In het kort - Leestijd: 5 minuten

• Het artikel bespreekt wat ‘veilig land van herkomst’ betekent binnen het asiel- en migratierecht.
• De juridische achtergrond wordt gekoppeld aan de praktische gevolgen voor betrokkenen en uitvoeringsinstanties.
• Bijzondere aandacht gaat uit naar uitzonderingen, individuele beoordeling en rechtsbescherming.

Wat betekent “veilig land van herkomst”?

De term ‘veilig land van herkomst’ klinkt alsof de Europese Unie heeft vastgesteld dat in een bepaald land niets ernstigs gebeurt. Dat is niet wat de term juridisch betekent. Het is een procedureel begrip binnen het asielrecht. Wanneer een land als veilig land van herkomst is aangewezen, gaan de asielautoriteiten ervan uit dat mensen uit dat land in het algemeen geen vervolging of ernstige schade hoeven te vrezen. Die veronderstelling mag echter in iedere individuele asielzaak worden tegengesproken.

Een veilig land van herkomst is dus niet een land dat voor iedere inwoner zonder uitzondering veilig is. Het is een land waarvan de algemene juridische en politieke situatie volgens de Europese criteria voldoende bescherming biedt om met een weerlegbaar vermoeden van veiligheid te beginnen.

Het woord ‘weerlegbaar’ is daarbij essentieel. Een journalist, politieke tegenstander, lhbti’er, religieuze minderheid, slachtoffer van mensenhandel of vrouw die gendergerelateerd geweld vreest, kan ook uit een aangewezen veilig land komen en toch recht hebben op asiel.

Het Europese kader en de gemeenschappelijke lijst

Sinds 12 juni 2026 wordt het begrip in Nederland rechtstreeks beheerst door de Europese Asielprocedureverordening. Daarnaast geldt sinds die datum voor het eerst een gemeenschappelijke Europese lijst van veilige landen van herkomst. De regels gelden daardoor niet langer uitsluitend op basis van nationale Nederlandse keuzes. [1] [2]

Juridische en feitelijke veiligheidscriteria

Een land kan alleen als veilig land van herkomst worden aangewezen wanneer op basis van de juridische situatie, de daadwerkelijke toepassing van het recht binnen een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden kan worden aangetoond dat daar geen vervolging en geen reëel risico op ernstige schade bestaat. [1]

Met vervolging wordt niet alleen bedoeld dat iemand door de overheid wordt opgesloten of lichamelijk mishandeld. Het kan ook gaan om ernstige discriminatie, seksueel of gendergerelateerd geweld, onevenredige strafvervolging, gedwongen huwelijk, genitale verminking of een combinatie van maatregelen die zo ernstig is dat fundamentele rechten worden aangetast. [3]

Ernstige schade omvat onder meer de doodstraf of executie, marteling of een onmenselijke of vernederende behandeling. Ook een ernstige individuele bedreiging van het leven van een burger door willekeurig geweld tijdens een internationaal of intern gewapend conflict valt hieronder. [3]

Bij de aanwijzing mag daarom niet alleen worden gekeken naar wat in de grondwet of andere wetten van een land staat. Ook moet worden onderzocht hoe die wetten in de praktijk worden toegepast.

Een land kan bijvoorbeeld formeel vrijheid van meningsuiting garanderen, terwijl journalisten in de praktijk worden gearresteerd, bedreigd of gedwongen het land te verlaten. Het bestaan van een wettelijke bescherming zegt dan nog niet dat die bescherming werkelijk toegankelijk en effectief is.

Hetzelfde geldt voor discriminatie. Een land kan discriminatie wegens seksuele gerichtheid wettelijk verbieden, maar lhbti’ers kunnen daar desondanks structureel worden mishandeld terwijl de politie geen bescherming biedt. De feitelijke situatie is dan minstens zo belangrijk als de geschreven wet.

Effectieve bescherming door de autoriteiten

Bij de veiligheidsbeoordeling moet onder meer worden gekeken naar de relevante wetgeving en de toepassing daarvan, de naleving van mensenrechten, het respect voor het non-refoulementbeginsel en de beschikbaarheid van effectieve rechtsmiddelen. [1]

Ook de mogelijkheid om bescherming van de overheid te krijgen is belangrijk. Een persoon hoeft niet noodzakelijk door de overheid zelf te worden bedreigd. Vervolging kan ook afkomstig zijn van familieleden, criminele organisaties, milities, religieuze groepen of andere particuliere actoren.

