In het kort - Leestijd: 5 minuten
• Het artikel bespreekt wat ‘veilig derde land’ betekent binnen het asiel- en migratierecht.
• De juridische achtergrond wordt gekoppeld aan de praktische gevolgen voor betrokkenen en uitvoeringsinstanties.
• Bijzondere aandacht gaat uit naar uitzonderingen, individuele beoordeling en rechtsbescherming.

Wat betekent “veilig derde land”?

Wanneer iemand in Nederland asiel aanvraagt, is het uitgangspunt dat de Nederlandse autoriteiten onderzoeken waarom die persoon zijn land heeft verlaten en welk gevaar bij terugkeer bestaat. De IND beoordeelt dan of iemand vluchteling is, subsidiaire bescherming nodig heeft of om een andere reden niet mag worden teruggestuurd.

Toch hoeft Nederland niet iedere asielaanvraag volledig inhoudelijk te behandelen. In sommige gevallen kan de overheid stellen dat de asielzoeker bescherming kan krijgen in een ander land buiten de Europese Unie. Dat andere land wordt dan aangeduid als een veilig derde land.

Een veilig derde land is een land dat niet het land van herkomst van de asielzoeker is en ook geen lidstaat van de Europese Unie is, maar waar die persoon volgens de overheid veilig kan verblijven en bescherming kan aanvragen of ontvangen. Wanneer aan alle juridische voorwaarden is voldaan, kan Nederland de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaren. De IND onderzoekt dan niet volledig of de asielzoeker in zijn eigen land vervolging of ernstige schade riskeert. Nederland stelt in plaats daarvan dat een ander land verantwoordelijk kan zijn voor het bieden van bescherming. [1]

Wat het begrip veilig derde land betekent

Het woord derde verwijst naar de positie van het land binnen de procedure. Het land van herkomst is het land waaruit de asielzoeker afkomstig is. Nederland is het land waar hij asiel aanvraagt. Het veilige derde land is een ander land waar hij volgens de Nederlandse autoriteiten bescherming kan krijgen.

Stel dat een Syrische asielzoeker enkele jaren in Ecuador heeft gewoond voordat hij naar Nederland reisde. Wanneer hij in Nederland asiel aanvraagt, kan de IND onderzoeken of Ecuador voor hem een veilig derde land is. De centrale vraag is dan niet uitsluitend of hij gevaar loopt in Syrië, maar ook of hij tot Ecuador wordt toegelaten, daar bescherming kan aanvragen en daar veilig en menswaardig kan verblijven.

Het concept is juridisch ingrijpend. Een asielaanvraag wordt namelijk niet afgewezen omdat vaststaat dat de persoon geen bescherming nodig heeft. De aanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat Nederland vindt dat de inhoudelijke beschermingsvraag in een ander land kan worden behandeld.

Een niet-ontvankelijkheidsbeslissing betekent daarom niet noodzakelijk dat iemand geen vluchteling is. Het is mogelijk dat een asielzoeker daadwerkelijk vervolging riskeert in zijn land van herkomst. Nederland kan desondanks besluiten dat het niet zelf hoeft vast te stellen of hij vluchteling is, omdat hij volgens de overheid in een veilig derde land om bescherming kan vragen. [2]

Dit onderscheid is belangrijk. Bij een inhoudelijke afwijzing concludeert de IND dat iemand niet voldoet aan de voorwaarden voor internationale bescherming. Bij toepassing van het veilige-derde-landconcept concludeert de IND dat Nederland de inhoudelijke beoordeling niet hoeft uit te voeren.

Verschil met veilig land van herkomst

Het concept moet worden onderscheiden van een veilig land van herkomst. Een veilig land van herkomst is het eigen land van de asielzoeker. Daarbij bestaat het vermoeden dat inwoners van dat land in het algemeen geen vervolging of ernstige schade riskeren. De aanvraag wordt nog wel inhoudelijk onderzocht, maar meestal in een versnelde procedure.

Een veilig derde land is juist een ander land dan het land van herkomst. De vraag is niet of de asielzoeker veilig kan terugkeren naar zijn eigen land, maar of hij naar een ander land kan gaan waar hij bescherming kan krijgen.

Een Egyptische asielzoeker kan bijvoorbeeld te maken krijgen met het begrip veilig land van herkomst wanneer Egypte op een toepasselijke lijst staat. Bij een Syrische asielzoeker die eerder in Egypte verbleef, kan Egypte mogelijk als veilig derde land worden onderzocht. Het gaat in beide situaties om Egypte, maar de juridische beoordeling is volledig anders.

Verschil met eerste land van asiel en Dublin

Het veilige-derde-landconcept verschilt ook van het eerste land van asiel. Van een eerste land van asiel is sprake wanneer iemand daar al bescherming heeft gekregen en nog steeds van die bescherming gebruik kan maken. De persoon kan bijvoorbeeld al als vluchteling zijn erkend of een andere effectieve beschermingsstatus hebben.

