatsing, financiële bijdragen, operationele steun en responsibility offsets.
https://www.consilium.europa.eu/en/policies/asylum-migration-management/

[4] Europese Commissie, “Questions and answers on the Pact on Migration and Asylum”. Deze bron beschrijft het solidariteitsmechanisme als permanent, verplicht en flexibel, waarbij lidstaten de vorm van hun bijdrage kunnen kiezen.
https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum/questions-and-answers-pact-migration-and-asylum_en

[5] Europese Commissie, “Relocation: EU solidarity in practice”. Deze bron beschrijft herplaatsing als praktische vorm van solidariteit waarbij een ontvangende lidstaat de behandeling van een asielaanvraag kan overnemen.
https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/migration-management/relocation-eu-solidarity-practice_en

[6] Artikel 1 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit artikel beschermt menselijke waardigheid.
https://fra.europa.eu/en/eu-charter/article/1-human-dignity

[7] Artikel 18 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit artikel beschermt het recht op asiel.
https://fra.europa.eu/en/eu-charter/article/18-right-asylum

[8] Artikel 19 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit artikel verbiedt collectieve uitzetting en beschermt tegen verwijdering naar ernstig gevaar.
https://fra.europa.eu/en/eu-charter/article/19-protection-event-removal-expulsion-or-extradition

[9] Artikel 24 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit artikel beschermt de rechten van het kind en bepaalt dat het belang van het kind een essentiële overweging vormt.
https://eur-lex.europa.eu/eli/treaty/char_2012/art_24/oj/eng

[10] Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit artikel beschermt het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en een eerlijk proces.
https://fra.europa.eu/en/eu-charter/article/47-right-effective-remedy-and-fair-trial

[11] UNHCR, “The 1951 Refugee Convention”. Deze bron beschrijft het Vluchtelingenverdrag en het beginsel dat vluchtelingen niet mogen worden teruggestuurd naar gevaar.
https://www.unhcr.org/about-unhcr/who-we-are/1951-refugee-convention

[12] Europese Commissie, “New migration and asylum rules enter into application: what is changing?”, 12 juni 2026. Deze bron beschrijft de inwerkingtreding van het Pact, waaronder screening, registratie, snellere procedures, terugkeer en solidariteit.
https://home-affairs.ec.europa.eu/news/new-migration-and-asylum-rules-enter-application-what-changing-2026-06-12_en

[13] Verordening (EU) 2024/1356, de Screeningverordening. Deze verordening regelt screening van derdelanders, waaronder identiteits-, gezondheids-, kwetsbaarheids- en veiligheidschecks.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1356/oj/eng

[14] Verordening (EU) 2024/1348, de Asielprocedureverordening, artikel 20. Dit artikel gaat over de beoordeling van bijzondere procedurele behoeften.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1348/oj/eng

[15] Verordening (EU) 2024/1348, de Asielprocedureverordening, artikel 21. Dit artikel bepaalt dat noodzakelijke ondersteuning moet worden geboden en dat versnelde procedures of grensprocedures niet mogen worden toegepast als die ondersteuning daarin niet kan worden gegeven.
https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1348/oj/eng

[16] Human Rights Watch, “Questions and Answers: The EU Pact on Migration and Asylum”, 10 juni 2026. Deze bron bespreekt risico’s rond screening, grensprocedures, detentieachtige omstandigheden en toegang tot bescherming.
https://www.hrw.org/news/2026/06/10/questions-and-answers-the-eu-pact-on-migration-and-asylum

[17] ECRE, “ECRE Statement on Pact Implementation”, 10 juni 2026. Deze bron waarschuwt dat het Pact toegang tot asiel kan beperken en fundamentele-rechtenwaarborgen kan verlagen.
https://ecre.org/ecre-statement-on-pact-implementation/

[18] Richtlijn (EU) 2024/1346, de Opvangrichtlijn. Deze richtlijn bevat normen voor opvang van personen die internationale bescherming aanvragen.
https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2024/1346/oj/eng

[19] Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
https://fra.europa.eu/en/eu-charter/article/47-right-effective-remedy-and-fair-trial

[20] Artikel 24 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
https://eur-lex.europa.eu/eli/treaty/char_2012/art_24/oj/eng

[21] Raad van de Europese Unie, “Migration and asylum: Member states agree on solidarity pool”, 8 december 2025. Deze bron beschrijft de solidariteitspool voor 2026 met 21.000 herplaatsingen of andere solidariteitsinspanningen, of 420 miljoen euro aan financiële bijdragen.
https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2025/12/08/migration-and-asylum-member-states-agree-on-solidarity-pool/

[22] Europese Commissie, “An effective, firm and fair EU return and readmission policy”. Deze bron beschrijft Europese samenwerking rond terugkeer, overname en migratiepartnerschappen.
https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/irregular-migration-and-return/effective-firm-and-fair-eu-return-and-readmission-policy_en

[23] Human Rights Watch, “Europe: Refugees & Migrants’ Rights”. Deze bron beschrijft zorgen over Europees beleid dat gericht is op het voorkomen van aankomsten, uitbesteding van verantwoordelijkheid en pushbacks.
https://www.hrw.org/tag/europe-refugees-migrants-rights

[24] Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
https://fra.europa.eu/en/eu-charter/article/47-right-effective-remedy-and-fair-trial

[25] Europese Commissie, “Pact on Migration and Asylum”. Deze bron beschrijft het Pact als een systeem dat resultaten moet leveren en tegelijk geworteld moet blijven in Europese waarden.
https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum_en