Wanneer de politie en rechterlijke macht bereid en daadwerkelijk in staat zijn bescherming te bieden, kan dat gevaar mogelijk worden tegengegaan. Wanneer klachten niet worden onderzocht, slachtoffers zelf worden vervolgd of de autoriteiten nauwelijks gezag hebben, bestaat geen effectieve bescherming.

Het gaat dus niet om de vraag of in een land ooit criminaliteit, discriminatie of geweld voorkomt. Geen enkel land is volledig vrij van gevaar. De vraag is of in het algemeen en op consistente wijze geen vervolging of ernstige schade plaatsvindt en of een effectief beschermingssysteem functioneert.

Europese en nationale aanwijzingen

Sinds 12 juni 2026 zijn Bangladesh, Colombia, Egypte, India, Kosovo, Marokko en Tunesië op Unieniveau aangewezen als veilige landen van herkomst. Daardoor moeten alle lidstaten deze Europese aanwijzing toepassen, tenzij voor het land, een bepaald gebied of een bepaalde categorie personen een uitzondering of schorsing geldt. [2] [9]

Daarnaast worden landen die officieel kandidaat zijn voor toetreding tot de Europese Unie in beginsel eveneens als veilige landen van herkomst beschouwd. Daarop bestaan belangrijke uitzonderingen.

Een kandidaat-lidstaat wordt niet op deze grond als veilig behandeld wanneer daar sprake is van een internationaal of intern gewapend conflict dat ernstige individuele bedreigingen door willekeurig geweld veroorzaakt. Hetzelfde geldt wanneer de Europese Unie relevante beperkende maatregelen heeft genomen wegens handelingen die fundamentele rechten en vrijheden aantasten, of wanneer het gemiddelde Europese erkenningspercentage voor asielzoekers uit dat land hoger is dan twintig procent. [2]

De aanwijzing van een land als veilig is dus geen permanente politieke goedkeuring van alles wat de regering van dat land doet. De aanwijzing heeft een specifiek doel binnen de asielprocedure en moet voortdurend kunnen worden herzien.

Nederland en andere lidstaten mogen bovendien aanvullende nationale veilige landen aanwijzen die niet op de Europese lijst staan. Zij moeten daarbij wel de Europese voorwaarden naleven en gebruikmaken van actuele, betrouwbare en voldoende brede landeninformatie. [1]

Een nationale aanwijzing mag niet worden gebruikt om de Europese criteria te omzeilen. Een regering kan niet uitsluitend om diplomatieke, economische of migratiepolitieke redenen besluiten dat een land veilig is.

Bronnen, gebieden en uitzonderingsgroepen

De veiligheidsbeoordeling moet gebaseerd zijn op verschillende relevante en beschikbare informatiebronnen. De Asielprocedureverordening noemt onder meer informatie van lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese Dienst voor extern optreden, de UNHCR en andere relevante internationale organisaties. [1]

Rapporten van mensenrechtenorganisaties, nationale ambtsberichten, uitspraken van internationale rechters en betrouwbare journalistieke onderzoeken kunnen eveneens relevant zijn. Vooral wanneer bronnen elkaar tegenspreken, moet worden uitgelegd waarom bepaalde informatie zwaarder wordt gewogen.

Een land kan bijvoorbeeld algemeen stabiel worden genoemd, terwijl verschillende betrouwbare rapporten laten zien dat een specifieke minderheid wordt vervolgd. De aanwijzing kan dan een uitzondering bevatten voor die groep, of de IND moet in individuele zaken erkennen dat het vermoeden van veiligheid voor leden van die groep niet geldt.

Onder de huidige Europese regels kan een land als veilig worden aangewezen met uitzonderingen voor bepaalde delen van het grondgebied. Een land kan dus in het algemeen als veilig zijn aangewezen, terwijl een provincie of grensgebied wegens een gewapend conflict of ernstige mensenrechtenschendingen wordt uitgezonderd. [1] [2]

Ook kunnen duidelijk herkenbare categorieën personen worden uitgezonderd. Denk bijvoorbeeld aan journalisten, mensenrechtenverdedigers, religieuze minderheden, lhbti’ers of personen uit een bepaalde etnische groep.