Bij een veilig derde land hoeft de asielzoeker nog niet eerder een beschermingsstatus te hebben gekregen. Het kan voldoende zijn dat hij daar bescherming kan aanvragen en die bescherming daadwerkelijk kan ontvangen wanneer hij daarvoor in aanmerking komt. [3]

Een Turkse politieke tegenstander die in Colombia al als vluchteling is erkend, kan Colombia mogelijk als eerste land van asiel hebben. Wanneer hij daar nog niet erkend is, maar volgens de overheid wel toegang heeft tot een werkende beschermingsprocedure, kan Colombia mogelijk als veilig derde land worden beschouwd.

Ook de Dublinprocedure is iets anders. De Dublinregels bepalen welke Europese lidstaat verantwoordelijk is voor een asielaanvraag. Daarbij kan Nederland bijvoorbeeld besluiten dat Duitsland, Italië of Griekenland de aanvraag moet behandelen. Een veilig derde land is juist een land buiten de Europese Unie.

Sinds 12 juni 2026 wordt het veilige-derde-landconcept in de Europese Unie hoofdzakelijk geregeld door de Asielprocedureverordening. Deze verordening is onderdeel van het EU-Asiel- en Migratiepact. De oorspronkelijke regeling uit 2024 is vóór de volledige toepassing ervan gewijzigd door Verordening (EU) 2026/463. Daardoor kunnen lidstaten het concept in meer situaties toepassen. [4] [5]

De toepassing van het concept is niet automatisch verplicht. Lidstaten mogen ervoor kiezen het te gebruiken, maar moeten daarbij voldoen aan de voorwaarden uit het Europese recht. Zij kunnen een derde land in algemene zin aanwijzen, maar het concept ook rechtstreeks in een individueel dossier toepassen.

Er bestaat op dit moment geen algemene Europese lijst waarop bepaalde landen voor alle asielzoekers als veilige derde landen zijn aangewezen. Dit moet worden onderscheiden van de Europese lijst van veilige landen van herkomst, die betrekking heeft op de eigen onderdanen van de daarop geplaatste landen.

Dat een land voor zijn eigen onderdanen als veilig land van herkomst is aangewezen, betekent dus niet dat het automatisch een veilig derde land is voor vluchtelingen uit andere landen. De twee beoordelingen hebben een andere juridische functie en andere voorwaarden. [6]

Voorwaarden voor veiligheid

Een derde land kan alleen als veilig worden beschouwd wanneer aan meerdere inhoudelijke voorwaarden is voldaan. Het ontbreken van een oorlog is daarvoor niet voldoende. Ook een diplomatieke afspraak of een algemene verklaring van de regering maakt een land niet automatisch veilig.

Allereerst mogen het leven en de vrijheid van de asielzoeker in het derde land niet worden bedreigd vanwege ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep. Dit zijn de vijf vervolgingsgronden uit het Vluchtelingenverdrag.

Een Iraanse politieke activist mag dus niet naar een land worden gestuurd waar de Iraanse autoriteiten hem kunnen bereiken of waar de lokale autoriteiten hem vanwege zijn politieke activiteiten vervolgen. Een christelijke bekeerling mag niet worden overgebracht naar een land waar hij vanwege zijn geloof wordt opgesloten of mishandeld.

Daarnaast mag de asielzoeker in het derde land geen reëel risico lopen op ernstige schade. Daaronder vallen de doodstraf, executie, foltering, onmenselijke of vernederende behandeling en, onder bepaalde omstandigheden, een ernstige en individuele bedreiging door willekeurig geweld tijdens een gewapend conflict. [7]

Non-refoulement en indirecte uitzetting

Het derde land moet bovendien het beginsel van non-refoulement respecteren. Dat beginsel verbiedt het terugsturen van iemand naar een gebied waar hij vervolging, foltering of een andere ernstige mensenrechtenschending riskeert.

Het verbod geldt niet alleen voor rechtstreekse verwijdering. Ook indirect refoulement of kettingrefoulement is verboden. Nederland mag iemand niet naar land A sturen wanneer een voorzienbaar risico bestaat dat land A hem vervolgens naar land B of rechtstreeks naar zijn gevaarlijke land van herkomst verwijdert.

Stel dat Nederland een Afghaanse asielzoeker naar een derde land wil sturen. Wanneer dat land Afghanen regelmatig zonder individuele beoordeling naar Afghanistan uitzet, kan Nederland niet volstaan met de mededeling dat het derde land zelf relatief veilig is. Ook het risico op verdere verwijdering naar Afghanistan moet worden onderzocht.

Het derde land moet daarnaast de mogelijkheid bieden om bescherming aan te vragen. Het asielverzoek moet daadwerkelijk worden geregistreerd en inhoudelijk worden beoordeeld. Een procedure die alleen op papier bestaat, is onvoldoende.

Wanneer grenswachten asielzoekers systematisch terugsturen, aanvragen niet registreren of bepaalde nationaliteiten geen toegang tot de procedure geven, kan niet zonder meer worden aangenomen dat effectieve bescherming beschikbaar is.

De autoriteiten moeten daarom niet alleen naar de wetgeving van het derde land kijken. Zij moeten ook onderzoeken hoe het asielstelsel in de praktijk functioneert. Rapporten over pushbacks, willekeurige detentie, gebrekkige rechtsbijstand, discriminerende behandeling en structurele weigering van asielaanvragen kunnen daarbij beslissend zijn.