Dit is een verandering ten opzichte van het eerdere Europese recht. In 2024 oordeelde het Hof van Justitie in de zaak Ministerstvo vnitra dat een lidstaat onder de toen geldende Procedurerichtlijn niet slechts een deel van een land als veilig mocht aanwijzen. Het hele grondgebied moest toen aan de veiligheidsvoorwaarden voldoen. [11]

In augustus 2025 bevestigde het Hof in Alace en Canpelli bovendien dat onder het toenmalige recht een land niet als veilig kon worden aangewezen wanneer de materiële veiligheidsvoorwaarden voor bepaalde categorieën personen niet waren vervuld. [12]

De nieuwe Asielprocedureverordening maakt territoriale en persoonsgebonden uitzonderingen inmiddels uitdrukkelijk mogelijk. De oudere rechtspraak blijft wel belangrijk voor de eis dat een aanwijzing controleerbaar moet zijn, op betrouwbare informatie moet berusten en niet mag leiden tot een automatische afwijzing.

Monitoring en schorsing van een aanwijzing

De Europese Commissie moet de situatie in aangewezen landen blijven volgen. Wanneer belangrijke veranderingen optreden, kan zij de aanwijzing tijdelijk geheel of gedeeltelijk schorsen. [2]

Een gedeeltelijke schorsing kan betrekking hebben op een bepaald gebied of op een duidelijk herkenbare groep. Wanneer bijvoorbeeld alleen in een bepaalde regio een gewapend conflict uitbreekt, hoeft de aanwijzing niet noodzakelijk voor het volledige land te worden ingetrokken.

Een volledige schorsing kan nodig zijn wanneer de voorwaarden voor veiligheid in het hele land niet langer zijn vervuld. De Commissie moet daarna beoordelen of de aanwijzing definitief moet worden aangepast of verwijderd.

Dat controlemechanisme is noodzakelijk omdat landeninformatie snel kan veranderen. Een staatsgreep, oorlog, nieuwe strafwet, vervolgingscampagne of instorting van het rechtssysteem kan de eerdere beoordeling binnen korte tijd achterhaald maken.

Een aanwijzing als veilig land van herkomst mag daarom nooit worden behandeld als een onbeperkt geldig historisch feit. Zowel de IND als de rechter moet bij de individuele beoordeling actuele informatie gebruiken.

Verschil met een veilig derde land

Het begrip veilig land van herkomst moet worden onderscheiden van het begrip veilig derde land. Die begrippen worden regelmatig door elkaar gehaald, maar hebben verschillende juridische gevolgen.

Een veilig land van herkomst is het land waarvan de asielzoeker de nationaliteit heeft. Voor een staatloze persoon gaat het om het land waar hij eerder gewoonlijk verbleef. De IND beoordeelt in dat geval nog steeds inhoudelijk waarom de persoon bescherming vraagt.

Een veilig derde land is juist een ander land dan het land van herkomst. Het kan bijvoorbeeld gaan om een land waar de persoon eerder verbleef, doorheen reisde of waarmee een andere relevante band bestaat. Wanneer het concept wordt toegepast, kan Nederland de aanvraag onder voorwaarden niet-ontvankelijk verklaren zonder het vluchtverhaal volledig inhoudelijk te beoordelen.

Een Marokkaanse staatsburger die uit Marokko vlucht, kan dus te maken krijgen met het begrip veilig land van herkomst. Een Soedanese staatsburger die vóór zijn reis naar Nederland langere tijd in een ander land verbleef, kan onder omstandigheden met het begrip veilig derde land te maken krijgen. Dat zijn juridisch verschillende beoordelingen.

Verschil met een laag erkenningspercentage

Ook een land met een laag erkenningspercentage is niet automatisch hetzelfde als een veilig land van herkomst. Sinds 12 juni 2026 wordt een asielaanvraag in beginsel versneld behandeld wanneer het gemiddelde Europese erkenningspercentage voor de betreffende nationaliteit twintig procent of lager is. [1]

Die twintigprocentregel berust op statistieken over eerdere asielbeslissingen. De aanwijzing als veilig land van herkomst berust daarentegen op een bredere juridische en feitelijke beoordeling van het land.

Een land kan dus een laag erkenningspercentage hebben zonder formeel als veilig land te zijn aangewezen. Omgekeerd blijft ook bij een aangewezen veilig land een afzonderlijke individuele beoordeling noodzakelijk.