Effectieve bescherming en levensomstandigheden

De Asielprocedureverordening gebruikt het begrip effectieve bescherming. Een land dat het Vluchtelingenverdrag heeft geratificeerd en dat verdrag daadwerkelijk naleeft, wordt in beginsel geacht effectieve bescherming te bieden. Het enkele ondertekenen van het verdrag is echter niet voldoende wanneer het in de praktijk niet wordt uitgevoerd.

Wanneer het land het Vluchtelingenverdrag niet volledig toepast, kan toch sprake zijn van effectieve bescherming wanneer een aantal minimale waarborgen bestaat. De asielzoeker moet onder meer op het grondgebied mogen blijven zolang zijn beschermingsverzoek wordt behandeld. [8]

Ook moet hij toegang hebben tot voldoende middelen om, gelet op de algemene omstandigheden in het land, een aanvaardbare levensstandaard te behouden. Daaronder kunnen voedsel, kleding, huisvesting, onderdak en de mogelijkheid om door arbeid in het levensonderhoud te voorzien vallen.

Verder moet toegang bestaan tot gezondheidszorg en noodzakelijke medische behandelingen. Kinderen moeten toegang hebben tot onderwijs onder de voorwaarden die in het land in het algemeen gelden. De bescherming moet blijven bestaan totdat een duurzame oplossing beschikbaar is. [9]

Effectieve bescherming betekent daarmee meer dan uitsluitend het ontbreken van uitzetting. Een asielzoeker die niet wordt teruggestuurd, maar jarenlang zonder verblijfsdocument, huisvesting, zorg of bestaansmogelijkheden op straat moet leven, geniet niet vanzelfsprekend effectieve bescherming.

De Europese regels verlangen niet dat de levensomstandigheden in het derde land precies gelijk zijn aan die in Nederland. Er moet echter wel sprake zijn van een werkelijk beschermingsperspectief en een bestaan dat niet beneden de toepasselijke mensenrechtelijke ondergrens komt.

Een individuele veiligheidsbeoordeling

Ook moet de veiligheid persoonlijk worden beoordeeld. Een land dat voor veel mensen veilig is, kan voor één bepaalde asielzoeker onveilig zijn.

Een homoseksuele asielzoeker kan gevaar lopen in een land waar relaties tussen personen van hetzelfde geslacht strafbaar zijn. Een slachtoffer van mensenhandel kan opnieuw in handen vallen van hetzelfde netwerk. Een politieke dissident kan worden gevolgd door veiligheidsdiensten uit zijn land van herkomst. Een alleenstaande vrouw kan te maken krijgen met geweld en uitsluiting waartegen de autoriteiten geen bescherming bieden.

De asielzoeker moet daarom de gelegenheid krijgen om uit te leggen waarom het derde land in zijn specifieke geval niet veilig is. Een algemene aanwijzing creëert geen onweerlegbare conclusie.

De overheid moet de persoonlijke omstandigheden onderzoeken, waaronder leeftijd, gezondheid, gender, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, religie, politieke activiteiten, familiebanden, eerdere ervaringen in het derde land en mogelijke afhankelijkheid van medische behandeling.

Een ernstig zieke asielzoeker kan bijvoorbeeld niet zonder nader onderzoek worden gestuurd naar een land waar de noodzakelijke medicijnen niet beschikbaar of niet toegankelijk zijn. Bij slachtoffers van foltering of mensenhandel moet worden onderzocht of passende zorg en bescherming aanwezig zijn.

Band, transit of een overeenkomst

Sinds 12 juni 2026 kan een EU-lidstaat het veilige-derde-landconcept toepassen wanneer aan ten minste één van drie aanvullende voorwaarden is voldaan.

De eerste mogelijkheid is dat de asielzoeker een band heeft met het derde land. Die band moet zodanig zijn dat het redelijk is om van de persoon te verlangen dat hij naar dat land gaat.

Een band kan bijvoorbeeld bestaan omdat familieleden in het land wonen, omdat de asielzoeker er eerder langere tijd heeft verbleven, omdat hij er heeft gewerkt of gestudeerd of omdat hij de taal spreekt en culturele of andere persoonlijke banden heeft. [10]

Niet ieder contact is voldoende. Een tussenlanding van enkele uren, een korte vakantie of een gedwongen verblijf in handen van mensensmokkelaars vormt niet automatisch een betekenisvolle band.

De aard, duur en omstandigheden van het verblijf zijn belangrijk. Iemand die jarenlang legaal in een land woonde, er een gezin heeft en er toegang had tot werk en voorzieningen, heeft doorgaans een sterkere band dan iemand die gedurende enkele dagen onder gevaarlijke omstandigheden door het land reisde.

De tweede mogelijkheid is dat de asielzoeker op weg naar de Europese Unie door het derde land is gereisd en daar bescherming had kunnen vragen. Doorreis of transit kan sinds de wijziging van 2026 dus voldoende zijn, ook wanneer geen duurzame persoonlijke band bestaat. [11]

Dit betekent dat de overheid kan stellen dat iemand bescherming had kunnen aanvragen in een veilig land op zijn reisroute. Een asielzoeker die door een derde land reisde voordat hij de Europese Unie bereikte, kan daardoor met een niet-ontvankelijkheidsbeslissing worden geconfronteerd.

Toch is niet iedere geografische passage voldoende. Er moet een reële mogelijkheid zijn geweest om bescherming te vragen. Iemand die verborgen in een vrachtwagen werd vervoerd, onder controle stond van mensenhandelaren, tijdens een tussenlanding het vliegtuig niet mocht verlaten of nooit toegang had tot de autoriteiten, heeft mogelijk geen werkelijke beschermingsmogelijkheid gehad.

Ook moet het transitland aan alle andere veiligheidsvoorwaarden voldoen. Alleen het feit dat iemand door een land is gereisd, bewijst niet dat daar een werkende asielprocedure, bescherming tegen refoulement en een menswaardig bestaan beschikbaar waren.

De derde mogelijkheid bestaat wanneer de Europese Unie of een lidstaat een overeenkomst of andere regeling met het derde land heeft gesloten. Op grond daarvan kunnen asielzoekers naar dat land worden overgebracht, ook wanneer zij daar nooit eerder zijn geweest en er geen familie, taal- of andere persoonlijke banden hebben. [12]

De overeenkomst moet bepalen dat het derde land de betrokken personen toelaat en hun beschermingsverzoeken inhoudelijk onderzoekt. Wanneer iemand bescherming nodig heeft, moet hij die bescherming daar daadwerkelijk kunnen ontvangen.

Deze nieuwe mogelijkheid creëert ruimte voor het behandelen van asielaanvragen buiten de Europese Unie. Nederland kan bijvoorbeeld afspraken maken met een land dat bereid is bepaalde asielzoekers op te nemen en hun beschermingsverzoeken daar te behandelen.

Een overeenkomst maakt een land echter niet automatisch veilig. De wettelijke en feitelijke situatie moet blijven voldoen aan de eisen van artikel 59 van de Asielprocedureverordening. Het land moet bescherming bieden tegen vervolging, ernstige schade en refoulement. Ook moet de asielprocedure daadwerkelijk toegankelijk en zorgvuldig zijn.

De afspraken moeten bovendien voldoende duidelijk zijn. Het moet vaststaan wie wordt toegelaten, welke autoriteit de aanvraag behandelt, welke rechten de asielzoeker heeft, wat er tijdens de procedure gebeurt en welke bescherming wordt verleend wanneer de aanvraag wordt ingewilligd.

Een algemene politieke belofte is daarvoor niet altijd voldoende. De uitvoering moet controleerbaar zijn en er moeten rechtsmiddelen bestaan wanneer het ontvangende land de afspraken niet naleeft.

Voor alleenstaande minderjarige asielzoekers gelden strengere regels. Zij mogen niet uitsluitend op basis van een overeenkomst naar een land worden gestuurd waarmee zij geen eerdere band hebben en waar zij niet doorheen zijn gereisd.

Bij een alleenstaande minderjarige moet sprake zijn van een relevante band of van transit. Bovendien moet de overdracht in het belang van het kind zijn. Het derde land moet bevestigen dat het kind wordt opgevangen en onmiddellijk effectieve bescherming krijgt. [13]

Het belang van het kind omvat meer dan lichamelijke veiligheid. Ook de aanwezigheid van familie, passende huisvesting, onderwijs, medische zorg, vertegenwoordiging, continuïteit van ontwikkeling en bescherming tegen uitbuiting moeten worden betrokken.

Werkelijke toelating tot het derde land

Dat een derde land in theorie veilig is, heeft weinig betekenis wanneer het de persoon niet wil toelaten. Daadwerkelijke toelating of hernieuwde toelating is daarom een essentieel onderdeel van de toepassing.

Nederland moet voldoende zekerheid hebben dat de asielzoeker het land kan binnenkomen. Een verlopen visum, een ingetrokken verblijfsstatus of eerdere uitzetting uit het derde land kan ertoe leiden dat toelating onzeker is.

Wanneer het derde land de persoon niet toelaat of niet binnen de toepasselijke termijn op een overnameverzoek reageert, moet Nederland toegang geven tot een asielprocedure waarin de beschermingsbehoefte alsnog wordt onderzocht.

De overheid kan een asielzoeker niet onbeperkt in onzekerheid laten terwijl geen enkel land bereid is hem toe te laten. Het veilige-derde-landconcept is alleen uitvoerbaar wanneer de overdracht juridisch en praktisch werkelijk mogelijk is.

Het Hof van Justitie heeft dit benadrukt in een zaak over de aanwijzing van Turkije door Griekenland. Een land kan onder bepaalde omstandigheden in algemene zin op een lijst blijven staan, maar wanneer het de betrokken asielzoekers in werkelijkheid niet toelaat of terugneemt, mag hun aanvraag niet uitsluitend op grond van het veilige-derde-landconcept niet-ontvankelijk worden verklaard. [14]

Het algemene oordeel dat een land veilig is, is dus iets anders dan de individuele vaststelling dat een bepaalde persoon er daadwerkelijk wordt toegelaten en beschermd.

Ook de Nederlandse rechtspraak laat zien hoe belangrijk de individuele omstandigheden zijn. In 2025 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak over een Turkse man die eerder in Colombia als vluchteling was erkend.