Het begrip veilig land van herkomst kan alleen worden toegepast op iemand die de nationaliteit van dat land heeft. Bij een staatloze persoon kan worden gekeken naar het land waar hij eerder zijn gewone verblijfplaats had. [1]

Het is niet voldoende dat iemand door het land is gereisd of daar tijdelijk heeft verbleven. Doorreis kan mogelijk relevant zijn voor de begrippen veilig derde land of verantwoordelijkheid van een andere lidstaat, maar maakt het doorgangsland niet tot het land van herkomst.

De nationaliteit moet zorgvuldig worden vastgesteld. Een persoon kan meerdere nationaliteiten hebben, geen geldige documenten bezitten of betwisten dat hij daadwerkelijk door een bepaalde staat als onderdaan wordt erkend.

Voor staatloze personen moet bijzondere voorzichtigheid worden betracht. Een staatloze kan jarenlang in een land hebben gewoond zonder daar dezelfde rechten, bescherming of toegang tot overheidsinstanties te hebben als staatsburgers.

Het weerlegbare vermoeden van veiligheid

Wanneer vaststaat dat het betreffende land als veilig land van herkomst is aangewezen, ontstaat een vermoeden dat de asielzoeker daar in het algemeen veilig is.

De aanvrager moet dan persoonlijke omstandigheden naar voren brengen waaruit blijkt waarom dat vermoeden in zijn geval niet klopt. De autoriteiten moeten hem tijdig informeren dat het veilige-landenconcept wordt toegepast en dat hij de gelegenheid heeft het vermoeden te weerleggen. [8]

Het is niet voldoende om alleen in algemene termen te zeggen dat de regering slecht is of dat in het land mensenrechtenproblemen voorkomen. De verklaringen moeten zoveel mogelijk aansluiten bij het persoonlijke risico van de aanvrager.

Dat betekent niet dat iemand alle feiten met officiële documenten moet bewijzen. In asielzaken is volledig schriftelijk bewijs vaak niet beschikbaar. De IND moet verklaringen, documenten, persoonlijke omstandigheden en actuele landeninformatie gezamenlijk beoordelen.

Een politieke activist kan bijvoorbeeld uitleggen dat hij is gearresteerd na deelname aan demonstraties, online wordt gevolgd en na zijn vertrek bij zijn familie naar hem is gevraagd. Een journalist kan publicaties, bedreigingen of informatie over de behandeling van vergelijkbare journalisten overleggen.

Een lhbti’er kan uitleggen welke strafrechtelijke, sociale en familiale risico’s hij loopt en waarom bescherming van de autoriteiten voor hem niet werkelijk beschikbaar is. Een vrouw kan beschrijven waarom zij door haar familie wordt bedreigd en waarom de politie haar klachten niet serieus neemt.

Ook gebeurtenissen die pas na vertrek zijn ontstaan kunnen relevant zijn. Iemand kan in Nederland politiek actief zijn geworden, zich hebben bekeerd of openlijk voor zijn seksuele gerichtheid zijn uitgekomen. De vraag blijft welk risico hij op het moment van de beslissing bij terugkeer loopt.

Het vermoeden van veiligheid mag niet leiden tot de gedachte dat iedere verklaring van een aanvrager uit zo’n land bij voorbaat ongeloofwaardig is. De geloofwaardigheid van het persoonlijke verhaal en de algemene aanwijzing van het land zijn verschillende vragen.

Een persoon kan een volledig geloofwaardig verhaal vertellen over ernstige bedreigingen in een land dat in het algemeen als veilig is aangewezen. Wanneer die bedreigingen onder de vluchtelingendefinitie of subsidiaire bescherming vallen, moet bescherming worden verleend.

Onderzoeksplicht en actuele informatie

De IND behoudt bovendien een eigen onderzoeksplicht. De aanwijzing verlicht een deel van het algemene landenonderzoek, maar ontslaat de dienst niet van de verplichting om relevante feiten actief te onderzoeken zodra de aanvrager concrete aanwijzingen naar voren brengt. [8]

Wanneer een asielzoeker bijvoorbeeld verklaart dat journalisten met zijn profiel recent massaal zijn gearresteerd, kan de IND niet volstaan met de mededeling dat het land op een Europese lijst staat. De dienst moet actuele informatie over die arrestaties en het individuele risico onderzoeken.

De IND moet ook rekening houden met de leeftijd, achtergrond, gezondheid en kwetsbaarheid van de persoon. Een getraumatiseerd slachtoffer kan moeite hebben zijn verhaal direct volledig te vertellen. Een kind kan gebeurtenissen anders beschrijven dan een volwassene.