Uit algemene landeninformatie volgde dat Colombia door een zwak asielsysteem niet zonder meer voor iedere asielzoeker als veilig derde land kon worden beschouwd. De betrokken man had in Colombia echter relatief snel een beschermingsstatus, een paspoort en een reisdocument gekregen. Hij had zelf verzocht die status in te trekken en had niet aannemelijk gemaakt dat hij niet opnieuw tot Colombia zou worden toegelaten of daar opnieuw bescherming kon krijgen.

De Afdeling oordeelde daarom dat Colombia in zijn specifieke situatie wel als veilig derde land kon worden aangemerkt. Deze uitspraak laat zien dat een algemeen problematische situatie niet automatisch uitsluit dat een land voor een bepaalde persoon toch veilig is. Andersom betekent een algemene aanwijzing als veilig land niet dat het land voor ieder individu veilig is. [15]

Actuele informatie en gedeelde bewijslast

De beoordeling vereist actuele en betrouwbare landeninformatie. De overheid moet onder meer kijken naar wetgeving, de werkelijke uitvoering daarvan, rapporten van internationale organisaties, rechterlijke uitspraken, informatie over opvangomstandigheden en gegevens over eerdere overdrachten.

De Asielprocedureverordening noemt onder andere informatie van het EU-Asielagentschap, UNHCR, de Raad van Europa, Europese instellingen en andere relevante organisaties. Ook geloofwaardige rapporten van mensenrechtenorganisaties kunnen relevant zijn.

De informatie moet actueel zijn. Een land dat enkele jaren geleden veilig werd geacht, kan door een oorlog, staatsgreep, wetswijziging of verslechtering van de mensenrechtensituatie niet langer veilig zijn.

Omgekeerd kan een eerder gebrekkig asielsysteem worden verbeterd. Het begrip veilig derde land is daarom geen permanent politiek etiket. De feitelijke en juridische situatie moet worden gevolgd en opnieuw worden beoordeeld wanneer omstandigheden veranderen.

De overheid en de asielzoeker hebben binnen de Nederlandse uitleg een gedeelde verantwoordelijkheid. De IND moet onderzoeken of het derde land aan de algemene en individuele voorwaarden voldoet. De asielzoeker moet zo concreet mogelijk uitleggen waarom het land hem niet zal toelaten of waarom het voor hem persoonlijk niet veilig is. [16]

De IND kan de volledige bewijslast niet bij de asielzoeker leggen. Een persoon in een asielprocedure heeft vaak geen toegang tot diplomatieke correspondentie, actuele toelatingsafspraken of gegevens over de werkwijze van buitenlandse autoriteiten.

De overheid beschikt doorgaans over meer mogelijkheden om landeninformatie te verzamelen en om bij de autoriteiten van het derde land te controleren of iemand wordt toegelaten. Zij moet het onderzoek daarom actief en zorgvuldig uitvoeren.

De asielzoeker moet wel relevante persoonlijke informatie naar voren brengen. Hij kan bijvoorbeeld verklaren dat hij in het derde land is mishandeld, vastgezet, uitgebuit of eerder zonder inhoudelijke procedure is uitgezet.

Hij kan ook laten zien dat zijn verblijfsrecht is verlopen, dat het land personen van zijn nationaliteit niet toelaat, dat hij daar geen beschermingsaanvraag kon indienen of dat hij tot een groep behoort die er wordt vervolgd of gediscrimineerd.

Een beslissing moet duidelijk vermelden welk land als veilig derde land wordt beschouwd, op welke informatie dat oordeel is gebaseerd en waarom de toepassing in het individuele geval redelijk en veilig is.

Een algemene verwijzing naar een landenlijst of diplomatieke afspraak is onvoldoende wanneer concrete bezwaren van de asielzoeker niet worden besproken.

Eisen uit de Europese rechtspraak

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in Ilias en Ahmed tegen Hongarije belangrijke voorwaarden geformuleerd voor overdracht naar een derde land. Hongarije had twee asielzoekers naar Servië gestuurd zonder hun vluchtredenen inhoudelijk te onderzoeken.

Het Hof oordeelde dat een staat die een asielzoeker naar een derde land wil sturen, zelf grondig moet onderzoeken of daar toegang bestaat tot een adequate asielprocedure en bescherming tegen directe en indirecte uitzetting. De autoriteiten moeten relevante landeninformatie uit eigen beweging onderzoeken en de asielzoeker een werkelijke mogelijkheid geven om aan te tonen dat het land voor hem niet veilig is. [17]

Wanneer de beschermingswaarborgen onvoldoende zijn, verbiedt artikel 3 EVRM de overdracht. Nederland kan zijn verantwoordelijkheid niet ontlopen door te stellen dat mogelijke mensenrechtenschendingen pas na de overdracht door het derde land worden gepleegd.

Ook de opvang- en leefomstandigheden moeten worden beoordeeld. Een werkende asielprocedure is niet altijd voldoende wanneer de asielzoeker na overdracht een reëel risico loopt op onmenselijke detentie, extreme armoede, dakloosheid of andere omstandigheden die in strijd zijn met artikel 3 EVRM.

Bij kwetsbare personen kan een uitgebreider onderzoek nodig zijn. Voor gezinnen met jonge kinderen, zwangere vrouwen, ernstig zieke personen, slachtoffers van foltering en mensen met zware psychische problemen kunnen individuele garanties noodzakelijk zijn.

Een diplomatieke garantie moet concreet, betrouwbaar en controleerbaar zijn. De overheid moet onderzoeken of het derde land eerdere toezeggingen heeft nageleefd en of de garantie daadwerkelijk betrekking heeft op de omstandigheden van de betrokken persoon.

Ook het Hof van Justitie stelt eisen aan de individuele beoordeling. In de zaak Aleb uit februari 2026 benadrukte het Hof dat de bevoegde autoriteiten en de rechter de verbinding tussen de asielzoeker en het derde land zorgvuldig moeten onderzoeken volgens duidelijke en vooraf vastgestelde criteria.

De asielzoeker moet kunnen begrijpen waarom het land op hem wordt toegepast en moet de feitelijke en juridische onderbouwing effectief kunnen bestrijden. [18]

De uitspraak ging over de oudere Asielprocedurerichtlijn, waarin een band met het derde land nog verplicht was. De huidige verordening maakt ook toepassing op basis van transit of een overeenkomst mogelijk. De bredere beginselen van individuele beoordeling, transparante criteria en effectieve rechtsbescherming blijven echter van belang.

Beroep en rechterlijke bescherming

De asielzoeker kan tegen een niet-ontvankelijkheidsbeslissing beroep instellen. Artikel 47 van het EU-Handvest garandeert het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en een eerlijk proces.

De rechter moet de relevante feiten en rechtsvragen daadwerkelijk kunnen onderzoeken. Hij moet kunnen beoordelen of het land in algemene zin aan de veiligheidsvoorwaarden voldoet, of de persoon er wordt toegelaten en of persoonlijke omstandigheden aan overdracht in de weg staan.

Sinds de wijziging van 2026 heeft het instellen van beroep tegen een beslissing over een veilig derde land niet automatisch tot gevolg dat de asielzoeker gedurende de gehele beroepsprocedure in Nederland mag blijven.

De asielzoeker kan de rechter wel verzoeken om de verwijdering op te schorten totdat op het beroep is beslist. De rechter moet dan kunnen onderzoeken of de overdracht een risico op refoulement of een andere ernstige mensenrechtenschending oplevert. Lidstaten mogen in hun nationale recht ruimere bescherming en automatische schorsende werking bieden. [19]

Dit is een belangrijk verschil. Een rechtsmiddel is weinig effectief wanneer iemand al wordt overgebracht voordat de rechter heeft beoordeeld of het derde land voor hem veilig is.

Wanneer een asielzoeker een verdedigbare klacht heeft dat de overdracht leidt tot een risico op foltering, onmenselijke behandeling of refoulement, moet de rechterlijke bescherming in de praktijk tijdig en effectief zijn.

Zeer korte beroepstermijnen, een gebrek aan rechtsbijstand of verwijdering voordat een verzoek om opschorting is beoordeeld, kunnen de betekenis van het rechtsmiddel aantasten.

Geen algemene plicht om in het eerste veilige land asiel te vragen

Het veilige-derde-landconcept betekent niet dat vluchtelingen volgens het Vluchtelingenverdrag altijd verplicht zijn om asiel aan te vragen in het eerste veilige land dat zij bereiken.

Het Vluchtelingenverdrag bevat geen eenvoudige algemene regel die bepaalt dat een vluchteling zijn reis bij het eerste veilige land moet beëindigen. Het verdrag kent wel bepalingen over vluchtelingen die rechtstreeks uit een gevaarlijk gebied komen en over bescherming tegen terugzending, maar geeft staten geen onbeperkte bevoegdheid om iedere asielzoeker naar een willekeurig ander land te sturen. [20]

EU-lidstaten kunnen onder het Europese procedurerecht wel bepalen dat zij een aanvraag niet inhoudelijk behandelen wanneer een ander land aantoonbaar veilig, toegankelijk en bereid is bescherming te bieden.

Daarbij blijven de voorwaarden van het Europese recht, het EVRM, het EU-Handvest en het beginsel van non-refoulement volledig van toepassing.

Externalisering en politieke kritiek

De verruiming van het concept sinds juni 2026 is politiek omstreden. Voorstanders stellen dat een asielzoeker die in een veilig land effectieve bescherming kan krijgen, niet noodzakelijk zelf mag kiezen welke Europese staat zijn aanvraag behandelt.

Volgens deze visie kan toepassing van het concept voorkomen dat mensen gevaarlijke reizen voortzetten nadat zij al een veilige beschermingsmogelijkheid hadden. Ook zou het de druk op nationale asielstelsels verminderen en samenwerking met landen buiten de Europese Unie versterken.

Tegenstanders waarschuwen dat het concept kan leiden tot het afschuiven van verantwoordelijkheid op landen die minder financiële middelen, zwakkere rechtsstelsels en zelf al grote aantallen vluchtelingen hebben.