Versnelde procedure en rechterlijke controle

Een veilig land van herkomst leidt in beginsel tot behandeling in de versnelde asielprocedure. De IND moet daarin volgens de huidige Nederlandse procedure binnen maximaal drie maanden beslissen. [1] [6]

Versnelde behandeling betekent niet dat het asielverhaal wordt overgeslagen. De aanvrager krijgt een persoonlijk gehoor, een tolk en doorgaans een advocaat. Hij mag verklaringen afleggen, bewijsstukken overleggen en reageren op onduidelijkheden.

De IND moet vervolgens beoordelen of hij vluchteling is of subsidiaire bescherming nodig heeft. De inhoudelijke beschermingsvoorwaarden zijn precies hetzelfde als in de standaardprocedure.

Een aanvrager uit een veilig land hoeft dus niet aan een zwaardere vluchtelingendefinitie te voldoen. Het verschil zit vooral in het uitgangspunt en de snelheid waarmee de aanvraag wordt onderzocht.

Wanneer de aanvrager voldoende elementen aandraagt waaruit blijkt dat zijn land voor hem mogelijk niet veilig is, mag het veilige-landenvermoeden niet tegen hem worden gebruikt.

Blijkt dat hij onder een officiële uitzondering voor een gebied of categorie personen valt, dan kan de versnelde procedure niet op deze grond worden voortgezet. De aanvraag moet dan in de standaardprocedure worden behandeld, tenzij een andere zelfstandige grond voor versnelling bestaat. [8]

Hetzelfde geldt wanneer tijdens het onderzoek blijkt dat de zaak te ingewikkeld is om binnen de versnelde procedure zorgvuldig te beoordelen. Een procedure mag niet kunstmatig versneld blijven wanneer uitgebreid medisch, feitelijk of juridisch onderzoek noodzakelijk is.

Dat kan bijvoorbeeld spelen wanneer twijfel bestaat over de nationaliteit, ingewikkelde documenten moeten worden onderzocht of nieuwe informatie over een snel veranderende veiligheidssituatie moet worden verzameld.

De versnelde procedure kan ook tot een positieve beslissing leiden. De aanwijzing als veilig land is geen afwijzingsbesluit. Wanneer de persoon aannemelijk maakt dat hij persoonlijk vervolging of ernstige schade vreest, moet de IND een verblijfsvergunning asiel verlenen.

Wanneer de IND de aanvraag afwijst, moet zij uitleggen waarom het land voor deze specifieke persoon als veilig wordt beschouwd. Een algemene verwijzing naar de lijst is onvoldoende.

De beslissing moet ingaan op de belangrijkste verklaringen, bewijsstukken en landeninformatie die de aanvrager heeft ingebracht. Ook moet duidelijk zijn waarom de autoriteiten van het land geacht worden effectieve bescherming te kunnen bieden.

De afwijzing kan gevolgen hebben voor de terugkeerprocedure en voor de termijn waarbinnen beroep moet worden ingesteld. Bij versnelde procedures gelden kortere termijnen dan bij de standaardprocedure.

De exacte beroepstermijn moet in het IND-besluit staan. Omdat deze termijnen zeer kort kunnen zijn, is het belangrijk dat de aanvrager snel met zijn advocaat bespreekt of beroep en een voorlopige voorziening nodig zijn.

Een beroep tegen een negatieve beslissing in de versnelde procedure geeft niet in iedere situatie automatisch het recht om de rechterlijke uitspraak in Nederland af te wachten. Wanneer uitzetting dreigt, kan de aanvrager de rechter moeten vragen de uitvoering van het besluit tijdelijk op te schorten.

Die rechterlijke controle moet effectief zijn. Artikel 47 van het EU-Handvest verlangt dat iemand een daadwerkelijke mogelijkheid heeft om de afwijzing en de toepassing van het veilige-landenconcept te laten toetsen. [4]

De rechter moet niet alleen bekijken of de IND formeel heeft genoemd dat het land veilig is. Hij moet kunnen onderzoeken of de individuele omstandigheden zorgvuldig zijn beoordeeld en of actuele informatie het vermoeden van veiligheid ondersteunt.

Wanneer het gaat om een nationale aanwijzing van een veilig land, moet de rechter ook kunnen beoordelen of die aanwijzing aan de Europese materiële voorwaarden voldoet.