Vooral de mogelijkheid om asielzoekers op basis van een overeenkomst naar een land te sturen waarmee zij geen enkele persoonlijke band hebben, leidt tot kritiek. Iemand kan daardoor worden overgebracht naar een land waar hij nooit is geweest, waarvan hij de taal niet spreekt en waar hij geen familie of sociaal netwerk heeft. [21]

Mensenrechtenorganisaties wijzen daarnaast op het risico dat politieke en financiële belangen zwaarder gaan wegen dan de feitelijke bescherming van asielzoekers. Een derde land kan bereid zijn personen op te nemen in ruil voor geld, handelsvoordelen, visa of andere afspraken.

Wanneer de politieke situatie verandert of de overeenkomst wordt beëindigd, kan de verblijfspositie van de overgebrachte personen onzeker worden. Daarom moet niet alleen naar de tekst van een overeenkomst worden gekeken, maar ook naar de duurzaamheid en praktische uitvoering ervan.

Het succes van een regeling hangt bovendien af van de medewerking van het derde land. Een Europees of Nederlands besluit dat een land veilig is, verplicht dat land niet automatisch om personen op te nemen.

Zonder uitvoerbare afspraken, duidelijke toelatingsgaranties en voldoende capaciteit kan een regeling in de praktijk niet functioneren.

Een concreet voorbeeld maakt duidelijk hoe de beoordeling eruitziet. Stel dat een Jemenitische man drie jaar legaal in een Zuid-Amerikaans land heeft gewoond. Hij had er een verblijfsrecht, werkte er en kan volgens de autoriteiten opnieuw worden toegelaten.

Nederland kan dan onderzoeken of het land voor hem een veilig derde land is. De IND moet nagaan of hij werkelijk wordt toegelaten, of hij bescherming kan aanvragen, of hij niet naar Jemen wordt gestuurd en of hij toegang heeft tot een menswaardig bestaan.

De man kan daartegen aanvoeren dat zijn verblijfsrecht is verlopen, dat zijn beschermingsverzoek eerder is geweigerd, dat hij persoonlijk wordt bedreigd of dat de autoriteiten personen van zijn nationaliteit inmiddels niet meer toelaten.

Een ander voorbeeld is een Syrische vrouw die tijdens haar reis enkele dagen in een derde land werd vastgehouden. Het enkele feit dat zij daar fysiek is geweest, bewijst niet dat zij een werkelijke mogelijkheid had om bescherming te vragen.

Er moet worden onderzocht of zij vrij met de autoriteiten kon spreken, of zij wist waar zij asiel kon aanvragen, of zij onder controle van mensensmokkelaars stond en of een werkende beschermingsprocedure beschikbaar was.

Een derde voorbeeld is een overeenkomst tussen Nederland en een land waar een asielzoeker nooit eerder is geweest. Een dergelijke overdracht is sinds de wijziging van 2026 niet op voorhand uitgesloten.

Het ontvangende land moet hem echter toelaten, zijn beschermingsverzoek inhoudelijk onderzoeken en effectieve bescherming bieden. Nederland moet aantonen dat de overeenkomst in de praktijk wordt uitgevoerd en dat de persoonlijke veiligheid en rechten van de asielzoeker zijn gegarandeerd.

Wanneer een derde land werkelijk veilig is

Mijn conclusie is daarom dat een veilig derde land een land buiten de Europese Unie en buiten het land van herkomst is waar een asielzoeker volgens de overheid daadwerkelijk bescherming kan vragen en ontvangen.

Wanneer het concept rechtmatig wordt toegepast, hoeft Nederland de vluchtredenen niet volledig inhoudelijk te beoordelen. De aanvraag kan dan niet-ontvankelijk worden verklaard en de persoon kan naar het derde land worden overgebracht.

Daarvoor is veel meer nodig dan de algemene stelling dat het land vreedzaam is. Het leven en de vrijheid van de persoon mogen er niet worden bedreigd. Er mag geen reëel risico bestaan op ernstige schade, foltering of refoulement.

Er moet een werkende en toegankelijke beschermingsprocedure bestaan. De asielzoeker moet tijdens die procedure mogen blijven en toegang hebben tot bestaansmiddelen, zorg, onderwijs en bescherming totdat een duurzame oplossing beschikbaar is.

Sinds 12 juni 2026 kan het concept worden toegepast wanneer iemand een relevante band met het land heeft, wanneer hij erdoorheen is gereisd en daar bescherming had kunnen vragen of wanneer een overeenkomst bestaat waaronder het land zijn beschermingsverzoek onderzoekt.

De overheid moet daarnaast aantonen dat het land de persoon werkelijk zal toelaten. De persoonlijke omstandigheden moeten individueel worden beoordeeld en de asielzoeker moet het besluit effectief voor een rechter kunnen bestrijden.

Een veilig derde land is dus niet eenvoudigweg een land dat door een regering veilig wordt genoemd. Het is een land waarvan in het concrete geval kan worden aangetoond dat de asielzoeker er wordt toegelaten, zijn beschermingsverzoek eerlijk wordt onderzocht en hij er zonder gevaar en met daadwerkelijke bescherming kan blijven.

Bronnenlijst

[1] Europese Unie, Verordening (EU) 2024/1348 – Asielprocedureverordening. Zie in het bijzonder de artikelen 38 en 57 tot en met 59 over niet-ontvankelijkheid, effectieve bescherming en veilige derde landen.