In Alace en Canpelli oordeelde het Hof van Justitie dat een aanwijzing als veilig land van herkomst onderworpen moet zijn aan effectieve rechterlijke controle. De asielzoeker en de rechter moeten voldoende toegang hebben tot de informatiebronnen waarop de aanwijzing is gebaseerd. [12]

Dat is logisch. Een aanvrager kan moeilijk aantonen dat het vermoeden van veiligheid onjuist is wanneer hij niet weet op welke rapporten, cijfers en analyses dat vermoeden berust.

De rechter mag ook rekening houden met betrouwbare informatie die hij zelf heeft gevonden, maar moet partijen de gelegenheid geven daarop te reageren. De procedure moet op tegenspraak plaatsvinden.

Bij een land dat rechtstreeks in een Europese verordening is aangewezen, ligt de situatie anders. Een Nederlandse rechter kan een Europese verordening niet zelf ongeldig verklaren.

Wanneer de rechter ernstige twijfel heeft over de geldigheid van de Europese aanwijzing, moet hij daarover een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie kunnen stellen. Alleen het Hof van Justitie kan een handeling van de Europese Unie definitief ongeldig verklaren.

De Nederlandse rechter kan ondertussen wel de individuele toepassing beoordelen. Ook wanneer de Europese aanwijzing geldig blijft, kan hij oordelen dat het land voor deze concrete aanvrager niet veilig is.

Dat onderscheid is belangrijk. De vraag of een land in algemene zin rechtmatig op de Europese lijst staat, is niet hetzelfde als de vraag of één individuele persoon daar veilig kan terugkeren.

Een asielzoeker hoeft dus niet eerst de hele Europese lijst onderuit te halen. Het is voldoende wanneer hij aannemelijk maakt dat het algemene vermoeden vanwege zijn persoonlijke omstandigheden niet op hem kan worden toegepast.

Non-refoulement en de positie van kinderen

Het non-refoulementbeginsel blijft altijd gelden. Nederland mag niemand terugsturen naar een plaats waar een reëel risico bestaat op vervolging, marteling of onmenselijke of vernederende behandeling. [4] [5]

Dat verbod geldt ongeacht het etiket dat aan het land is gegeven. Een politieke of administratieve aanwijzing kan geen uitzondering maken op een absoluut grondrecht.

Wanneer er ernstige twijfel bestaat over het risico bij terugkeer, moet die twijfel worden onderzocht vóórdat iemand wordt uitgezet. Een latere erkenning dat het land toch niet veilig was, kan het eenmaal ingetreden gevaar niet ongedaan maken.

Voor kinderen geldt bovendien dat hun belang een eerste overweging moet zijn. Een land dat voor volwassenen in het algemeen veilig is, hoeft voor een bepaald kind niet veilig te zijn.

Kinderen kunnen specifieke risico’s lopen, zoals rekrutering door gewapende groepen, kinderhandel, gedwongen huwelijk, genitale verminking, huiselijk geweld of vervolging vanwege de politieke activiteiten van hun ouders.

De autoriteiten moeten rekening houden met leeftijd, ontwikkeling, afhankelijkheid en de mogelijkheid om zelfstandig bescherming te zoeken. Van een jong kind kan niet hetzelfde worden verwacht als van een volwassen aanvrager.

Ook een alleenstaande minderjarige kan onder de nieuwe Asielprocedureverordening op grond van een veilig land van herkomst in een versnelde procedure terechtkomen. De IND moet dan wel alle bijzondere kinderwaarborgen toepassen en beoordelen of de versnelde behandeling werkelijk met het belang van het kind verenigbaar is. [1] [15]

Het begrip veilig land van herkomst heeft een praktisch doel. Het stelt asielinstanties in staat aanvragen die waarschijnlijk ongegrond zijn sneller te behandelen, zodat capaciteit beschikbaar blijft voor zaken waarin de beschermingsbehoefte waarschijnlijk groter is.

Dat doel is op zichzelf niet onrechtmatig. Een zorgvuldig systeem hoeft niet ieder dossier exact hetzelfde tempo te geven wanneer op basis van objectieve informatie duidelijke verschillen bestaan.

Tegelijkertijd brengt het concept risico’s met zich mee. De procedure begint immers met een vermoeden dat de aanvrager waarschijnlijk veilig is. Dat kan de manier beïnvloeden waarop verklaringen worden aangehoord en bewijs wordt gewaardeerd.

Wanneer snelheid centraal komt te staan, bestaat het gevaar dat de IND onvoldoende tijd neemt om verborgen of gevoelige beschermingsgronden te herkennen. Slachtoffers van seksueel geweld, mensenhandel of vervolging wegens seksuele gerichtheid vertellen hun ervaringen niet altijd onmiddellijk.

Ook kan een algemene landenbeoordeling grote verschillen binnen een samenleving verhullen. De veiligheid van een welgestelde inwoner van de hoofdstad zegt weinig over de positie van een politieke activist, religieuze minderheid of vrouw uit een afgelegen regio.

De mogelijkheid om gebieden en categorieën personen uit te zonderen kan zulke verschillen beter zichtbaar maken. Zij kan echter ook leiden tot ingewikkelde discussies over de vraag of iemand precies binnen een officiële uitzonderingscategorie valt.

Een persoon kan gevaar lopen zonder perfect te passen binnen een vooraf omschreven groep. Het individuele onderzoek blijft daarom noodzakelijk, ook wanneer de aanwijzing al uitgebreide uitzonderingen bevat.

De Europese lijst roept bovendien vragen op over de verhouding tussen migratiebeleid en mensenrechtenbeoordelingen. Een staat kan een belangrijke diplomatieke of economische partner van de Europese Unie zijn en tegelijk ernstige mensenrechtenproblemen kennen.

De juridische toets moet voorkomen dat politieke samenwerking automatisch wordt vertaald in veiligheid voor iedere burger. Veiligheid in de asielprocedure moet worden beoordeeld aan de hand van het risico op vervolging en ernstige schade, niet aan de hand van de kwaliteit van diplomatieke relaties.

Ook een laag aantal toegekende asielvergunningen bewijst op zichzelf niet dat een land veilig is. Erkenningspercentages kunnen worden beïnvloed door verschillen in besluitvorming, bewijsproblemen, veranderende migratiestromen en de samenstelling van de groep aanvragers.

Daarom is een afzonderlijke landenbeoordeling nodig. De Europese regels onderscheiden uitdrukkelijk de twintigprocentgrond van de aanwijzing als veilig land van herkomst. [8]

Het begrip moet verder niet worden verward met de dagelijkse betekenis van veiligheid. Een asielzoeker hoeft niet aan te tonen dat hij bij terugkeer waarschijnlijk direct op straat wordt aangevallen.

Vluchtelingenrechtelijke bescherming ziet op specifieke ernstige risico’s. Een land kan criminaliteitsproblemen hebben maar toch bescherming kunnen bieden. Omgekeerd kan een land op straat rustig lijken terwijl de overheid politieke tegenstanders systematisch laat verdwijnen.

De juridische veiligheidstoets richt zich daarom op de aard van het gevaar, de reden voor de vervolging, de rol van de autoriteiten en de beschikbaarheid van werkelijke bescherming.

Mijn conclusie is dat een veilig land van herkomst een land is waarvan de Europese Unie of een lidstaat op basis van de algemene juridische, politieke en feitelijke situatie aanneemt dat daar normaal gesproken geen vervolging of ernstig gevaar bestaat.

Die aanwijzing leidt tot een weerlegbaar vermoeden. Zij betekent niet dat iedere inwoner veilig is en ook niet dat asielzoekers uit dat land automatisch worden afgewezen.

De IND moet iedere aanvraag individueel beoordelen. De persoon moet de gelegenheid krijgen om uit te leggen waarom hij vanwege zijn achtergrond, activiteiten, identiteit, woongebied of andere persoonlijke omstandigheden toch gevaar loopt.

Wanneer die uitleg voldoende aanwijzingen bevat, moet de IND actief verder onderzoek doen. Blijkt dat het vermoeden van veiligheid voor de persoon niet klopt, dan moet de aanvraag zonder dat vermoeden worden beoordeeld en kan internationale bescherming worden verleend.

Het praktische gevolg van de aanwijzing is vooral dat de aanvraag in beginsel in de versnelde procedure wordt behandeld. De procedure is korter, maar de beschermingseisen blijven hetzelfde.

De lijst moet bovendien controleerbaar en veranderlijk blijven. Bronnen moeten toegankelijk zijn, de rechter moet effectieve controle kunnen uitoefenen en een land moet geheel of gedeeltelijk van de lijst kunnen worden gehaald wanneer de situatie verslechtert.