[2] Europese Unie, Geconsolideerde tekst van Verordening (EU) 2024/1348. Bevat de Asielprocedureverordening zoals gewijzigd in februari 2026.

[3] Europese Unie, Artikel 58 van de Asielprocedureverordening – eerste land van asiel. Over de situatie waarin een asielzoeker al bescherming genoot in een ander land.

[4] Europese Unie, Verordening (EU) 2026/463 over veilige derde landen. Verruimt sinds 12 juni 2026 de mogelijkheden om het veilige-derde-landconcept toe te passen.

[5] Raad van de Europese Unie, Definitieve goedkeuring van de herziene regels. Over de drie gronden: band, transit of een overeenkomst.

[6] Europees Parlement, Nieuwe regels voor veilige derde landen en veilige landen van herkomst. Legt het verschil tussen beide concepten uit.

[7] Europese Unie, Verordening (EU) 2024/1347 – Kwalificatieverordening. Bevat de definities van vervolging, vluchtelingenstatus en ernstige schade.

[8] Europese Unie, Artikel 57 van de Asielprocedureverordening. Over het begrip effectieve bescherming.

[9] Europese Commissie, Voorstel en toelichting bij de wijziging van het veilige-derde-landconcept. Bevat een toelichting op verblijfsrecht, bestaansmiddelen, zorg, onderwijs en duurzame oplossingen.

[10] Nederlandse regering, Kamerstuk over de herziene regels voor veilige derde landen. Over familiebanden, eerder verblijf en taalkundige of culturele banden.

[11] IND, Migratieradar Asiel voorjaar 2026. Beschrijft de nieuwe mogelijkheden om het concept toe te passen op basis van band, transit of afspraken.

[12] Raad van de Europese Unie, Akkoord over de nieuwe regels voor veilige derde landen. Over overeenkomsten met derde landen en de behandeling van beschermingsverzoeken buiten de EU.

[13] Europese Unie, Verordening (EU) 2026/463 – regels voor alleenstaande minderjarigen. Over het belang van het kind en de beperkingen op toepassing op alleenstaande minderjarigen.

[14] Hof van Justitie van de Europese Unie, zaak C-134/23 over Turkije als veilig derde land. Over de gevolgen wanneer het aangewezen derde land asielzoekers feitelijk niet toelaat of terugneemt.

[15] Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2025:795. Over Colombia als veilig derde land in de individuele situatie van een eerder erkende vluchteling.

[16] Eerste Kamer, Kamerstuk 36830, D over bewijslast en individuele beoordeling. Over de onderzoeksverplichtingen van de IND en de verklaringen van de asielzoeker.

[17] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Ilias en Ahmed tegen Hongarije. Over onderzoek naar de asielprocedure, leefomstandigheden en het risico op indirect refoulement in het derde land.

[18] Hof van Justitie van de Europese Unie, zaak C-718/24, Aleb. Over de individuele beoordeling, duidelijke criteria en effectieve rechterlijke controle.

[19] Raad van de Europese Unie, Rechtsbescherming en het recht om tijdens beroep te blijven. Over het ontbreken van automatische schorsende werking en het recht een rechter om opschorting te verzoeken.

[20] UNHCR, Legal considerations on access to protection and safe third countries. Over internationale bescherming, toegang tot een procedure en een voldoende band met het derde land.

[21] UNHCR, Position and recommendations on safe third countries. Over effectieve bescherming, individuele beoordeling en toegang tot het derde land.

[22] Europees Parlement, Briefing over het veilige-derde-landconcept binnen het Migratiepact. Een uitgebreid overzicht van de juridische ontwikkeling, de wijzigingen van 2026 en de belangrijkste kritiekpunten.

[23] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Guide on Immigration Case-Law. Over uitzetting naar derde landen, artikel 3 EVRM en effectieve rechtsmiddelen.

[24] Europees Hof voor de Rechten van de Mens, overzicht over pushbacks en verwijdering naar derde landen. Vat de belangrijkste beginselen uit onder meer Ilias en Ahmed samen.

[25] Europese Unie, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Zie met name de artikelen 4, 18, 19, 24 en 47.

[26] Raad van Europa, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Artikel 3 verbiedt foltering en onmenselijke of vernederende behandeling.

[27] UNHCR, Vluchtelingenverdrag van 1951 en Protocol van 1967. Bevat de vluchtelingendefinitie en het beginsel van non-refoulement.

[28] Rijksoverheid, Nieuwe Europese asielregels sinds 12 juni 2026. Over de toepassing van het EU-Asiel- en Migratiepact in Nederland.

[29] IND, Het EU-Asiel- en Migratiepact en de gevolgen voor de IND. Over de veranderingen in de Nederlandse asielprocedure.

[30] Rijksoverheid, Behandeling van asielaanvragen buiten Europa. Over het Nederlandse beleid rond veilige derde landen en andere vormen van samenwerking met landen buiten de EU.

[31] Amnesty International, Kritiek op de nieuwe Europese veilige-landregels. Over de risico’s van overdracht naar landen waarmee de asielzoeker geen persoonlijke band heeft.

[32] AIDA, Safe third country – Netherlands. Over de toepassing van het concept in de Nederlandse asielpraktijk.

Maak jouw eigen website met JouwWeb