De juridische betekenis van ‘veilig’ is daarmee beperkt en voorwaardelijk. Het is een startpunt voor de procedure, geen definitief oordeel over de asielzoeker.

Bronnenlijst

[1] Europese Unie, Verordening (EU) 2024/1348 – Asielprocedureverordening. Zie met name artikel 42 over de versnelde procedure, artikel 61 over het veilige land van herkomst, de artikelen 62 tot en met 64 over Europese en nationale aanwijzingen en bijlage I met de beoordelingscriteria.

[2] Europese Unie, Verordening (EU) 2026/464 – Europese lijst van veilige landen van herkomst. Wijzigt de Asielprocedureverordening en bevat de gemeenschappelijke Europese lijst, uitzonderingen voor kandidaat-lidstaten en regels over monitoring en schorsing.

[3] Europese Unie, Verordening (EU) 2024/1347 – Kwalificatieverordening. Zie met name artikel 9 over vervolging en artikel 15 over ernstige schade.

[4] Europese Unie, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Zie artikel 4 over onmenselijke behandeling, artikel 18 over het recht op asiel, artikel 19 over non-refoulement, artikel 24 over kinderen en artikel 47 over effectieve rechtsbescherming.

[5] UNHCR, Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 1951. Zie met name artikel 1A over de vluchtelingendefinitie en artikel 33 over non-refoulement.

[6] Immigratie- en Naturalisatiedienst, Asielprocedures in Nederland. Beschrijft de versnelde procedure, het gehoor, de advocaat, de beslistermijn en de mogelijke beslissingen.

[7] Immigratie- en Naturalisatiedienst, Nieuwe wetten en regels voor asiel en nareis. Over de toepassing van het Europese Asiel- en Migratiepact vanaf 12 juni 2026.

[8] Asielagentschap van de Europese Unie, Practical Guide on the Accelerated Examination Procedure. Zie met name de onderdelen over veilige landen van herkomst, het weerleggen van het vermoeden en het individuele onderzoek.

[9] Raad van de Europese Unie, Council gives final greenlight to measures to make the EU’s asylum system more efficient and robust. Over de Europese lijst, kandidaat-lidstaten, uitzonderingen en aanvullende nationale lijsten.

[10] Europees Parlement, Asylum: new rules for safe third countries and EU safe countries of origin list. Over de nieuwe Europese regels en de gemeenschappelijke lijst.

[11] Hof van Justitie van de Europese Unie, Ministerstvo vnitra, zaak C-406/22. Over de aanwijzing van slechts een deel van een land onder de eerdere Procedurerichtlijn en de rechterlijke toetsing daarvan.

[12] Hof van Justitie van de Europese Unie, Alace en Canpelli, gevoegde zaken C-758/24 en C-759/24. Over effectieve rechterlijke controle, toegang tot gebruikte bronnen en het weerlegbare karakter van het vermoeden van veiligheid.

[13] Asielagentschap van de Europese Unie, Implementation of Safe Country Concepts. Over de verschillende veilige-landenconcepten in het Europese asielrecht.

[14] Asielagentschap van de Europese Unie, Recent developments concerning safe country concepts. Over de ontwikkeling en toepassing van nationale en Europese landenlijsten.

[15] Asielagentschap van de Europese Unie, Practical Guide on the Best Interests of the Child in International Protection Procedures. Over de individuele beoordeling en procedurele bescherming van kinderen.

[16] Europese Commissie, Pact on Migration and Asylum. Algemeen overzicht van de Europese asielhervorming en de nieuwe gemeenschappelijke procedures.

[17] Asielagentschap van de Europese Unie, Asylum Report 2026. Over de voorbereiding en toepassing van het vernieuwde Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel.

[18] Europees Parlement, ‘Safe country of origin’ concept in EU asylum law. Juridische achtergrondanalyse van het concept en de procedurele gevolgen.

[19] Asielagentschap van de Europese Unie, Overview of the Implementation of Safe Country Concepts. Vergelijkend overzicht van veilige landen van herkomst en veilige derde landen.

[20] Europees Parlement, Asylum policy: deal on first-ever EU list of safe countries of origin. Over monitoring, gedeeltelijke schorsing en uitzonderingen voor gebieden en categorieën personen.

Maak jouw eigen website met JouwWeb